Spring naar inhoud

5. Verslag Pensioenkring Douwe Egberts

5.1 Kerngegevens

  2025   2024   2023   2022   2021
Aantal deelnemers                  
Actieven en arbeidsongeschikten 49   57   69   77   85
Gewezen deelnemers 3.938   4.127   4.318   4.748   4.956
Pensioengerechtigden 4.401   4.374   4.335   4.294   4.285
Totaal 8.388   8.558   8.722   9.119   9.326
                   
Dekkingsgraad                  
Beleidsdekkingsgraad 136,7%   134,1%   128,1%   135,8%   129,0%
Feitelijke dekkingsgraad 139,4%   133,3%   129,2%   122,5%   134,9%
Minimaal vereiste dekkingsgraad 104,0%   104,0%   104,0%   104,0%   104,0%
Vereiste dekkingsgraad 118,9%   118,9%   118,7%   118,6%   119,4%
                   
Financiële positie (in € 1.000)                  
Pensioenvermogen 1.680.962   1.793.102   1.712.099   1.602.566   2.149.555
Voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenkring * 1.182.302   1.319.434   1.298.733   1.280.474   1.558.082
Voorziening operationele kosten 23.646   26.113   26.438   27.635   35.436
Eigen vermogen 475.014   447.555   386.928   294.457   556.037
Minimaal vereist eigen vermogen 48.396   53.963   53.168   52.514   63.899
Vereist eigen vermogen 227.514   254.287   248.058   243.214   308.887
                   
Premies en uitkeringen (in € 1.000)                  
Kostendekkende premie ** 0   0   0   0   0
Feitelijke premie ** 0   0   0   0   0
Gedempte premie ** 0   0   0   0   0
Pensioenuitkeringen 69.464   67.368   67.260   57.819   56.130
                   
Toeslagen                  
Basis (alle deelnemers) 3,16%   2,51%   0,00%   15,79%   2,57%
Aanvullend (Tra-gerechtigd) 0,00%   0,00%   0,00%   0,00%   0,00%
Inhaal (actieve deelnemers per 1-1-2012) 0,00%   0,00%   0,00%   0,00%   0,08%
Inhaal (inactieve deelnemers per 1-1-2012) 0,00%   0,00%   0,00%   0,00%   0,21%
Inhaal (inactieve deelnemers per 1-1-2017) 0,36%   0,00%   0,00%   0,00%   0,00%
Inhaal (inactieve deelnemers per 1-1-2018) 0,34%   0,00%   0,00%   0,00%   0,00%
Inhaal (inactieve deelnemers per 1-1-2019) 0,14%   0,00%   0,00%   0,00%   0,00%
Niet toegekende toeslagen gewezen deelnemers
en pensioengerechtigden (cumulatief) ***
1,84%   3,15%   3,58%   5,67%   6,31%
                   
Beleggingsrendement                  
Per jaar -2,1%   9,0%   11,0%   -22,9%   10,5%
                   
Kostenratio`s                  
Pensioenuitvoeringskosten 0,09%   0,06%   0,06%   0,05%   0,04%
Vermogensbeheerkosten 0,22%   0,23%   0,19%   0,19%   0,24%
Transactiekosten 0,07%   0,06%   0,12%   0,07%   0,05%
                   
Gemiddelde duration (in jaren)                  
Actieven en arbeidsongeschikten 15,4   17,0   16,4   17,0   18,9
Gewezen deelnemers 18,9   21,2   21,0   21,5   23,3
Pensioengerechtigden 8,1   8,7   8,6   8,5   9,7
Totaal gemiddelde duration 11,7   13,5   13,5   13,9   16,1
                   
Gemiddelde rekenrente 3,13%   2,21%   2,38%   2,70%   0,52%

5.2 Algemene informatie

Pensioenkring Douwe Egberts is vanaf 1 april 2018 operationeel. Per die datum zijn de pensioenaanspraken en het vermogen van de voormalige Stichting Pensioenfonds Douwe Egberts overgedragen aan Stap Pensioenkring Douwe Egberts door middel van een collectieve waardeoverdracht. 

De samenstelling en zittingstermijnen van het belanghebbendenorgaan zijn op het moment van vaststellen van het jaarverslag als volgt:

Naam lid belanghebbendenorgaan Ingangsdatum zittingstermijn Einddatum 1ste zittingstermijn Einddatum 1ste herbenoeming Laatste termijn
eindigt op
Menno Vink (1989), voorzitter
namens de gewezen deelnemers
01-09-2024 01-07-2025 01-07-2029 01-07-2029 *
Louis Haring (1955), secretaris
namens pensioengerechtigden
01-07-2022 01-07-2026 01-07-2030 01-07-2034
Willem Krul (1968), lid
namens de gewezen deelnemers
01-07-2023 01-07-2027 01-07-2031 01-07-2035
Stef van Leeuwe (1951), lid
namens pensioengerechtigden
01-07-2024 01-07-2028 01-07-2032 01-07-2036

De eerste zittingstermijn van Menno Vink als lid namens de gewezen deelnemers liep op 1 juli 2025 af. Menno heeft zich herkiesbaar gesteld en is herkozen voor een tweede zittingstermijn.

Het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Douwe Egberts heeft in 2025 twee keer een overleg gehad met het bestuur. In mei 2025 stond het overleg in het teken van het jaarverslag 2024 en het tweede overleg heeft in november 2025 plaatsgevonden. Daarin zijn diverse onderwerpen zoals het beleggingsplan 2026, het jaarplan 2026, de toeslagverlening per 31 december 2025, het communicatiejaarplan 2026 en het pensioenreglement 2026 behandeld. Naast de vergaderingen met het bestuur heeft het belanghebbendenorgaan in mei 2025 een overleg gehad met de raad van toezicht en in 2025 acht eigen vergaderingen gehouden. Bij de eigen vergaderingen was een delegatie van het bestuursbureau aanwezig.

5.3 Pensioenparagraaf

Kenmerken regeling

Op de pensioenaanspraken en pensioenrechten zijn de pensioenreglementen zoals deze laatstelijk golden bij de voormalige Stichting Pensioenfonds Douwe Egberts van toepassing. 

De belangrijkste kenmerken van de regeling luiden als volgt:

Pensioenregeling De pensioenregeling is een voorwaardelijke middelloonregeling met voorwaardelijke toeslagen. De pensioenregeling heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst. Het betreft een zogenoemde gesloten pensioenkring. Er vindt geen actieve pensioenopbouw plaats met uitzondering van premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid.

Pensioenleeftijd De pensioenregelingen kennen verschillende pensioenaanspraken met verschillende pensioenleeftijden.

Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid Bij arbeidsongeschiktheid wordt de pensioenopbouw geheel of gedeeltelijk voortgezet, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Ontwikkelingen in aantallen deelnemers

In onderstaande tabel is een mutatieoverzicht opgenomen met de ontwikkelingen in het deelnemersbestand.

Deelnemers Actief * Ingegaan OP/NP ** Ingegaan WzP Gewezen ** Totaal
Per 31 december 2024 57 4.331 43 4.127 8.558
Bij 0 241 6 6 253
Af 8 208 12 195 423
Per 31 december 2025 49 4.364 37 3.938 8.388

Financieringsbeleid

Binnen Pensioenkring Douwe Egberts is geen sprake van opbouw van pensioen en daarmee geen sprake van premiebetaling. In Pensioenkring Douwe Egberts zijn de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten van gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van de voormalige Stichting Douwe Egberts Pensioenfonds overgenomen. Daarnaast wordt de premievrije pensioenopbouw wegens (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid, zoals deze laatstelijk werd genoten bij de voormalige Stichting Douwe Egberts Pensioenfonds voorgezet bij Pensioenkring Douwe Egberts. De daarvoor benodigde premie wordt gefinancierd uit een aparte voorziening voor arbeidsongeschiktheid. Deze voorziening voor de vrijgestelde premie bij arbeidsongeschiktheid is overgedragen vanuit de voormalige Stichting Douwe Egberts Pensioenfonds naar Pensioenkring Douwe Egberts.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen voor de Pensioenkring Douwe Egberts bedraagt 0,2% van het beheerde pensioenvermogen. Dit weerstandsvermogen is het vermogen dat Stap volgens het bepaalde bij of krachtens de Pensioenwet ten minste moet aanhouden als vermogen om de bedrijfsrisico’s te dekken. Het weerstandsvermogen maakt geen deel uit van het vermogen van de pensioenkring.

Voor het weerstandsvermogen geldt een wettelijk voorgeschreven minimum en maximum. Doorlopend wordt getoetst of het aanwezige weerstandsvermogen hieraan voldoet. Daarbij vastgestelde overschotten en tekorten van het weerstandsvermogen die het gevolg zijn van het behaalde positieve of negatieve rendement op het vermogen van Pensioenkring Douwe Egberts, komen ten goede aan, respectievelijk ten laste van het behaalde bruto rendement op het vermogen van Pensioenkring Douwe Egberts.

Klachten en geschillen

Luisteren naar deelnemers en daarnaar handelen biedt kansen om onze dienstverlening structureel te blijven verbeteren. Hierbij volgen we de geactualiseerde versie (september 2024) van de Gedragslijn Goed omgaan met Klachten. Een vorm van zelfregulering waarmee leden van de Pensioenfederatie hebben vastgelegd wat het basisniveau is van hoe we als pensioenfondsensector willen omgaan met klachten. In 2025 hebben we ons ingezet op verdere professionalisering van klachtenmanagement met als belangrijk resultaat dat we 94% scoorden op de naleving van de Gedragslijn Goed omgaan met klachten – ruim boven de sectornorm van 84%.

We hanteren de wettelijke bredere definitie van een klacht: elke uiting van ontevredenheid van een persoon gericht aan de pensioenuitvoerder. Dat betekent dat uitingen van ongenoegen die via verschillende kanalen bij ons binnenkomen worden beschouwd als een klacht. Stap ziet ieder klantsignaal en ieder contact met een persoon waaruit blijkt dat niet is voldaan óf juist wel is voldaan aan de verwachtingen als een kans. Dit vraagt om een werkwijze waarbij alle klantsignalen structureel worden vastgelegd en geanalyseerd om mogelijke verbeterrichtingen te bepalen. Op basis van prioritering wordt vervolgens besloten welke signalen worden opgepakt en uitgewerkt tot een verbeterinitiatief. Door daarna terug te koppelen aan bijvoorbeeld deelnemers, werkgevers, medewerkers of melders over wat er met hun signaal is gedaan (of waarom niet), wordt de feedbackloop gesloten.

Met onze werkwijze sluiten wij aan bij de verwachtingen van de deelnemers en werkgevers. Bovendien is het fonds zo goed in staat om verwachtingen en vragen van deelnemers over het nieuwe stelsel goed vast te leggen en om te zetten. Zowel in 2024 als 2025 zijn er voor Pensioenkring Douwe Egberts geen klachten over de nieuwe pensioenregeling (toepassing wet- en regelgeving: invaren, transitie).

In onderstaand schema staan de aantallen klachten, geëscaleerde klachten en geschillen over 2025 toebedeeld aan een aantal vaste rubrieken zoals beschreven in de gedragslijn. Een geëscaleerde klacht is een klacht die niet in één keer, naar tevredenheid van de klant, is opgelost. Klachten die niet in onderling overleg worden opgelost, kunnen uitmonden in een geschil. Geschillen kunnen door de deelnemer worden voorgelegd aan de Geschillen Instantie Pensioenfondsen (waarbinnen de deelnemer kan kiezen voor bemiddeling door de Ombudsman of beslechting) of de burgerlijke rechter.

De tabel hieronder toont de AFM-rubrieken. In 2025 zijn 28 klachten afgehandeld, waaronder 14 klachten over de pensioenberekening en -betaling. Onze pensioenuitvoeringsorganisatie gebruikt daarnaast een uitgebreidere classificatielijst voor meer detail en beter inzicht in alle klantsignalen.

Onderwerp Klachten Geëscaleerde klachten Geschillen
Afgehandelde klachten 2025 per onderwerp:      
- service en klantgerichtheid 0 0 0
- behandelingsduur 0 0 0
- informatieverstrekking 6 0 0
- deelnemersportaal 2 0 0
- keuzebegeleiding 0 0 0
- pensioenberekening en -betaling 14 0 0
- registratie werknemersgegevens/datakwaliteit 1 0 0
- toepassing wet- en regelgeving: algemeen 5 0 0
- toepassing wet- en regelgeving: invaren, transitie 0 0 0
- financiële situatie 0 0 0
- duurzaamheid 0 0 0
- overig 0 0 0
Totaal 28 0 0

Op basis van de uitkomsten hebben we onder andere de volgende verbetering doorgevoerd: 

Verduidelijking partnerpensioen bij pensioenaanvraag
Informatie over klantcontacten was verspreid over meerdere systemen en kanalen waardoor een samenhangend beeld ontbrak. Door uiteenlopende classificaties was het combineren en analyseren van data ingewikkeld. Rapportages over deelnemersvragen en deelnemersklachten kostten veel tijd en leverden beperkte inzichten op.

Oplossing
Er is één uniforme indeling gemaakt, waarbij de classificatie gekoppeld is aan producten, diensten (PDC) en klantreizen. De integratie van sentimentanalyse en klantsignalen zorgt voor rijkere inzichten in de behoeften en ervaringen van deelnemers.

Verder voert onze pensioenuitvoeringsorganisatie een periodieke meting uit naar de klanttevredenheid over de behandeling van klachten (de Klanttevredenheidsmonitor ‘Ik heb een klacht’). Deze meting wordt vier keer per jaar verstuurd naar aanleiding van een uiting van onvrede of een ingediende klacht en bevat onder meer vragen over de tevredenheid van de deelnemer over onze reactie of geboden oplossing en het algehele klachtenproces. Voor Stap komt de gemiddelde tevredenheid over 2025 (Q1–Q3) uit op een 7,0 op een 10-puntsschaal. Op basis van deze metingen ontstaat het beeld dat de tevredenheid over de klachtbehandeling wisselend is en dat er ruimte is voor verbetering in de ervaren afhandeling van klachten, waarbij de uitkomsten mede moeten worden bezien in het licht van het in sommige gevallen beperkte aantal ingevulde vragenlijsten. 

5.4 Vermogensbeheer

Beleggingsmix

In onderstaande tabel zijn de actuele en strategische beleggingsmix ultimo 2025 en 2024 opgenomen.

    2025     2024  
  in € miljoen Actuele mix in % Strategische mix in % in € miljoen Actuele mix in % Strategische mix in %
Aandelen 753,0 44,8 43,0 809,5 45,1 43,0
Ontwikkelde markten 610,6 36,3 35,5 669,3 37,3 35,5
Opkomende markten 142,3 8,5 7,5 140,2 7,8 7,5
Vastrentende waarden * 853,5 55,2 57,0 951,3 54,9 57,0
Bedrijfsobligaties Europa 144,1 8,6 8,5 155,4 8,7 8,5
Bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials) 145,4 8,6 8,5 154,9 8,6 8,5
Hypotheken Nederland 288,9 17,2 15,0 285,0 15,9 15,0
Green bonds 51,0 3,0 3,0 54,5 3,0 3,0
Staatsleningen opkomende markten 84,8 5,0 5,0 96,5 5,4 5,0
Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties 139,4 8,3   205,0 11,4  
Liquiditeiten 257,2 15,3   156,3 8,7  
Overlay -181,5 -10,8 17,0 -122,9 -6,8 17,0
Interest Rate Swap -183,4 -10,9   -100,2 -5,6  
FX Forward 2,0 0,1   -22,7 -1,3  
Totaal ** / *** 1.682,2 100,0 100,0 1.794,3 100,0 100,0

In december 2025 is het beleggingsplan 2026 vastgesteld. Het beleggingsplan 2026 heeft als ingangsdatum 1 januari 2026. 

Ten opzichte van het beleggingsplan 2025 zijn er voor het beleggingsplan 2026 geen wijzigingen in de strategische allocatie van de beleggingen aangebracht. Wel is, in verband met het ‘voorsorteren’ op het invaren binnen de Wtp, binnen de grenzen van de risicohouding, een aantal bandbreedtes verruimd om vroegtijdig te kunnen starten de gewenste herpositionering van de beleggingsportefeuille. 

Resultaten beleggingen

In onderstaande tabel worden de beleggingsresultaten van 2025 weergegeven.

Cijfers in % Pensioenkring * Benchmark Relatief Bijdrage aan totaal rendement
Aandelen 2,4 3,3 -0,8 1,1
Aandelen ontwikkelde markten
(MM World Equity Index SRI Fund)
0,5 0,1 0,4 0,2
Aandelen opkomende markten
(MM Global Emerging Markets Fund)
11,6 17,8 -6,2 0,9
Vastrentende waarden -0,3 -2,3 2,0 -0,2
Bedrijfsobligaties Europa
(MM Euro Credit ESG Fund)
3,3 3,0 0,3 0,3
Bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials)
(MM Global Credit Ex Financials Fund - Unhedged)
-1,7 -1,8 0,1 -0,2
Hypotheken Nederland
(MM Dutch Mortgage Fund)
1,4 -1,6 2,9 0,2
Green Bonds
(MM Global Green Bond Fund)
2,9 2,6 0,3 0,1
Staatsleningen opkomende markten
(MM Global Emerging Market Debt Fund)
1,6 0,3 1,3 0,1
Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties -7,4 -7,4 0,0 -0,7
Totaal exclusief liquiditeiten en overlay 0,9 0,1 0,8 0,9
Liquiditeiten       0,1
Totaal overlay       -3,3
Interest Rate Swap       -5,6
FX Forward       2,3
Totaal ** -2,1     -2,1

Toelichting resultaten beleggingen 2025

In deze paragraaf wordt ingegaan op de behaalde rendementen van de pensioenkring (1). De belangrijkste bijdragen aan het rendement en de meest opvallende relatieve en absolute rendementen worden toegelicht.

(1) Voor de meeste beleggingscategorieën wordt passief belegd. Doordat de benchmark geen rekening houdt met transactiekosten is het rendement van de passief beheerde beleggingsfondsen, als gevolg van de transactiekosten, meestal iets lager dan de gehanteerde benchmark.

Toelichting resultaten aandelen

Door de stijging van de aandelenmarkt droeg de categorie aandelen met 1,1%-punt positief bij aan het totaal rendement. Het MM Global Emerging Markets Fund had met 0,9%-punt de grootste positieve bijdrage aan deze beleggingscategorie.

Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen die beleggen in aandelen is opgenomen in hoofdstuk 13.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.

Toelichting resultaten vastrentende waarden

Vastrentende waarden droegen -0,2%-punt bij aan het totaal rendement. De portefeuille met discretionaire nominale staatsobligaties leverde met -0,7%-punt de grootste negatieve bijdrage aan deze beleggingscategorie.

Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen die beleggen in vastrentende waarden is opgenomen in hoofdstuk 13.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.

Toelichting resultaten overlay

De overlay, bestaande uit renteswaps en valutaforwards, heeft voornamelijk als doel om de dekkingsgraad van de pensioenkring te beschermen tegen financiële risico’s en droeg in de verslagperiode -3,3%-punt bij aan het rendement.

De renteswaps droegen met -5,6%-punt negatief bij aan het totale beleggingsresultaat.  De afdekking van het renterisico is in 2025, ter bescherming van de dekkingsgraad opgehoogd van 70% naar 100%, waarbij de verplichtingen qua looptijd meer zijn afgedekt aan het korte eind van de rentecurve ten opzichte van het lange eind. De te betalen floating rente van de renteswaps leidde tot een positieve bijdrage vanwege de lagere kortetermijn rente. Dit effect was kleiner dan het negatieve rendement op de swaps als gevolg van de fors gestegen swaprente in 2025.

Per saldo leidde de afdekking van het valutarisico tot een positieve bijdrage aan het rendement van 2,3%-punt.  Dit is met name een gevolg van het afdekken van de Amerikaanse dollar die zwakker werd ten opzichte van de euro.

Attributie analyse

De attributie geeft een nadere verklaring van de behaalde out-performance over een bepaalde periode. Dit wordt verklaard door twee elementen:

  • allocatie: out-performance behaald door meer/minder te beleggen (alloceren) in categorieën die het relatief beter/slechter doen ten opzichte van het totaal
  • selectie: out-performance behaald door binnen de beleggingscategorie bepaalde beleggingen te kiezen die een out-performance behalen ten opzichte van hun respectievelijke benchmark
Attributie beleggingscategorieën eind 2025    
Cijfers in % * Allocatie effect Selectie effect
Aandelen -0,1 -0,3
Vastrentende waarden 0,6 0,5
Totaal ** 0,6 0,2

Het positieve relatieve rendement wordt met name veroorzaakt door het allocatie effect. De portefeuille met discretionaire nominale staatsobligaties zorgde voor de grootste positieve bijdrage aan het allocatie effect, namelijk met 0,6%-punt.

Uitvoering MVB-beleid

Het maatschappelijk verantwoord beleggen beleid (MVB-beleid) van Stap is beschreven in het hoofdstuk 1.5 Beleggingen. Hieronder wordt de uitvoering van dit beleid beschreven die specifiek van toepassing is voor de pensioenkring.

Screening en engagement

Eind 2025 werd met 12 bedrijven, waarin de pensioenkring via de multi-manager beleggingsfondsen belegt, een dialoog gevoerd. Het voeren van de dialoog heeft Stap uitbesteed aan Aegon AM. Dit betreft 12 bedrijven die niet of mogelijk niet voldoen aan één of meerdere principes van de UN Global Compact, zoals opgenomen in onderstaande tabel:

Mensenrechten Milieu Corruptie
10 2 0

De resultaten van de engagement trajecten worden in de volgende tabel voor 12 bedrijven weergegeven. Hiervoor wordt een mijlpalenaanpak gehanteerd.

Mijlpaal 1 Mijlpaal 2 Mijlpaal 3 Mijlpaal 4
1 5 6 0

De mijlpalen houden het volgende in:

  • mijlpaal 1: probleem aangestipt, een bedrijf heeft nog geen reactie gestuurd
  • mijlpaal 2: reactie van een bedrijf ontvangen
  • mijlpaal 3: bedrijf heeft aangegeven bereid te zijn om een probleem op te willen lossen en heeft concrete vervolgstappen genomen
  • mijlpaal 4: doelstelling van de engagement bereikt

Uitsluitingen

De pensioenkring belegt in multi-manager beleggingsfondsen die beheerd worden door Aegon AM. Voor deze fondsen is een uitsluitingsbeleid van toepassing zoals beschreven in hoofdstuk 1.5 Beleggingen.

Stemmen

De uitgebrachte stemmen worden in onderstaande tabel per thema weergegeven. Hierbij wordt tevens aangegeven of er afwijkend van het stemadvies van de onderneming en/of het stemadviesbureau is gestemd.

Thema Overname Kapitaal-structuur Bestuur Reorganisatie & fusies Mensen-rechten Bedrijfs-specifiek Compensatie Overig
Uitgebrachte
stemmen
43 473 4126 188 15 1592 669 83
Afwijkend van
management
onderneming
0 29 262 28 10 72 105 34
Afwijkend van advies
stemadviesbureau
0 0 0 0 0 0 0 0

Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen
In de rapportageperiode is bij zes Nederlandse ondernemingen afwijkend van de aanbeveling van het management gestemd.

Voor de belangrijkste stemmingen wordt hierna benoemd waarom er tegen de aanbeveling van het management van de Nederlandse ondernemingen is gestemd:

  • er is tegen het remuneratiebeleid gestemd, omdat deze als buitensporig en niet marktconform wordt bestempeld 
  • bij een onderneming is er tegen het langetermijn beloningspakket gestemd, omdat deze onvoldoende onderworpen was aan prestatiedoelstellingen
  • er is tegen de voorgestelde (her)benoeming van enkele bestuurders gestemd, omdat dit niet in lijn is met good practices voor de samenstelling van het bestuur op het vlak van diversiteit en/of onafhankelijkheid

5.5 Kostentransparantie

Het onderstaande overzicht is opgesteld conform de Aanbeveling Uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie. Mede op basis van deze aanbevelingen is een deel (voor Stap 30% van de exploitatiekosten) van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer gealloceerd naar de kosten voor vermogensbeheer. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.

  2025 2024 2025 2024
Soort kosten % * % *
Uitvoeringskosten pensioenbeheer 1.512 1.122 0,09 0,06
Kosten vermogensbeheer 3.786 3.963 0,22 0,23
Transactiekosten 1.229 970 0,07 0,06
Totaal ** 6.528 6.055 0,38 0,35

De hierboven vermelde kosten zijn uitgedrukt in een percentage van het gemiddeld belegd vermogen in het betreffende jaar en worden in de volgende paragrafen nader uitgesplitst en toegelicht.

Uitvoeringskosten pensioenbeheer

Deze kosten betreffen de kosten voor pensioenbeheer en de exploitatie van Stap. De wijziging van het weerstandsvermogen wordt hierbij buiten beschouwing gelaten. 

  2025 2024 2025 2024
Soort kosten % * % *
Administratiekostenvergoeding 801 477 0,05 0,03
Administratiekostenvergoeding meerwerk 86 54 0,00 0,00
Exploitatiekosten 707 722 0,04 0,04
Overige kosten 161 89 0,01 0,01
Allocatie naar kosten vermogensbeheer -243 -220 -0,01 -0,01
Totaal ** 1.512 1.122 0,09 0,06

De administratiekostenvergoeding is in 2025 toegenomen als gevolg van de jaarlijkse indexatie. Deze bedroeg 7,18% voor 2025. Daarnaast zijn er kosten gemaakt voor de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp door TKP (226). De administratiekostenvergoeding meerwerk bestaat in 2025 uit een vergoeding voor aanvullende dienstverlening en een vergoeding voor meerwerk activiteiten vanuit wet- en regelgeving . Deze is voornamelijk gestegen door kosten voor DORA, WDO en klantsignalen.

De exploitatiekosten betreffen kosten die vanuit de pensioenkring worden betaald aan Stap voor governance. Deze kosten bestaan uit een vaste vergoeding voor Stap, kosten voor de werkzaamheden door de onafhankelijk accountant en de certificerend actuaris, kosten voor de actuariële functie, kosten voor de adviserend actuaris, kosten voor het toezicht door AFM en DNB, kosten voor de Pensioenfederatie en Eumedion, kosten die samenhangen met voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp door Stap en kosten van het belanghebbendenorgaan. Een deel (30%) van de exploitatiekosten wordt toegerekend aan de kosten vermogensbeheer. De exploitatiekosten zijn in 2025 gedaald. Dit komt met name omdat de kosten voor de onafhankelijk accountant en certificerend actuaris met terugwerkende kracht zijn gecorrigeerd voor 2024.

Onder overige kosten zijn bankkosten, contributies, kosten voor communicatie-uitingen en kosten voor de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp door externe adviseurs opgenomen. De overige kosten zijn in 2025 toegenomen door een stijging van de kosten voor communicatie-uitingen en kosten voor de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp door externe adviseurs.

Kosten per deelnemer

De uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde zijn in de volgende tabel weergegeven.

  2025 2024
Uitvoeringskosten pensioenbeheer    
Totale uitvoeringskosten pensioenbeheer ( in € 1.000) 1.512 1.122
Uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde (in €) * 340 253

De kosten per deelnemer zijn ten opzichte van 2024 op totaalniveau met 34% gestegen door de toename van de totale uitvoeringskosten pensioenbeheer. Deze kosten zijn met name toegenomen als gevolg van de jaarlijkse indexatie (2025: 7,18%) en door de eenmalige kosten voor de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp (358), extra vergoeding exploitatiekosten Stap (80) en de eenmalige vergoedingen voor de implementatie van DORA/Regie op klantsignalen/WDO (26).

Voor de kosten per deelnemer/pensioengerechtigden is geen benchmark opgenomen, omdat de meerwaarde van het laten uitvoeren van een benchmark niet opweegt tegen de vergoeding die daarvoor gevraagd wordt. Daarnaast worden de kosten per deelnemer tot de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel beïnvloed door de eenmalige kosten die hiervoor in de uitvoeringskosten pensioenbeheer zijn opgenomen.

Kosten vermogensbeheer

Het bedrag van 3.786 betreft alle door de pensioenkring betaalde kosten vermogensbeheer (direct en indirect).

  2025 2024
Kosten vermogensbeheer
Directe kosten vermogensbeheer 1.528 1.507
Indirecte kosten vermogensbeheer (ten laste van beleggingsresultaat) 2.259 2.456
Totale kosten van vermogensbeheer * 3.786 3.963

De directe kosten vermogensbeheer bestaan uit de volgende posten:

  • dienstverlening integraal balansbeheerder:
    • beheervergoeding: dit is een vaste beheervergoeding voor het operationeel vermogensbeheer per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie
    • vergoeding advies, administratie en rapportage: dit is de vergoeding voor de integrale dienstverlening conform de uitbestedingsovereenkomst
  • overige directe kosten: dit betreft onder andere bankkosten en custody-kosten
  • allocatie van de exploitatiekosten van Stap die betrekking hebben op vermogensbeheer

De hoogte van de directe kosten vermogensbeheer (1.528) wijkt af van de weergave in de financiële opstelling (1.756). Een deel van de overige kosten (94) en transactiekosten (134) wordt bij de vermogensbeheerder en in het bestuursverslag onder indirecte kosten verantwoord. De verschillen tussen de financiële opstelling en het bestuursverslag betreffen verschuivingen in de weergave en hebben geen invloed op het totaal aan kosten vermogensbeheer.

De indirecte kosten vermogensbeheer bestaan uit kosten die worden gemaakt binnen de onderliggende beleggingsfondsen. Deze bestaan uit de volgende posten:

  • beheervergoeding externe managers: dit is een (basis) vergoeding per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie
  • performance fee externe managers: dit is een prestatieafhankelijke vergoeding voor het verslaan van de benchmark door een externe manager
  • overige kosten: dit betreft onder andere de vergoeding van de bewaarbank, administratiekosten, accountantskosten en juridische kosten

De kosten vermogensbeheer worden gerapporteerd in euro’s en als percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen. De volgende tabel geeft dit per beleggingscategorie weer. Het aandeel aan geschatte kosten is beperkt. De schattingen zijn gebaseerd op opgaven van externe managers van kosten in onderliggende beleggingsstructuren.

  2025 2024 2025 2024
Categorie beleggingen % * % *
Aandelen 1.081 1.125 0,06 0,06
Vastrentende waarden 1.941 2.233 0,11 0,13
Overig 521 386 0,03 0,02
Totaal ** 3.543 3.744 0,21 0,21
Allocatie vanuit pensioenbeheer 243 220 0,01 0,01
Totaal ** 3.786 3.963 0,22 0,23

De kosten vermogensbeheer zijn als percentage van het gemiddeld belegd vermogen in 2025 0,01%-punt lager dan in 2024 (0,23%). De daling van de kosten vermogensbeheer is voornamelijk het gevolg van de gedaalde prestatieafhankelijke vergoedingen binnen de portefeuille met vastrentende waarden, welke de lichte stijging van de beheervergoeding binnen deze portefeuille geheel teniet heeft gedaan.

Transactiekosten

Deze kosten betreffen de toe- en uittredingsvergoedingen van de beleggingsfondsen, de transactiekosten van discretionaire portefeuilles en de derivatentransacties. Deze kosten zijn in het gerapporteerde rendement verwerkt.

Transactiekosten in beleggingsfondsen zijn wel onderdeel van het rendement, maar worden niet apart gespecificeerd. De transactiekosten zijn als volgt bepaald:

  • aandelen: op basis van directe transactiekosten zoals commissie en belastingen en indirecte geschatte kosten zoals spread en marktimpact. Indien deze kosten niet aanwezig zijn worden deze vastgesteld op basis van schattingen
  • vastrentende waarden en derivaten: van vastrentende waarden zijn de transactiekosten slechts bij benadering vast te stellen. Deze kosten zijn niet zichtbaar bij aan- en verkopen, maar zijn een impliciet onderdeel van de spread tussen bied- en laatkoersen. Binnen deze fondsen worden de transactiekosten geschat op basis van de gemiddelde spread gedurende het jaar en de som van aan- en verkopen

De (geschatte) transactiekosten, waaronder ook de kosten voor toe- en uittreding vallen, worden gerapporteerd in euro’s en als een percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen.

  2025 2024 2025 2024
Categorie beleggingen % * % *
Aandelen 477 320 0,03 0,02
Vastrentende waarden 616 607 0,04 0,03
Derivaten 136 44 0,01 0,00
Totaal ** 1.229 970 0,07 0,06

In bovenstaande kosten is een bedrag van 162 (2024: 30) begrepen voor toe- en uittredingskosten van de pensioenkring. Het restant betreft werkelijke en geschatte transactiekosten van de beleggingen.

De transactiekosten in 2025 zijn 0,01%-punt hoger dan vorig jaar (2024: 0,06%). Deze stijging is voornamelijk het gevolg van de hogere kosten in de categorie aandelen. Dit kan worden verklaard doordat de toe- en uittredingskosten binnen de aandelenportefeuille gestegen zijn ten opzichte van vorig jaar.

Beleggingskosten en relatie rendement, risico en kosten

De totale kosten vermogensbeheer in 2025 bedroegen 0,22% van het gemiddeld belegd vermogen. Van deze totale kosten bestaat 0,00%-punt (afgerond; 2024: 0,03%-punt) uit prestatieafhankelijke vergoedingen. Een deel van de beleggingsportefeuille wordt namelijk actief beheerd, met als uitgangspunt dat actief beheer voor de geselecteerde beleggingscategorieën op termijn een hoger rendement oplevert.

Het gerealiseerd relatief rendement op de actieve beleggingen was in 2025 negatief, waardoor de actieve beleggingen niet hebben bijgedragen aan een hoger rendement.

Op totaalniveau is het actief risico in de beleggingsportefeuille beperkt. De ex-ante tracking error bedraagt eind 2025 0,2% op jaarbasis. Een tracking error van 0,2% geeft aan dat de kans dat het rendement van de portefeuille met maximaal 0,2% afwijkt van het rendement van de benchmark ongeveer 66,67% is. En er is ongeveer 5% kans dat de portefeuille met meer dan 0,4% (twee maal de tracking error) afwijkt van de benchmark.

Om het effect van de kosten in relatie tot het totale rendement van de pensioenkring te duiden, geeft onderstaande grafiek weer welke kosten onderdeel uitmaken van het gerapporteerde rendement van de pensioenkring en welke kosten hier buiten vallen. Ter vergelijking worden hierbij de cijfers over het voorgaande boekjaar getoond.

Toelichting grafiek:  
Netto rendement Rendement na kosten binnen en buiten de beleggingen
Kosten niet in gerapporteerd rendement Kosten die buiten de beleggingsportefeuille om betaald zijn
Gerapporteerd rendement Gerapporteerd rendement van de beleggingen
Kosten in gerapporteerd rendement Kosten binnen de beleggingen (vermogensbeheer en transactiekosten)
Bruto rendement Rendement zonder het effect van kosten

Uitvoeringskosten en oordeel bestuur

Het bestuur van Stap vindt kostenbeheersing belangrijk. Daarom streeft het bestuur naar een acceptabel kostenniveau in verhouding tot de kwaliteit van de uitvoering en besteedt het bestuur aandacht aan de beheersing van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer en vermogensbeheer.

Jaarlijks wordt voor de pensioenkring een begroting opgesteld. De realisatie van de uitvoeringskosten wordt door het bestuursbureau gemonitord via de maand- en kwartaalrapportages van pensioenbeheer en vermogensbeheer. Op basis van de kwartaalrapportages en via een evaluatie van de uitbestedingsovereenkomsten wordt tevens de kwaliteit van de uitvoering gemonitord.

Het bestuur heeft de uitvoeringskosten beoordeeld en vastgesteld dat deze verklaarbaar en acceptabel zijn in het licht van de gemaakte afspraken.

5.6 Financiële positie en herstelplan (FTK)

Dekkingsgraden

In 2025 is de rentetermijnstructuur (RTS) gestegen, waardoor de technische voorzieningen (TV) van de pensioenkring zijn gedaald. De rente heeft in 2025 een positief effect gehad op de ontwikkeling van de dekkingsgraad. Een negatief beleggingsrendement van 2,1% zorgde daarentegen voor een daling van de feitelijke dekkingsgraad. Uiteindelijk is de feitelijke dekkingsgraad in 2025 gestegen van 133,3% naar 139,4%.

De beleidsdekkingsgraad is in 2025 gestegen van 134,1% naar 136,7% en is hoger dan de dekkingsgraad behorend bij het vereist vermogen van 118,9%. Daarmee is ultimo 2025 sprake van een toereikende solvabiliteit. Eind 2025 bedraagt de dekkingsgraad op basis van marktrente 139,4%. De dekkingsgraad op basis van de marktrente wordt bepaald door het pensioenvermogen te delen door de TV op marktwaarde.

Dekkingsgraad- en renteniveaus    
Cijfers in % 2025 2024
Beleidsdekkingsgraad 136,7 134,1
Feitelijke dekkingsgraad 139,4 133,3
Dekkingsgraad op basis van marktrente 139,4 133,3
Reële dekkingsgraad 104,9 103,2
Minimaal vereiste dekkingsgraad 104,0 104,0
Vereiste dekkingsgraad 118,9 118,9
Rekenrente vaststelling TV 3,13 2,21

Herstelplan

De pensioenkring hoefde in 2025 geen herstelplan in te dienen, omdat de beleidsdekkingsgraad (134,1%) per 31 december 2024 hoger lag dan de dekkingsgraad die hoorde bij het vereist vermogen per 31 december 2024 (118,9%). Daardoor had Pensioenkring Douwe Egberts eind 2024 geen reservetekort.

De situatie is eind 2025 ongewijzigd, omdat de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2025 (136,7%) hoger ligt dan de vereiste dekkingsgraad per 31 december 2025 (118,9%).

Minimaal vereist vermogen

Indien de beleidsdekkingsgraad gedurende vijf achtereenvolgende jaren (6 peilmomenten) lager is dan het vermogen dat hoort bij het minimaal vereist vermogen, dienen de pensioenaanspraken en –rechten te worden gekort. Dit betreft de korting op basis van de Maatregel minimaal vereist eigen vermogen (de zogenoemde MVEV-korting). Het korten is hierbij onvoorwaardelijk, maar mag worden verdeeld over (maximaal) 10 jaar.

Ultimo 2025 is de beleidsdekkingsgraad (136,7%) hoger dan de dekkingsgraad die hoort bij het minimaal vereist vermogen (104,0%). De MVEV-korting is per 31 december 2025 voor Pensioenkring Douwe Egberts daarom niet aan de orde. 

Toekomst Bestendig Indexeren (TBI)

Vanuit het wettelijk kader is toekomstbestendigheid het uitgangspunt voor toeslagverlening. Dit houdt onder meer in dat het beschikbare vermogen boven een beleidsdekkingsgraad van 110,0% bepalend is om een bepaalde toeslag levenslang toe te kunnen kennen. De levenslange toeslag wordt bepaald op grond van het verwachte gemiddelde toekomstige consumentenprijsindexcijfer voor alle bestedingen (afgeleid). De grens voor Toekomst Bestendig Indexeren (TBI-grens) is de grens waarop de pensioenkring op basis van toekomstbestendige toeslagverlening de volledige toeslag kan toekennen. Deze grens was voor Pensioenkring Douwe Egberts per 30 september 2025 gelijk aan 132,7%.  

Toeslagbeleid

Het toeslagbeleid van Pensioenkring Douwe Egberts is voorwaardelijk. De toeslag op de pensioenaanspraken en -rechten van de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden wordt gebaseerd op de wijziging van het consumentenprijsindexcijfer voor alle huishoudens (afgeleid). Dit wordt bepaald aan de hand van de wijziging van de index over de periode oktober tot oktober van het jaar voorafgaande aan de toeslagverlening. Hiermee wordt bedoeld de stand van de consumentenprijsindex per 30 september van het voorafgaande jaar en de stand van dezelfde prijsindex per 30 september in het jaar van toekenning van de voorwaardelijke toeslag.

Een negatieve inflatie (deflatie) zal niet leiden tot een neerwaartse aanpassing. Het toeslagpercentage zal alsdan gesteld worden op 0. Een eventuele deflatie in enig jaar zal bij het vaststellen van de cumulatieve toeslagachterstand wel in aanmerking genomen worden. Het streven is een realistisch toeslagbeleid op basis van het consumentenprijsindexcijfer voor alle huishoudens (afgeleid). Het beleid is erop gericht om op de lange termijn 100% van de stijging van de prijsindex door middel van toeslagen te compenseren.

Per 31 december 2025 is een toeslag verleend van 3,16% (2024: 2,51%) verleend aan de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van Pensioenkring Douwe Egberts. 

Richtlijnen voor toeslagen

Voor het toeslagbeleid van Pensioenkring Douwe Egberts worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • het toeslagbeleid is voorwaardelijk en is afhankelijk van het behaalde beleggingsrendement op lange termijn. Dit komt tot uitdrukking in de hoogte van de beleidsdekkingsgraad van de pensioenkring
  • met behaald beleggingsrendement wordt bedoeld het beleggingsrendement dat resteert na de toevoeging aan de technische voorzieningen van het benodigde rendement en de wijziging van de rentetermijnstructuur. Dit rendement wordt jaarlijks verwerkt via het eigen vermogen van de pensioenkring. De te verlenen toeslag is daarmee in feite afhankelijk van de beleidsdekkingsgraad (BDG) op enig moment
  • toeslagen worden gegeven op grond van een toekomstbestendige toeslagverlening. Dit houdt in beginsel het volgende in:
    • bij een BDG die lager is dan 110% worden er geen toeslagen verleend
    • bij een BDG boven de TBI-grens kan de volledige toeslag worden gegeven
    • bij een BDG tussen de 110% en de TBI-grens kan een toeslag worden gegeven die naar verwachting in de toekomst te realiseren is (ongeveer naar rato)
  • de BDG wordt bepaald door het gemiddelde van de feitelijke dekkingsgraden te nemen over de afgelopen 12 maanden. De BDG per 30 september is leidend voor de bepaling van de toeslag per 31 december
  • de TBI-grens wordt jaarlijks bepaald door het vermogen vast te stellen wat nodig is boven een BDG van 110% om een levenslange samengestelde toeslag van de CPI te geven
  • inhaaltoeslagen kunnen gegeven worden indien de BDG hoger is dan de TBI-grens en het vereist vermogen
  • het bestuur heeft de discretionaire bevoegdheid om binnen de wettelijke grenzen van de berekende toeslag af te wijken

Inhaaltoeslag

Wanneer de BDG boven de TBI-grens uitkomt, mag 20% van het vermogen boven deze grens gebruikt worden voor het ongedaan maken van kortingen en of het inhalen van gemiste toeslagen. Het inhalen van een eventuele indexatieachterstand en herstel van kortingen zal in onderstaande volgorde worden toegepast:

  • volledige toeslagverlening;
  • herstel van kortingen;
  • inhaal van indexatieachterstand (verjaringstermijn 10 jaar).

Per 30 september 2025 was de BDG hoger dan de TBI-grens. Op basis hiervan is het besluit genomen gemiste toeslagen uit het verleden in te halen. De gemiste toeslag per 1 januari 2017 (0,36%) wordt conform het beleid als eerste ingehaald en daarna de gemiste toeslag per 1 januari 2018 (0,34%). Vervolgens resteerde nog enige ruimte om de gemiste toeslag per 1 januari 2019 (0,23%) deels in te halen. Hiervan kon 0,14% worden ingehaald.

5.7 Actuariële paragraaf

Het verloop van de technische voorziening werd voor een groot deel bepaald door de bewegingen van marktrentes, beleggingsrendementen en de verleende toeslagen.

In onderstaande tabel staat een analyse van het actuariële resultaat. Hierbij worden de actuariële uitgangspunten van de pensioenkring vergeleken met de werkelijke actuariële ontwikkelingen over het verslagjaar. De bedragen wijken af van de bedragen in de financiële opstelling, die boekhoudkundig zijn bepaald.

(bedragen x € 1.000)    
Categorie resultaat 2025 2024
Resultaat op beleggingen -70.978 105.860
Resultaat op wijziging RTS 138.416 -15.131
Resultaat op premie 0 0
Resultaat op waardeoverdrachten 71 44
Resultaat op kosten -459 -269
Resultaat op uitkeringen 25 -68
Resultaat op kanssystemen 1.364 2.645
Resultaat op toeslagverlening -41.327 -32.384
Resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen 326 -127
Resultaat op andere oorzaken 21 57
Totaal saldo van baten en lasten 27.459 60.627

Toelichting actuarieel resultaat

In 2025 zijn de volgende belangrijke effecten in het actuarieel resultaat te onderscheiden. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.

Beleggingen

Onder beleggingsrendementen worden verstaan:

  • alle directe en indirecte beleggingsopbrengsten inclusief kosten vermogensbeheer;
  • de benodigde intresttoevoeging aan de technische voorzieningen. Deze wordt vastgesteld aan de hand van de eerstejaars ‘spot rate’ uit de door DNB gepubliceerde RTS per jaar aan de start van de analyseperiode.

Het resultaat op beleggingen in het boekjaar bedraagt -70.978. Op dit resultaat is uitgebreid ingegaan in het hoofdstuk ‘Vermogensbeheer’. Het resultaat op beleggingen draagt in 2025 negatief bij aan de ontwikkeling van de dekkingsgraad

Wijziging rentetermijnstructuur (RTS)

De RTS ultimo 2025 ligt gemiddeld genomen boven de RTS ultimo 2024. Wanneer beide curves worden uitgedrukt in één gemiddeld rentepercentage is de rente in 2025 met circa 0,91%-punt gestegen. Dit heeft geleid tot een daling van de technische voorzieningen en dus tot een positief resultaat. Het resultaat hiervan bedraagt 138.416.

Kanssystemen

Aan het vaststellen van de technische voorzieningen liggen kanssystemen ten grondslag. De belangrijkste zijn sterfte, pensionering en arbeidsongeschiktheid. Het resultaat op kanssystemen bedraagt 1.364.

Toeslagverlening

In het boekjaar is een toeslag verleend van 3,16% aan de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van de pensioenkring. Daarnaast is de  gemiste toeslag per 1 januari 2017 (0,36%) ingehaald, als ook de gemiste toeslag per 1 januari 2018 (0,34%). Vervolgens resteerde nog enige ruimte om de gemiste toeslag per 1 januari 2019 (0,23%) deels in te halen. Hiervan kon 0,14% worden ingehaald. Het resultaat op toeslagverlening bedraagt -41.327.

Overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen

Het resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen bedraagt 326. Dit resultaat wordt veroorzaakt doordat het Bestuur heeft besloten een volledige reservering aan te houden voor deelnemers met een niet opgevraagd pensioen (-1.440). Voorheen werd een gedeeltelijke reservering aangehouden voor deelnemers met een niet opgevraagd pensioen. Daarnaast is de kostenvoorziening geactualiseerd (1.766).

Vereist vermogen

Het vereist vermogen is gebaseerd op het strategisch beleggingsbeleid en is vastgesteld op 118,9%. Indien het vereist vermogen bepaald zou zijn op basis van de actuele beleggingen zou deze uitkomen op 119,7%.

5.8 Risicoparagraaf

Bij het bepalen van het beleid en het nemen van belangrijke besluiten maakt het bestuur een afweging tussen risico, rendement en beheersing van de risico’s. Daarbij heeft het bestuur bovendien grenzen (risicobereidheid) gedefinieerd aan de omvang van de risico’s. Het beleid is vastgelegd in de ABTN van de pensioenkring en het financieel crisisplan. In 2025 zijn geen wijzigingen aangebracht in de risicobereidheid van de pensioenkring.

Integraal risicomanagement

In het hoofdstuk integraal risicomanagement van Stap is de beschrijving van het integraal risicomanagement op instellingsniveau opgenomen. Deze beschrijving is van toepassing op alle pensioenkringen. 

Doelstellingen en risicobereidheid

Op het niveau van de pensioenkringen zijn specifieke doelstellingen voor de pensioenkringen bepaald. Hierbij is een verdeling gemaakt naar financiële en niet-financiële doelstellingen. Om deze doelstellingen te behalen is per pensioenkring de risicobereidheid bepaald. In onderstaande tabel wordt de risicobereidheid voor de doelstellingen op het niveau van de pensioenkring weergegeven. Voor de risicobereidheid bij de doelstellingen op het niveau van Stap wordt verwezen naar het hoofdstuk integraal risicomanagement. 

Doelstelling niveau pensioenkring Risicobereidheid Pensioenkring Douwe Egberts
Financiële doelstellingen  
Verantwoorde pensioenopbouw binnen de pensioenkring. Niet van toepassing, Pensioenkring Douwe Egberts is namelijk een gesloten pensioenkring.

Behoud nominale aanspraken binnen de pensioenkring. Risicobereidheid op korte termijn:
Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van het vereist eigen vermogen (VEV) met een bandbreedte van 15% tot 22%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode.

Streven naar waardevast houden van pensioenrechten.

Specifiek voor Pensioenkring Douwe Egberts is dit vertaald naar: een voorwaardelijke toeslagambitie van 100% van de maatstaf. De maatstaf wordt jaarlijks vastgesteld als de procentuele jaarstijging van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) alle huishoudens (afgeleid) per 30 september.
Risicobereidheid op korte termijn:
Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van VEV met een bandbreedte van 15% tot 22%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode.

Risicobereidheid op lange termijn:
Passend binnen de gestelde grenzen uit de aanvangshaalbaarheidstoets. Gebaseerd op de voorgeschreven uitgangspunten en parameters van de haalbaarheidstoets (hierna: “HBT”) is een drietal beleidskaders geformuleerd:
• vanuit de financiële positie waarbij aan het VEV wordt voldaan, is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit de HBT gelijk aan 96%
• vanuit de actuele financiële positie is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit de HBT gelijk aan 95%
• vanuit de actuele financiële positie is de afwijking van het pensioenresultaat in het slechtweerscenario (5e percentiel) ten opzichte van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) maximaal 35%

Niet-financiële doelstellingen  
Adequate communicatie.

Specifiek voor Pensioenkring Douwe Egberts is dit vertaald naar een proactieve en inzichtelijke deelnemerscommunicatie zodat deelnemers bewust zijn van hun pensioeninkomen en in staat zijn naar eigen inzicht keuzes te maken over hun pensioen.


De risicobereidheid is risicoavers. Uitgangspunt is dat alle deelnemers en werkgever juist, volledig en tijdig geïnformeerd worden.

Risico-inschatting en -beheersing

Zoals in het hoofdstuk integraal risicomanagement is benoemd identificeert en beoordeelt het bestuur van Stap de risico's van Stap en de pensioenkringen op een gestructureerde wijze met een Risico Self Assessment (RSA). De geïdentificeerde risico's worden door het bestuur kwalitatief beoordeeld voor de kans dat deze risico’s zich manifesteren, alsmede voor de impact die deze risico’s hebben op het behalen van de doelstellingen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar het bruto risico, het netto risico en de risico reactie. Zo wordt er inzicht verkregen in de risico's die Stap loopt, welke beheersmaatregelen zijn genomen en de effectiviteit daarvan, evenals in de beheersmaatregelen die nog genomen moeten worden of gewenst zijn.

Voor boekjaar 2025 is de RSA eind 2025 uitgevoerd op het niveau van Stap en op het niveau van de pensioenkringen. De RSA betreft alle risico´s die Stap onderscheidt. Daaronder zijn de Systematische Integriteitrisicoanalyse (SIRA) en het risico self assessment voor ICT (RSA ICT) als bijzondere aandachtsgebieden begrepen.

Risico's met mogelijke impact op financiële positie pensioenkring

Elke pensioenkring heeft te maken met financiële risico’s om haar doelstellingen behalen. Het bestuur is van mening dat door het inzetten van effectieve beheersmaatregelen de impact op een ongunstige gebeurtenis wordt verkleind. 

Voor de belangrijkste financiële en niet-financiële risico’s wordt in hoofdstuk 13.2 Risicoparagraaf pensioenkringen toegelicht wat de impact van deze mogelijk ongunstige gebeurtenissen is op de financiële positie van de pensioenkringen van Stap. Hierna wordt voor (de afdekking van) het renterisico en het marktrisico de specifieke informatie voor de pensioenkring toegelicht.

Matching/Renterisico

Het matching en renterisico is in hoofdstuk 13.2 Risicoparagraaf pensioenkringen toegelicht voor alle pensioenkringen.

Voor de pensioenkring toont de volgende figuur de gerealiseerde afdekking van het renterisico ten opzichte van de strategische afdekking van het renterisico en de ex-ante mate van afdekking van het renterisico, zoals op de laatste dag van de voorgaande maand is vastgesteld. Zichtbaar is dat gedurende 2025 zowel de benchmark voor de afdekking van het renterisico als de werkelijke afdekking van het renterisico zich dicht bij strategische mate van afdekking van het renterisico bevonden. Indien de benchmark voor de afdekking van het renterisico zich buiten de bandbreedte bevindt, worden transacties uitgevoerd om de afdekking van het renterisico bij te sturen naar de strategische mate van de afdekking van het renterisico.

Toelichting grafiek
  • de blauwe balken tonen de ex-ante mate van afdekking van het renterisico (benchmark afdekking) zoals op maandeinde van de voorgaande maand is vastgesteld. In feite is dit de verwachte afdekking van het renterisico gedurende de daaropvolgende maand. De benchmark afdekking van het renterisico wordt bepaald aan de hand van de actuele rentegevoeligheid van renteswaps en beleggingen die een onderdeel zijn van de matching portefeuille en de actuele rentegevoeligheid van de verplichtingen. Deze waarde is weergegeven in de horizontale as
  • de rode horizontale strepen tonen de strategisch gewenste mate van afdekking van het renterisico. De strategische mate van afdekking van het renterisico is afhankelijk van de huidige rentestand. Periodiek wordt gemonitord of de benchmark afdekking van het renterisico zich binnen de bandbreedtes rondom de strategische mate van afdekking van het renterisico bevindt
  • de gele balken tonen de waardeontwikkeling van de vastrentende waarden en renteswaps als gevolg van de rentemutatie (exclusief het spreadrendement)
  • de afdekking van het renterisico wordt maandelijks berekend door de rentegevoeligheid van de beleggingen te delen door de rentegevoeligheid van de verplichtingen

Gedurende 2025 is de mate van afdekking van het renterisico verhoogd van 70% naar 100% om de dekkingsgraad te beschermen.

Marktrisico

In hoofdstuk 12.2 Risicoparagraaf pensioenkringen is het marktrisico voor alle pensioenkringen toegelicht.

Scenario's dekkingsgraad voor markt- en renterisico per einde boekjaar

De volgende tabel geeft de gevoeligheid van de dekkingsgraad (op basis van de rentetermijnstructuur inclusief UFR) weer voor het rente- en aandelenrisico waarbij beide risico’s zich gecombineerd voordoen. De actuele portefeuille geldt als uitgangspunt. Dat wil zeggen dat de actuele mate van afdekking van het renterisico wordt gehanteerd. Er wordt verondersteld dat beide risico’s zich manifesteren als een instantane schok, dus als een schok ineens zonder tussenstappen. De afdekking van het renterisico blijft dan ook in de gehele schok hetzelfde en wordt dus niet gedurende de schok aangepast conform de rentestaffel. Verder wordt verondersteld dat de andere beleggingen onveranderd blijven. De aandelenkoersen variëren hierbij tussen de -20% en +20%. De rente varieert tussen -1,5% en +1,5% ten opzichte van het renteniveau op het einde van de maand.

Rente -1,50% -1,00% -0,50% 0,00% 0,50% 1,00% 1,50%
Aandelen              
20% 142,7 145,8 148,8 151,9 154,9 158,0 161,1
10% 137,5 140,2 142,9 145,6 148,3 151,0 153,7
0% 132,4 134,7 137,1 139,4 141,7 144,0 146,3
-10% 127,2 129,2 131,2 133,2 135,1 137,1 139,0
-20% 122,1 123,7 125,3 126,9 128,5 130,1 131,6

5.9 Verslag van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Douwe Egberts

Belanghebbendenorgaan Pensioenkring Douwe Egberts

Het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Douwe Egberts is per 1 april 2018 ingesteld. Dat is de datum waarop Pensioenkring Douwe Egberts van start is gegaan. Daarmee is 2025 het zevende volledige verslagjaar voor Pensioenkring Douwe Egberts.

Samenstelling van het belanghebbendenorgaan

Het belanghebbendenorgaan bestaat uit de vertegenwoordiging van de geledingen van de gewezen deelnemers enerzijds en de pensioengerechtigden anderzijds. Het belanghebbendenorgaan heeft vier leden, twee namens de pensioengerechtigden en twee namens de gewezen deelnemers.

De eerste zittingstermijn van Menno Vink als lid namens de gewezen deelnemers liep op 1 juli 2025 af. Menno heeft zich herkiesbaar gesteld en is herkozen voor een tweede zittingstermijn.

De samenstelling van het belanghebbendenorgaan is per de datum van publicatie van het jaarverslag 2025 als volgt:

  • Menno Vink (voorzitter) – namens de gewezen deelnemers
  • Louis Haring (secretaris) – namens de pensioengerechtigden
  • Willem Krul – namens de gewezen deelnemers
  • Stef van Leeuwe – namens de pensioengerechtigden

Met het oog op continuïteit in de vertegenwoordiging van pensioengerechtigden en gewezen deelnemers heeft het belanghebbendenorgaan aspirant-leden die een opleiding volgen op pensioen-gebied en als toehoorder betrokken zijn bij de vergaderingen van het belanghebbendenorgaan. 

Eind 2024 is Jan Schets aspirant-lid namens de pensioengerechtigden geworden. In het kader van de vertegenwoordiging namens de gewezen deelnemers zal in de nabije toekomst nog nader gekeken worden naar de wenselijkheid voor het aandragen van een aspirant-lid

Taken en bevoegdheden

De taken en bevoegdheden van het belanghebbendenorgaan worden bepaald door het wettelijk kader, de Code Pensioenfondsen, de statuten en de reglementen van Stap.

Vergaderingen van het belanghebbendenorgaan in 2025

Het belanghebbendenorgaan ontvangt stukken voor vergaderingen, informatie en rapportages over de pensioenkring van het bestuursbureau via een digitale omgeving. Elk (aspirant) lid van het belanghebbendenorgaan is hiervoor geautoriseerd.

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2025 twee keer vergaderd met het bestuur (dit betreft de reguliere vergaderingen). De eerste vergadering vond plaats in mei. Deze vergadering stond in het teken van het jaarverslag 2024. De tweede vergadering vond plaats in november. In deze vergadering zijn met name de onderwerpen beleggingsplan 2026, pensioenreglement 2026, toeslagverlening en het communicatie- en jaarplan 2026 van de pensioenkring behandeld. In beide vergaderingen met het bestuur is opnieuw ook veel aandacht geweest voor de Wet toekomst pensioenen (Wtp), de kostenbeheersing en verdere groei van Stap.

In mei 2025 heeft het belanghebbendenorgaan één keer overleg gevoerd met de raad van toezicht (dit betreft de reguliere vergadering). Aan de hand van de jaarverslagen en de zelfevaluatierapporten van beide organen is een open gesprek gevoerd over de gang van zaken bij Stap en de voorbereiding op de implementatie van de Wtp. Hierbij is o.a. stilgestaan bij de wijze van verantwoording door de raad van toezicht, de risicobeheersing, de tijdsdruk door de voorbereiding op de transitie en de succession planning bij het bestuur en de raad van toezicht.  

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2025 acht eigen vergaderingen gehouden. Naast de vijf reguliere BO-vergaderingen waren er drie extra vergaderingen ingepland die in het teken stonden van de Wtp. Bij alle vergaderingen was een delegatie van het bestuursbureau aanwezig. Daarnaast heeft het belanghebbendenorgaan, indien gewenst, onderling overleg.

In de eigen vergaderingen zijn de vergaderingen met het bestuur voorbereid. Verder zijn onder meer de volgende onderwerpen behandeld:

  • evaluatie van het beleggingsbeleid en de rente-afdekking
  • zelfevaluatie van het belanghebbendenorgaan
  • de Wtp (zie aparte paragraaf hierover)
  • de rapportages van Pensioenkring Douwe Egberts over onder andere vermogensbeheer, risicomanagement, uitvoeringsdashboard, en sleutelfunctionarisrapportages


Verslag over 2025

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2025 goedkeuring verleend aan de volgende voorstellen van het bestuur ten aanzien van Pensioenkring Douwe Egberts:

  • De opzet van de zelfevaluatie van het belanghebbendenorgaan onder begeleiding van een externe partij 
  • vergaderplanning 2026
  • het beleggingsplan 2026
  • het jaarplan 2026 en de begroting 2026 van de pensioenkring

Voor wat de Wtp betreft heeft het belanghebbendenorgaan goedkeuring verleend aan de volgende voorgenomen besluiten van het bestuur:

  • vul- en uitdeelregels van de solidariteitsreserve in het kader van het invaardossier
  • deelbesluiten beleggingsbeleid SPR inclusief ‘de-risken’ (en daarmee het totale beleggingsbeleid SPR) in het kader van het invaardossier
  • toedeelregels in het kader van het invaardossier
  • evenwichtigheidsweging van de transitie-effecten (en daarmee het besluit tot invaren) en de gerichte vermogenstoedeling voor de oudste cohorten van de doelgroep pensioengerechtigden in het kader van het invaardossier

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2025 positief advies gegeven over de volgende voorstellen van het bestuur ten aanzien van Pensioenkring Douwe Egberts:

  • het jaarverslag en de financiële opstelling over 2024
  • de Actuariële- en Bedrijfstechnische Nota (ABTN) 2025
  • het pensioenreglement en reglementsfactoren 2026
  • het communicatiejaarplan 2026

In de eigen vergaderingen van het belanghebbendenorgaan zijn de maand- en kwartaalrapportages en de risicorapportages van de pensioenkring behandeld. Het belanghebbendenorgaan heeft in de eigen vergaderingen verdiepende vragen gesteld naar aanleiding van deze rapportages. Deze zijn naar tevredenheid door het bestuursbureau van Stap beantwoord.

Beoordeling en bevindingen

De beoordeling en bevindingen hebben betrekking op het verslagjaar 2025. Het belanghebbendenorgaan heeft over deze periode het volgende oordeel en bevindingen.

Financieel

De financiële markten waren volatiel, maar ook veerkrachtig  in 2025. Per saldo liep de beleidsdekkingsgraad in 2025 op. De rekenrente (RTS) steeg in 2025 van 2,21% naar 3,13%, het beleggingsrendement bedroeg 2,1% negatief. Per saldo steeg de dekkingsgraad van 133,3% naar 139,4%. De beleidsdekkingsgraad steeg van 134,1% naar 136,7%.

De jaarlijkse uitvoeringskosten zijn, na indexatie, gestegen tot € 5,3 miljoen, waarvan de kosten voor fiduciair beheer en vermogensbeheer € 3,8 miljoen bedragen. Deze kosten zijn relatief gedaald in verhouding tot de toename van het beheerd vermogen.

In 2025 bedragen de kosten die samenhangen met de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp 0,4 miljoen.

Toeslagverlening

Maatstaf voor de toeslagverlening is de ontwikkeling van de afgeleide Consumenten Prijs Index (CPI). Per september 2025 is deze uitgekomen op 3,16%. Conform het toeslagbeleid en rekening houdende met de TBI-grens, is een volledige toeslag van 3,16% verleend. Daarnaast was de beleidsdekkingsgraad hoger dan de TBI-grens en zodoende was er ruimte om inhaaltoeslagen toe te kennen. Deze inhaaltoeslag was van toepassing voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden. Deelnemers die op het moment van toeslagverlening nog in dienst bij de werkgever waren hebben geen toeslag gemist en voor hen geldt dit dan ook niet. De gemiste toeslag per 1 januari 2017 van 0,36% en de gemiste toeslag van 1 januari 2018 van 0,34% zijn alsnog volledig toegekend. Verder bleek dat er ook nog een deel van de gemiste toeslag van 1 januari 2019 kon worden toegekend en dit ging om 0,14%. In totaal ging het om 0,84% inhaaltoeslag voor een deel van de deelnemers van de pensioenkring. Het belanghebbendenorgaan heeft kennisgenomen van het toeslagbesluit.

Operationeel

In 2024 is het traject voor de opvolging van mevrouw Schaap opgestart en eind 2025 is bekend geworden dat zij per 1 januari 2026 opgevolgd zou worden door de heer De Munnik. Daarnaast is Mevrouw Van Loon in 2025 toegetreden als lid van de raad van toezicht. De heer Dorresteijn was al lid van de raad van toezicht en heeft de heer Moors opgevolgd als voorzitter. 

Net als in 2024 heeft het bestuursbureau in 2025 een projectmanager voor Wtp ingehuurd.

In 2025 voldeed de snelheid van de beantwoording van deelnemersvragen door TKP Pensioen niet altijd aan de gestelde norm. Hetzelfde geldt voor de telefonische bereikbaarheid voor deelnemers van TKP Pensioen. Bij de bespreking van de kwartaalrapportages tijdens de overlegvergaderingen is hier aandacht aan besteed en er is toegelicht dat de dienstverlening van TKP in de basis op orde is en dat er voor de normoverschrijding plausibele verklaringen zijn.

Stap is in 2016 opgericht door TKP Pensioen en Aegon Asset Management met als doel ten minste kostendekkend te opereren. Voor de toekomstbestendigheid van Stap is het essentieel om actief pensioenfondsen te benaderen voor een overstap naar Stap. Dit is noodzakelijk om kostendekkend te blijven en te voorkomen dat de kosten in de toekomst worden doorberekend aan de bestaande kringen. Stap heeft geen winstoogmerk. Deze plannen zijn met het belanghebbendenorgaan gedeeld, en wij hebben er vertrouwen in dat de plannen succesvol worden gerealiseerd. 

Een nieuwe ontwikkeling daarbij is dat op 23 april 2026 Het Nederlandse Pensioenfonds (HNPF) en Stap hun voornemen kenbaar hebben gemaakt te willen gaan fuseren. 

Het vertrouwen van het belanghebbendenorgaan in Stap en de externe dienstverleners blijft onverminderd hoog.  

Beleggingen

Het totale beleggingsrendement in 2025 bedroeg negatief 2,1%. De aandelenportefeuille heeft in 2025 een positief resultaat laten zien, maar door de stijgende rentes zijn de obligaties en de gehedgde posities in waarde gedaald. Het belegd vermogen is afgenomen van € 1.794 miljoen naar € 1.682 miljoen. 

In november is het beleggingsbeleid geëvalueerd. Het belanghebbendenorgaan heeft hierbij aangegeven vast te willen houden aan de toeslagambitie en het streven naar inhaaltoeslagen. Geconcludeerd werd dat de neutrale risicohouding passend is bij deze ambitie, gelet op de actuele macro-economische omstandigheden. Wat betreft het strategisch beleid heeft het belanghebbendenorgaan goedkeuring verleend aan een verruiming (binnen de grenzen van de risicohouding) van de strategische bandbreedtes om vroegtijdig te kunnen starten met voorsorteren op de Wtp. De vaste afdekking van het renterisico is onveranderd gebleven op 100% om de dekkingsgraad van de pensioenkring te beschermen tot het invaarmoment.

In het kader van Maatschappelijk Verantwoord Beleggen heeft het bestuur onze beleggingsportefeuille afgezet tegenover het “de-carbonisatie pad” dat nodig is om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen. Dankzij de overgang naar een SRI-variant van de aandelenportefeuille en een meer actief beheer van de bedrijfsobligaties loopt de pensioenkring voor op dat pad.

Wet toekomst pensioenen (Wtp)

Tijdens de vergaderingen van het belanghebbendenorgaan en tijdens vergaderingen met het bestuur van Stap is uitvoerig over de Wtp-aanpak gesproken en het proces dat daarbij hoort. In 2025 heeft het belanghebbendenorgaan zelf drie extra vergaderingen gehouden die helemaal in het teken stonden van de Wtp. Bij één van deze vergaderingen was een delegatie van het bestuur en een delegatie van de raad van toezicht aanwezig. Het belanghebbendenorgaan heeft een uitgangspuntennotitie opgesteld op basis waarvan de beoordeling van het invaardossier is uitgevoerd. Het bestuur heeft het transitieplan beoordeeld op uitvoerbaarheid en evenwichtigheid en op basis daarvan is besloten de opdracht tot uitvoering van het plan te aanvaarden. 

De beoogde ingangsdatum voor invaren in het nieuwe pensioenstelsel voor onze kring was voorgesteld op 1 januari 2027, dit is vervolgens aangepast naar 1 oktober 2026. Het belanghebbendenorgaan is in het traject door Stap meegenomen. Documenten en analyses zijn gedeeld en er zijn drie extra overlegvergaderingen georganiseerd die in het teken stonden van het invaardossier. Begin november 2025 heeft het belanghebbendenorgaan goedkeuring gegeven aan het besluit tot invaren. Het invaardossier is vervolgens begin november 2025 door Stap bij DNB ingediend.

Themamiddagen

In februari en september hebben leden van het belanghebbendenorgaan deelgenomen aan door Stap georganiseerde themamiddagen. Op beide themamiddagen is ruim aandacht gegeven aan de Wtp en de ‘lessons learned’ met betrekking tot de eerste pensioenkring van Stap die per 1 mei 2025 heeft ingevaren in het nieuwe stelsel, namelijk Holland Casino. Daarnaast waren o.a. de werkwijze van het bestuursbureau, de rollen en bevoegdheden van belanghebbendenorganen bij transitie, klantsignalen & klant feedback management en de jaarlijkse awareness sessie compliance  onderwerpen die eveneens aan de orde zijn gekomen.

Zelfevaluatie

Het belanghebbendenorgaan heeft in mei 2025 onder begeleiding van een externe partij de zelfevaluatie over 2024 uitgevoerd. Met behulp van een vragenlijst is onder meer in kaart gebracht in welke aandachtsgebieden de behoefte aan kennisverdieping ligt bij de leden en de onderlinge samenwerking en de samenwerking met het bestuur en het bestuursbureau. In mei zijn de uitkomsten in onderling overleg besproken en vastgesteld. Samengevat luidden de conclusies:

  • het beeld van het functioneren van het BO en de onderlinge samenwerking is goed en positief
  • de samenstelling van het belanghebbendenorgaan is uitgebalanceerd en juist samengesteld qua competenties
  • de relatie met het bestuur is goed en er is sprake van openheid en transparantie. Het belanghebbendenorgaan wordt door het bestuur goed meegenomen in de afwegingen met betrekking tot onderwerpen waar het advies- en goedkeuringsrechten heeft
  • de contacten met de raad van toezicht zijn open en goed

Verslaglegging en verantwoording

Het belanghebbendenorgaan is van mening dat de verslaglegging en het afleggen van verantwoording goed en professioneel geregeld zijn. De maandelijkse verslaglegging en de kwartaalrapportages stellen het belanghebbendenorgaan voldoende in staat het bestuur en de uitvoerders te beoordelen. Ook op het niveau van de pensioenkring wordt periodiek uitvoerig gerapporteerd over risicomanagement. Om piekbelasting te voorkomen blijft het wenselijk, voor zover mogelijk, om vergaderstukken ruim op tijd en indien mogelijk direct, wanneer beschikbaar, aan te leveren.

Communicatie

Het belanghebbendenorgaan is tevreden over de communicatie van Stap met de deelnemers van onze pensioenkring. Wij volgen met belangstelling de verdere ontwikkelingen rond de keuzebegeleiding, zodat op korte termijn aan de nieuwe normen hieromtrent wordt voldaan.  

Voor het komende jaar zijn er bijzondere uitdagingen omtrent de Wtp, waarbij het belangrijk is om de juiste balans te vinden bij de communicatie met de deelnemers over reguliere pensioencommunicatie en de Wtp. Hiertoe is ook een Wtp-communicatieplan opgesteld, zodat de deelnemers tijdig meegenomen kunnen worden in het proces. 

Het totale oordeel

Op grond van het voorgaande komt het belanghebbendenorgaan tot het volgende totale oordeel. Het belanghebbendenorgaan concludeert dat het bestuur en bestuursbureau van Stap professioneel, constructief en transparant opereren. Vooralsnog lijkt het aantal kringen dat Stap bedient goed behapbaar. 

Het vertrouwen van het belanghebbendenorgaan in Stap blijft door de transparante en open houding van het bestuur onverminderd hoog. Wij vertrouwen op voortzetting van onze goede samenwerking in de toekomst.

Utrecht, 7 mei 2026
Belanghebbendenorgaan Pensioenkring Douwe Egberts

Menno Vink (voorzitter)
Louis Haring (secretaris)
Willem Krul
Stef van Leeuwe

Reactie bestuur

Met waardering voor de betrokkenheid van de leden van het belanghebbendenorgaan heeft het bestuur kennis genomen van het verslag van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Douwe Egberts en het positieve oordeel over het in 2025 gevoerde beleid.

Het bestuur bedankt het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Douwe Egberts voor de verrichte werkzaamheden en kijkt er naar uit de constructieve samenwerking met het belanghebbendenorgaan in de toekomst voort te zetten.