Spring naar inhoud

2. Verslag Pensioenkring Eastman

2.1 Kerngegevens

  2025   2024   2023   2022   2021
Aantal deelnemers                  
Actieven en arbeidsongeschikten 244   249   278   546   506
Gewezen deelnemers 745   733   722   534   511
Pensioengerechtigden 150   138   120   113   111
Totaal 1.139   1.120   1.120   1.193   1.128
                   
Dekkingsgraad                  
Beleidsdekkingsgraad 123,9%   120,6%   118,7%   119,1%   114,2%
Feitelijke dekkingsgraad 124,6%   120,1%   118,8%   115,0%   118,7%
Minimaal vereiste dekkingsgraad 104,1%   104,1%   104,1%   104,2%   104,2%
Vereiste dekkingsgraad 115,3%   114,9%   114,8%   114,8%   114,3%
                   
Financiële positie (in € 1.000)                  
Pensioenvermogen 178.151   196.630   182.637   167.800   228.233
Technische voorzieningen risico pensioenkring * 136.034   157.343   146.760   138.870   184.458
Herverzekeringsdeel technische voorzieningen 1.293   1.836   2.355   2.204   1.585
Voorziening operationele kosten 5.601   4.486   4.612   4.890   6.184
Eigen vermogen 35.223   32.965   28.910   21.836   36.006
Minimaal vereist eigen vermogen 5.907   6.732   6.326   6.172   8.131
Vereist eigen vermogen 21.909   24.309   22.731   21.557   27.488
                   
Premies en uitkeringen (in € 1.000)                  
Kostendekkende premie 3.206   2.657   2.848   7.652   7.788
Feitelijke premie 3.326   3.382   3.471   6.340   5.907
Gedempte premie 2.966   2.545   3.333   6.025   5.731
Pensioenuitkeringen 3.569   3.182   2.985   2.684   2.416
                   
Toeslagen                  
Actieven en arbeidsongeschikten 3,16%   2,54%   0,00%   5,80%   1,70%
Gewezen deelnemers en pensioengerechtigden 3,16%   1,10%   0,00%   5,54%   0,25%
Niet toegekende toeslagen actieven en arbeidsongeschikten (cumulatief) 10,77%   10,77%   10,77%   12,33%   2,32%
Niet toegekende toeslagen gewezen deelnemers
en pensioengerechtigden (cumulatief)
15,37%   15,37%   13,74%   15,34%   3,33%
                   
Beleggingsrendement                  
Per jaar -7,8%   7,7%   10,0%   -29,3%   5,2%
                   
Kostenratio`s                  
Pensioenuitvoeringskosten 0,58%   0,29%   0,29%   0,26%   0,19%
Vermogensbeheerkosten 0,54%   0,50%   0,46%   0,46%   0,34%
Transactiekosten 0,07%   0,06%   0,11%   0,07%   0,07%
                   
Gemiddelde duration (in jaren)                  
Actieven en arbeidsongeschikten 22,0   24,1   24,0   23,4   24,9
Gewezen deelnemers 20,2   22,6   22,5   24,4   26,1
Pensioengerechtigden 9,1   9,9   9,6   9,7   10,7
Totaal gemiddelde duration 16,9   19,5   19,6   20,1   22,7
                   
Gemiddelde rekenrente 3,19%   2,13%   2,31%   2,54%   0,58%

2.2 Algemene informatie

Pensioenkring Eastman is vanaf 1 oktober 2016 operationeel. Per die datum zijn de pensioenaanspraken en het vermogen van de voormalige Stichting Pensioenfonds E-Way overgedragen aan Stap Pensioenkring Eastman door middel van een collectieve waardeoverdracht. De werkgever Eastman Chemical B.V. en Stap zijn per 1 oktober 2016 een uitvoeringsovereenkomst aangegaan voor een periode van vijf jaar. Per 1 januari 2020 is de uitvoeringsovereenkomst opengebroken en is er een nieuwe overeenkomst afgesloten voor een periode van vijf jaar. Partijen zijn overeengekomen de uitvoeringsovereenkomst voort te zetten per 1 januari 2025. De uitvoeringsovereenkomst is verlengd voor de periode van één kalenderjaar met eventuele uitloop in relatie tot de transitie naar een Flexibele Pensioen Regeling (FPR).

De samenstelling en zittingstermijnen van het belanghebbendenorgaan zijn op het moment van vaststellen van het jaarverslag als volgt:

Naam lid belanghebbendenorgaan Ingangsdatum zittingstermijn Einddatum 1ste zittingstermijn Einddatum 1ste herbenoeming Laatste termijn
eindigt op
Harold de Kruijf (1969), voorzitter
namens de werkgevers
06-10-2021 01-10-2025 01-10-2029 01-10-2033
Lucy van der Wolf (1963), lid
namens de werkgevers
01-04-2021 01-04-2025 01-04-2029 01-04-2033
Sytze Dijkstra (1968), lid
namens de deelnemers
12-03-2025 01-01-2027 01-01-2031 01-01-2035
Remy Franquinet (1943), lid
namens de pensioengerechtigden
01-10-2016 01-10-2020 01-10-2024 01-10-2028

Het bestuur heeft Sytze Dijkstra op 9 januari 2025 benoemd als lid van het belanghebbendenorgaan namens de werknemers. Hiermee is invulling gegeven voor de in het jaar daarvoor ontstaande openstaande vacature. 

Het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Eastman heeft in 2025 twee keer overleg gehad met het bestuur. In mei 2025 stond het overleg in het teken van het jaarverslag 2024 en het tweede overleg heeft in november 2025 plaatsgevonden. Daarin zijn diverse onderwerpen zoals het beleggingsplan 2026, het jaarplan 2026, de toeslagverlening per 31 december 2025, het communicatiejaarplan 2026 en het pensioenreglement 2026 behandeld. Naast de vergaderingen met het bestuur heeft het belanghebbendenorgaan in 2025 zeven eigen vergaderingen gehouden en in november 2025 een overleg gehad met de raad van toezicht. Bij de eigen vergaderingen was een delegatie van het bestuursbureau aanwezig.

2.3 Pensioenparagraaf

Kenmerken regeling

De belangrijkste kenmerken van de regeling luiden als volgt:

Pensioenregeling De pensioenregeling is een zogeheten Collective Defined Contribution (CDC) regeling. Het is een voorwaardelijke middelloonregeling met voorwaardelijke toeslagen. Wanneer de premie in enig jaar niet toereikend is om de beoogde regeling te financieren, dan wordt het opbouwpercentage van de voorwaardelijke middelloonregeling in het betreffende jaar aangepast. De pensioenregeling heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst.
Pensioenleeftijd Leeftijd 68 jaar
Toetredingsleeftijd Leeftijd 18 jaar
Pensioengevend salaris 13 maal het door de deelnemer overeengekomen maandsalaris en de overeengekomen vakantie-uitkering.
Franchise € 18.475 (2025), volgt de verhoging van het prijsindexcijfer.
Pensioengrondslag De pensioengrondslag bedraagt het pensioengevend salaris minus de franchise. Voor de vaststelling van de pensioengrondslag bedraagt het pensioengevend salaris vermeerderd met de ploegentoeslag op jaarbasis, op voltijdsbasis niet meer dan het op de datum van vaststelling van de pensioengrondslag geldende maximale pensioengevend loon in de zin van artikel 18ga van de Wet op de loonbelasting 1964.
Opbouwgrensbedrag Het deel van het pensioengevend salaris waarover een aanspraak op ouderdomspensioen wordt opgebouwd. Het opbouwgrensbedrag bedraagt een vast bedrag dat niet jaarlijks wordt geïndexeerd.

Het opbouwgrensbedrag bedraagt per 1 januari 2025 € 55.000.
Opbouwpercentage ouderdomspensioen Het beoogd opbouwpercentage is 1,875% (2025).
Het feitelijk opbouwpercentage is 1,875% (2025).
Partnerpensioen Voor ieder deelnemersjaar 1,313% van de pensioengrondslag en ploegenpensioengrondslag zoals die voor dat betreffende deelnemersjaar is vastgesteld.
Wezenpensioen 20% van het partnerpensioen.
Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid Bij arbeidsongeschiktheid wordt de pensioenopbouw geheel of gedeeltelijk voortgezet, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Ontwikkelingen in aantallen deelnemers

In onderstaande tabel is een mutatieoverzicht opgenomen met de ontwikkelingen in het deelnemersbestand.

Deelnemers Actief Ingegaan OP/NP Ingegaan WzP Gewezen Totaal
Per 31 december 2024 249 130 8 733 1.120
Bij 26 16 0 34 76
Af 31 4 0 22 57
Per 31 december 2025 244 142 8 745 1.139

Financieringsbeleid

De werkgever betaalt een premie als vast percentage van de som van de volledige pensioengevende salarissen in dat jaar. Deze premie is de totale premie voor twee pensioenregelingen die volgen uit de pensioenovereenkomst, zijnde de voorwaardelijke middelloonregeling ondergebracht bij Stap in Pensioenkring Eastman en de beschikbare premieregeling ondergebracht bij een andere pensioenuitvoerder. Deze premieperiode is tot op het moment van overgang naar de Wtp vastgesteld op 21% van de som van de volledige pensioengevende salarissen (inclusief de ploegentoeslaggrondslag). De aan Stap te betalen premie is de vaste premie na aftrek van de premie voor de beschikbare premieregeling.

Feitelijke premie

De werkgever draagt, met inachtneming van het daartoe bepaalde in de uitvoeringsovereenkomst, jaarlijks aan Stap de vaste premie na aftrek van de premie voor de beschikbare premieregeling af voor de pensioenaanspraken in de voorwaardelijke middelloonregeling. Wanneer de premie in enig jaar niet toereikend is om de beoogde regeling te financieren, zal het opbouwpercentage van de voorwaardelijke middelloonregeling in het betreffende jaar naar rato worden aangepast. 

Gedempte premie

Om conform de Pensioenwet te toetsen in hoeverre de feitelijke premie voldoet aan de wettelijke eisen, hanteert de pensioenkring een gedempte premie. De berekening van de gedempte premie is gebaseerd op een verwacht rendement op basis van het huidige strategische beleggingsbeleid. Hierbij geldt dat het rendement op vastrentende waarden gelijk is aan de rentetermijnstructuur van 30 september 2023. Voor de risicopremies zijn de hoogtes (meetkundig) gelijk gesteld aan de maximale rendementsparameters zoals vastgesteld in artikel 23a van het Besluit FTK en geldend per 1 juli 2023. De curve is verlaagd voor de inflatie op basis van de minimale verwachtingswaarde van de prijsinflatie (2,0%) en het ingroeipad zoals deze door De Nederlandsche Bank is gepubliceerd op 6 oktober 2023. De curve geldt voor de periode 1 januari 2024 tot uiterlijk 1 januari 2029 (of de eerdere transitiedatum naar het nieuwe pensioenstelsel).

Kostendekkende premie

Naast de gedempte premie wordt jaarlijks ook de kostendekkende premie bepaald. De kostendekkende premie wordt op dezelfde grondslagen berekend als de gedempte premie, met uitzondering van de rekenrente. Bij de kostendekkende premie wordt de actuele rentetermijnstructuur gebruikt zoals deze door DNB gepubliceerd wordt per 31 december van het voorafgaande jaar.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen voor Pensioenkring Eastman bedraagt 0,2% van het beheerde pensioenvermogen. Dit weerstandsvermogen is het vermogen dat Stap volgens het bepaalde bij of krachtens de Pensioenwet ten minste moet aanhouden als vermogen om de bedrijfsrisico’s te dekken. Het weerstandsvermogen maakt geen deel uit van het vermogen van de pensioenkring.

Voor het weerstandsvermogen geldt een wettelijk voorgeschreven minimum en maximum. Doorlopend wordt getoetst of het aanwezige weerstandsvermogen hieraan voldoet. Daarbij vastgestelde overschotten en tekorten van het weerstandsvermogen die het gevolg zijn van het behaalde positieve of negatieve rendement op het vermogen van Pensioenkring Eastman, komen ten goede aan respectievelijk ten laste van het behaalde bruto rendement op het vermogen van Pensioenkring Eastman.

Klachten en geschillen

Luisteren naar deelnemers en daarnaar handelen biedt kansen om onze dienstverlening structureel te blijven verbeteren. Hierbij volgen we de geactualiseerde versie (september 2024) van de Gedragslijn Goed omgaan met Klachten. Een vorm van zelfregulering waarmee leden van de Pensioenfederatie hebben vastgelegd wat het basisniveau is van hoe we als pensioenfondsensector willen omgaan met klachten. In 2025 hebben we ons ingezet op verdere professionalisering van klachtenmanagement met als belangrijk resultaat dat we 94% scoorden op de naleving van de Gedragslijn Goed omgaan met klachten – ruim boven de sectornorm van 84%.

We hanteren de wettelijke bredere definitie van een klacht: elke uiting van ontevredenheid van een persoon gericht aan de pensioenuitvoerder. Dat betekent dat uitingen van ongenoegen die via verschillende kanalen bij ons binnenkomen worden beschouwd als een klacht. Stap ziet ieder klantsignaal en ieder contact met een persoon waaruit blijkt dat niet is voldaan óf juist wel is voldaan aan de verwachtingen als een kans. Dit vraagt om een werkwijze waarbij alle klantsignalen structureel worden vastgelegd en geanalyseerd om mogelijke verbeterrichtingen te bepalen. Op basis van prioritering wordt vervolgens besloten welke signalen worden opgepakt en uitgewerkt tot een verbeterinitiatief. Door daarna terug te koppelen aan bijvoorbeeld deelnemers, werkgevers, medewerkers of melders over wat er met hun signaal is gedaan (of waarom niet), wordt de feedbackloop gesloten.

Met onze werkwijze sluiten wij aan bij de verwachtingen van de deelnemers en werkgevers. Bovendien is het fonds zo goed in staat om verwachtingen en vragen van deelnemers over het nieuwe stelsel goed vast te leggen en om te zetten. Zowel in 2024 als 2025 waren er voor Pensioenkring Eastman geen klachten over de nieuwe pensioenregeling (toepassing wet- en regelgeving: invaren, transitie).

In onderstaand schema staan de aantallen klachten, geëscaleerde klachten en geschillen over 2025 toebedeeld aan een aantal vaste rubrieken zoals beschreven in de gedragslijn. Een geëscaleerde klacht is een klacht die niet in één keer, naar tevredenheid van de klant, is opgelost. Klachten die niet in onderling overleg worden opgelost, kunnen uitmonden in een geschil. Geschillen kunnen door de deelnemer worden voorgelegd aan de Geschillen Instantie Pensioenfondsen (waarbinnen de deelnemer kan kiezen voor bemiddeling door de Ombudsman of beslechting) of de burgerlijke rechter.

De tabel hieronder toont de AFM-rubrieken. In 2025 zijn 2 klachten afgehandeld. Onze pensioenuitvoeringsorganisatie gebruikt daarnaast een uitgebreidere classificatielijst voor meer detail en beter inzicht in alle klantsignalen.

Onderwerp Klachten Geëscaleerde klachten Geschillen
Afgehandelde klachten 2025 per onderwerp:      
- service en klantgerichtheid 0 0 0
- behandelingsduur 0 0 0
- informatieverstrekking 2 0 0
- deelnemersportaal 0 0 0
- keuzebegeleiding 0 0 0
- pensioenberekening en -betaling 0 0 0
- registratie werknemersgegevens/datakwaliteit 0 0 0
- toepassing wet- en regelgeving: algemeen 0 0 0
- toepassing wet- en regelgeving: invaren, transitie 0 0 0
- financiële situatie 0 0 0
- duurzaamheid 0 0 0
- overig 0 0 0
Totaal 2 0 0

Op basis van de uitkomsten hebben we onder andere de volgende verbetering doorgevoerd: 

Verduidelijking partnerpensioen bij pensioenaanvraag
Informatie over klantcontacten was verspreid over meerdere systemen en kanalen waardoor een samenhangend beeld ontbrak. Door uiteenlopende classificaties was het combineren en analyseren van data ingewikkeld. Rapportages over deelnemersvragen en deelnemersklachten kostten veel tijd en leverden beperkte inzichten op.

Oplossing
Er is één uniforme indeling gemaakt, waarbij de classificatie gekoppeld is aan producten, diensten (PDC) en klantreizen. De integratie van sentimentanalyse en klantsignalen zorgt voor rijkere inzichten in de behoeften en ervaringen van deelnemers.

Verder voert onze pensioenuitvoeringsorganisatie een periodieke meting uit naar de klanttevredenheid over de behandeling van klachten (de Klanttevredenheidsmonitor ‘Ik heb een klacht’). Deze meting wordt vier keer per jaar verstuurd naar aanleiding van een uiting van onvrede of een ingediende klacht en bevat onder meer vragen over de tevredenheid van de deelnemer over onze reactie of geboden oplossing en het algehele klachtenproces. Voor Stap komt de gemiddelde tevredenheid over 2025 (Q1–Q3) uit op een 7,0 op een 10-puntsschaal. Op basis van deze metingen ontstaat het beeld dat de tevredenheid over de klachtbehandeling wisselend is en dat er ruimte is voor verbetering in de ervaren afhandeling van klachten, waarbij de uitkomsten mede moeten worden bezien in het licht van het in sommige gevallen beperkte aantal ingevulde vragenlijsten.

2.4 Vermogensbeheer

Beleggingsmix

In onderstaande tabellen zijn de actuele en strategische beleggingsmix per ultimo 2025 en 2024 opgenomen. De beleggingen voor het premiedepot zijn in de tweede tabel separaat weergegeven.

    2025     2024  
  in € miljoen Actuele
mix
in %
Strategische
mix
in %
in € miljoen Actuele
mix
in %
Strategische
mix
in %
Aandelen 52,9 30,0 29,0 59,7 30,9 29,0
Ontwikkelde markten afgedekt 21,3 12,1 12,0 24,5 12,7 12,0
Ontwikkelde markten onafgedekt 21,4 12,1 12,0 25,6 13,2 12,0
Opkomende markten 10,2 5,8 5,0 9,6 5,0 5,0
Vastrentende waarden * 113,0 70,0 71,0 119,5 69,1 71,0
Bedrijfsobligaties Europa 16,4 9,3 8,5 15,9 8,2 8,5
Bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials) 15,8 9,0 8,5 15,3 7,9 8,5
Hypotheken Nederland 40,4 22,9 20,0 40,2 20,7 20,0
Green Bonds 5,6 3,2 3,0 5,4 2,8 3,0
Staatsleningen opkomende markten 7,7 4,4 4,0 7,7 4,0 4,0
Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties 27,2 15,4   35,0 18,1  
Liquiditeiten 50,7 28,7 27,0 38,3 19,8 27,0
Overlay -40,3 -22,9   -23,9 -12,4  
Interest Rate Swap -40,3 -22,9   -23,9 -12,4  
Totaal **/*** 176,3 100,0 100,0 193,6 100,0 100,0

Beleggingsmix premiedepot / indexatiedepot

    2025 (Pemiedepot)     2024 (Indexatiedepot)  
  in € miljoen Actuele
mix
in %
Strategische
mix
in %
in € miljoen Actuele
mix
in %
Strategische
mix
in %
Liquiditeiten 0,9 100,0 100,0 0,0 100,00 100,00
Totaal 0,9 100,0 100,0 0,0 100,00 100,00

In december 2025 is het beleggingsplan 2026 vastgesteld. Het beleggingsplan 2026 heeft als ingangsdatum 1 januari 2026.

Ten opzichte van het beleggingsplan 2025 zijn er voor het beleggingsplan 2026 geen wijzigingen in de strategische allocatie van de beleggingen aangebracht.

Resultaten beleggingen

In onderstaande tabellen worden de beleggingsresultaten van 2025 weergegeven.

Cijfers in % Pensioenkring * Benchmark Relatief Bijdrage aan totaal rendement
Aandelen 5,9 6,7 -0,9 1,6
Aandelen opkomende markten
(MM Global Emerging Markets Fund)
11,6 17,8 -6,2 0,6
Aandelen wereldwijd afgedekt
(MM World Equity Index SRI Fund - EUR)
9,0 8,6 0,5 1,0
Aandelen wereldwijd
(MM World Equity Index SRI Fund)
0,5 0,1 0,4 0,0
Vastrentende waarden 0,3 -1,7 2,0 0,1
Bedrijfsobligaties Europa
(MM Euro Credit ESG Fund)
3,3 3,0 0,3 0,3
Bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials)
(MM Global Credit Ex Financials Fund)
3,4 3,4 0,1 0,3
Hypotheken Nederland
(MM Dutch Mortgage Fund)
1,4 -1,6 2,9 0,3
Green Bonds wereld (MM Global Green Bond Fund) 3,0 2,6 0,3 0,1
Staatsleningen opkomende markten
(MM Emerging Market Debt Fund)
12,6 11,5 1,2 0,5
Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties -7,4 -7,4 0,0 -1,3
Totaal exclusief liquiditeiten en overlay 2,1 0,7 1,4 1,8
Liquiditeiten       0,1
Totaal overlay       -10,2
Interest Rate Swap       -10,2
Totaal ** -7,9     -7,9

Beleggingsresultaten premiedepot

Cijfers in % Pensioenkring Benchmark Relatief Bijdrage aan totaal rendement
Liquiditeiten 2,0 2,2 -0,3 2,0
Totaal 2,0 2,2 -0,3 2,0

Toelichting resultaten beleggingen 2025

In deze paragraaf wordt ingegaan op de behaalde rendementen van de pensioenkring (1).

De belangrijkste bijdragen aan het rendement en de meest opvallende relatieve en absolute rendementen worden hierna toegelicht.

(1) Voor de meeste beleggingscategorieën wordt passief belegd. Doordat de benchmark geen rekening houdt met transactiekosten is het rendement van de passief beheerde beleggingsfondsen, als gevolg van de transactiekosten, meestal iets lager dan de gehanteerde benchmark.

Toelichting resultaten aandelen

Door de stijging van de aandelenmarkt droeg de categorie aandelen met 1,6%-punt positief bij aan het totaal rendement. Het MM World Equity Index SRI Fund - EUR had met 1,0%-punt de grootste positieve bijdrage aan deze beleggingscategorie.

Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen in aandelen is opgenomen in hoofdstuk 13.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.

Toelichting resultaten vastrentende waarden

Vastrentende waarden droegen 0,1%-punt bij aan het totaal rendement. Het MM Emerging Market Debt Fund leverde met 0,5%-punt de grootste positieve bijdrage bij aan deze beleggingscategorie. De portefeuille met discretionaire nominale staatsobligaties leverde met -1,3%-punt de grootste negatieve bijdrage aan deze beleggingscategorie.

Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen in vastrentende waarden is opgenomen in hoofdstuk 13.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.

Toelichting resultaten overlay

De overlay, bestaande uit renteswaps, heeft voornamelijk als doel om de dekkingsgraad van de pensioenkring te beschermen tegen financiële risico’s en droeg in de verslagperiode -10,2%-punt bij aan het rendement.

De renteswaps hadden met -10,2%-punt een negatieve bijdrage aan het totale beleggingsresultaat. De feitelijke afdekking van het renterisico is in 2025 verhoogd van 77,5% naar 100%, waarbij de verplichtingen qua looptijd meer zijn afgedekt aan het korte eind van de rentecurve ten opzichte van het lange eind. De te betalen floating rente van de renteswaps leidde tot een positieve bijdrage vanwege de lagere kortetermijn rente. Dit effect was kleiner dan het negatieve rendement op de swaps als gevolg van de fors gestegen swaprente in 2025.

Attributie analyse

De attributie geeft een nadere verklaring van de behaalde out-performance over een bepaalde periode. Dit wordt verklaard door twee elementen:

  • allocatie: out-performance behaald door meer/minder te beleggen (alloceren) in categorieën die het relatief beter/slechter doen ten opzichte van het totaal
  • selectie: out-performance behaald door binnen de beleggingscategorie bepaalde beleggingen te kiezen die een out-performance behalen ten opzichte van hun respectievelijke benchmark
Attributie beleggingscategorieën eind 2025    
Cijfers in % * Allocatie effect Selectie effect
Aandelen 0,1 -0,2
Vastrentende waarden 0,7 0,7
Totaal 0,8 0,5

Het positieve relatieve rendement wordt met name veroorzaakt door het selectie effect. Het MM Dutch Mortgage Fund zorgde voor de grootste positieve bijdrage aan het selectie effect, namelijk met 0,6%-punt.

Uitvoering MVB-beleid

Het maatschappelijk verantwoord beleggen beleid van Stap staat beschreven in hoofdstuk 1.5 Beleggingen. Hieronder wordt de uitvoering van dit beleid beschreven die specifiek van toepassing is voor de pensioenkring.

Screening en engagement

Eind 2025 werd met 12 bedrijven, waarin de pensioenkring via de MM-beleggingsfondsen belegt, een dialoog gevoerd. Het voeren van de dialoog heeft Stap uitbesteed aan Aegon AM. Dit betreft 12 bedrijven die niet of mogelijk niet voldoen aan één of meerdere principes van de UN Global Compact, zoals opgenomen in onderstaande tabel:

Mensenrechten Milieu Corruptie
10 2 0

De resultaten van alle engagement trajecten worden in de volgende tabel voor 12 bedrijven weergegeven. Hiervoor wordt een mijlpalenaanpak gehanteerd.

Mijlpaal 1 Mijlpaal 2 Mijlpaal 3 Mijlpaal 4
1 5 6 0

De mijlpalen houden het volgende in:

  • mijlpaal 1: probleem aangestipt, een bedrijf heeft nog geen reactie gestuurd
  • mijlpaal 2: reactie van een bedrijf ontvangen
  • mijlpaal 3: bedrijf heeft aangegeven bereid te zijn om een probleem op te willen lossen en heeft concrete vervolgstappen genomen
  • mijlpaal 4: doelstelling van de engagement bereikt

Uitsluitingen

De pensioenkring belegt in multi-manager beleggingsfondsen beheerd door Aegon AM. Voor deze fondsen is een uitsluitingsbeleid van toepassing zoals beschreven in hoofdstuk 1.5 Beleggingen.

Stemmen

De uitgebrachte stemmen worden in onderstaande tabel per thema weergegeven. Hierbij wordt tevens aangegeven of er afwijkend van het stemadvies van de onderneming en/of het stemadviesbureau is gestemd.

Thema Overname Kapitaal-structuur Bestuur Reorganisatie & fusies Mensen-rechten Bedrijfs-specifiek Compensatie Overig
Uitgebrachte
stemmen
43 473 4.126 188 15 1.592 669 83
Afwijkend van
management
onderneming
0 29 262 28 10 72 105 34
Afwijkend van advies
stemadviesbureau
0 0 0 0 0 0 0 0

Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen
In de rapportageperiode is bij 6 Nederlandse ondernemingen afwijkend van de aanbeveling van het management gestemd.

Voor de belangrijkste stemmingen wordt hierna benoemd waarom er tegen de aanbeveling van het management van de Nederlandse ondernemingen is gestemd:

  • er is tegen het remuneratiebeleid gestemd, omdat deze als buitensporig en niet marktconform wordt bestempeld
  • bij een onderneming is er tegen het langetermijn beloningspakket gestemd, omdat deze onvoldoende onderworpen was aan prestatiedoelstellingen
  • er is tegen de voorgestelde (her)benoeming van enkele bestuurders gestemd, omdat dit niet in lijn is met good practices voor de samenstelling van het bestuur op het vlak van diversiteit en/of onafhankelijkheid

2.5 Kostentransparantie

Het onderstaande overzicht is opgesteld conform de Aanbeveling Uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie. Mede op basis van deze aanbevelingen is een deel (30% van de exploitatiekosten) van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer gealloceerd naar de kosten voor vermogensbeheer. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.

  2025 2024 2025 2024
Soort kosten % * % *
Uitvoeringskosten pensioenbeheer 1.076 569 0,58 0,29
Kosten vermogensbeheer 1.007 931 0,54 0,50
Transactiekosten 132 118 0,07 0,06
Totaal ** 2.215 1.619 1,19 0,86

De hierboven vermelde kosten zijn uitgedrukt in een percentage van het gemiddeld belegd vermogen in het betreffende jaar en worden in de volgende paragrafen nader uitgesplitst en toegelicht.

Uitvoeringskosten pensioenbeheer

Deze kosten betreffen de kosten voor pensioenbeheer en de exploitatie van Stap. De wijziging van het weerstandsvermogen wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.

  2025 2024 2025 2024
Soort kosten % * % *
Administratiekostenvergoeding 614 305 0,33 0,17
Administratiekostenvergoeding meerwerk 77 14 0,04 0,01
Exploitatiekosten 408 339 0,22 0,18
Overige kosten 139 15 0,08 0,01
Allocatie naar kosten vermogensbeheer -162 -104 -0,09 -0,06
Totaal ** 1.076 569 0,58 0,31

De administratiekostenvergoeding is in 2025 toegenomen als gevolg van de jaarlijkse indexatie. Deze bedroeg 7,18% voor 2025. Daarnaast zijn er kosten gemaakt voor de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp door TKP (211). De administratiekostenvergoeding meerwerk bestaat in 2025 uit een vergoeding voor aanvullende dienstverlening. Deze is voornamelijk gestegen door kosten voor DORA, WDO en klantsignalen.

De exploitatiekosten betreffen kosten die vanuit de pensioenkring worden betaald aan Stap voor governance. Deze kosten bestaan uit een vaste vergoeding voor Stap, kosten voor de werkzaamheden door de onafhankelijk accountant en de certificerend actuaris, kosten voor de actuariële functie, kosten voor adviserend actuaris, kosten voor het toezicht door AFM en DNB, kosten voor de Pensioenfederatie en Eumedion, kosten die samenhangen met voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp door Stap en kosten van het belanghebbendenorgaan. Een deel (30%) van de exploitatiekosten wordt toegerekend aan de kosten vermogensbeheer. De exploitatiekosten zijn in 2025 toegenomen. De kosten zijn vooral toegenomen door de stijging van de vaste vergoeding voor Stap, de kosten van het toezicht door DNB en de kosten van het belanghebbendenorgaan.

Onder overige kosten zijn bankkosten, kosten voor communicatie-uitingen en kosten voor de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp door externe adviseurs opgenomen. De overige kosten zijn in 2025 toegenomen door een stijging van de kosten voor de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp door externe adviseurs.

Kosten per deelnemer

De uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde zijn in de volgende tabel weergegeven.

  2025 2024
Uitvoeringskosten pensioenbeheer    
Totale uitvoeringskosten pensioenbeheer ( in € 1.000) 1.076 569
Uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde in € * 2.731 1.468

De kosten per deelnemer zijn ten opzichte van 2024 op totaalniveau met 89% gestegen door de toename van de totale uitvoeringskosten pensioenbeheer. Deze kosten zijn met name toegenomen als gevolg van de jaarlijkse indexatie (2025: 7,18%) en door de eenmalige kosten voor de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp (372), extra vergoeding exploitatiekosten Stap (80) en de eenmalige vergoedingen voor de implementatie van DORA/Regie op klantsignalen/WDO (26).

Voor de kosten per deelnemer/pensioengerechtigden is geen benchmark opgenomen, omdat de meerwaarde van het laten uitvoeren van een benchmark niet opweegt tegen de vergoeding die daarvoor gevraagd wordt. Daarnaast worden de kosten per deelnemer tot de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel beïnvloed door de eenmalige kosten die hiervoor in de uitvoeringskosten pensioenbeheer zijn opgenomen.

Kosten vermogensbeheer

Het bedrag van 1.007 betreft alle door de pensioenkring betaalde kosten vermogensbeheer (direct en indirect).

  2025 2024
Kosten vermogensbeheer
Directe kosten vermogensbeheer 765 669
Indirecte kosten vermogensbeheer (ten laste van beleggingsresultaat) 242 262
Totale kosten van vermogensbeheer 1.007 931

De directe kosten vermogensbeheer bestaan uit de volgende posten:

  • dienstverlening integraal balansbeheerder
    • beheervergoeding: dit is een vaste beheervergoeding voor het operationeel vermogensbeheer per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie
    • vergoeding advies, administratie en rapportage: dit is de vergoeding voor de integrale dienstverlening conform de uitbestedingsovereenkomst
  • overige directe kosten: dit betreft onder andere bankkosten en custody-kosten
  • allocatie van de exploitatiekosten van Stap die betrekking hebben op vermogensbeheer

De hoogte van de directe kosten vermogensbeheer (765) wijkt af van de weergave in de financiële opstelling (791). Een deel van deze directe kosten vermogensbeheer betreffen transactiekosten (24) en deze zijn hierna in de paragraaf Transactiekosten verantwoord. Daarnaast wordt een deel van de overige kosten (2) bij de vermogensbeheerder hier onder indirecte kosten verantwoord. De verschillen tussen de financiële opstelling en het bestuursverslag betreffen verschuivingen in de weergave en hebben geen invloed op het totaal aan kosten vermogensbeheer.

De indirecte kosten vermogensbeheer bestaan uit kosten die worden gemaakt binnen de onderliggende beleggingsfondsen. Deze bestaan uit de volgende posten:

  • beheervergoeding externe managers: dit is een (basis) vergoeding per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie
  • performance fee externe managers: dit is een prestatieafhankelijke vergoeding voor het verslaan van de benchmark door een externe manager
  • overige kosten: dit betreft onder andere de vergoeding van de bewaarbank, administratiekosten, accountantskosten en juridische kosten

De kosten vermogensbeheer worden gerapporteerd in euro’s en als percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen. De volgende tabel geeft dit per beleggingscategorie weer. Het aandeel aan geschatte kosten is beperkt. De schattingen zijn gebaseerd op opgaven van externe managers van kosten in onderliggende beleggingsstructuren.

  2025 2024 2025 2024
Categorie beleggingen % * % *
Aandelen 52 52 0,03 0,03
Vastrentende waarden 188 207 0,10 0,11
Overig 605 568 0,33 0,31
Totaal 845 827 0,46 0,45
Allocatie vanuit pensioenbeheer 162 104 0,09 0,06
Totaal ** 1.007 931 0,54 0,50

De kosten vermogensbeheer zijn als percentage van het gemiddeld belegd vermogen in 2025 0,04%-punt hoger dan in 2024 (0,50%). De stijging van de kosten vermogensbeheer is voornamelijk het gevolg van de hogere allocatie van de exploitatiekosten van Stap die betrekking hebben op het vermogensbeheer, welke de gedaalde prestatieafhankelijke vergoedingen binnen de portefeuille met vastrentende waarden geheel teniet heeft gedaan.

Transactiekosten

Deze kosten betreffen de toe- en uittredingsvergoedingen van de beleggingsfondsen, de transactiekosten van discretionaire portefeuilles en de derivatentransacties. Deze kosten zijn in het gerapporteerde rendement verwerkt.

Transactiekosten in beleggingsfondsen zijn wel onderdeel van het rendement, maar worden niet apart gespecificeerd. De transactiekosten zijn als volgt bepaald:

  • aandelen: op basis van directe transactiekosten zoals commissie en belastingen en indirecte kosten zoals spread en marktimpact. Indien deze kosten niet aanwezig zijn, worden deze vastgesteld op basis van schattingen
  • vastrentende waarden en derivaten: van vastrentende waarden zijn de transactiekosten slechts bij benadering vast te stellen. Deze kosten zijn niet zichtbaar bij aan- en verkopen, maar zijn een impliciet onderdeel van de spread tussen bied- en laatkoersen. Binnen deze fondsen worden de transactiekosten geschat op basis van de gemiddelde spread gedurende het jaar en de som van aan- en verkopen

De (geschatte) transactiekosten, waaronder ook de kosten voor toe- en uittreding vallen, worden gerapporteerd in euro’s en als een percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen.

  2025 2024 2025 2024
Categorie beleggingen % * % *
Aandelen 42 30 0,02 0,02
Vastrentende waarden 64 66 0,03 0,04
Derivaten 26 23 0,01 0,01
Totaal ** 132 118 0,07 0,06

In bovenstaande kosten is een bedrag van 7 (2024: 1) begrepen voor toe- en uittredingskosten van de pensioenkring. Het restant betreft werkelijke en geschatte transactiekosten van de beleggingen.

De transactiekosten in 2025 zijn 0,01%-punt hoger dan vorig jaar (2024: 0,06%). Deze lichte stijging is voornamelijk het gevolg van de hogere kosten in de categorie aandelen. Dit kan worden verklaard doordat er binnen de beleggingsfondsen van deze categorie meer transactiekosten gemaakt zijn ten opzichte van vorig jaar.

Beleggingskosten en relatie rendement, risico en kosten

De totale kosten vermogensbeheer in 2025 bedroegen 0,54% van het gemiddeld belegd vermogen. Van deze totale kosten bestaat 0,00%-punt (afgerond; 2024: 0,02%-punt) uit prestatieafhankelijke vergoedingen. Een deel van de beleggingsportefeuille wordt namelijk actief beheerd, met als uitgangspunt dat actief beheer voor de geselecteerde beleggingscategorieën op termijn een hoger rendement oplevert.

Het gerealiseerd relatief rendement op de actieve beleggingen was in 2025 negatief, waardoor de actieve beleggingen niet hebben bijgedragen aan een hoger rendement.

Op totaalniveau is het actief risico in de beleggingsportefeuille beperkt. De ex-ante tracking error bedraagt eind 2025 0,2% op jaarbasis. Een tracking error van 0,2% geeft aan dat de kans dat het rendement van de portefeuille met maximaal 0,2% afwijkt van het rendement van de benchmark ongeveer 66,7% is. Er is ongeveer 5% kans dat de portefeuille met meer dan 0,4% (twee maal de tracking error) afwijkt van de benchmark.

Om het effect van de kosten in relatie tot het totale rendement van de pensioenkring te duiden, geeft onderstaande grafiek weer welke kosten onderdeel uitmaken van het gerapporteerde rendement van de pensioenkring en welke kosten hier buiten vallen. Ter vergelijking worden hierbij de cijfers over het voorgaande boekjaar getoond.

Toelichting grafiek:  
Netto rendement Rendement na kosten binnen en buiten de beleggingen
Kosten niet in gerapporteerd rendement Kosten die buiten de beleggingsportefeuille om betaald zijn
Gerapporteerd rendement Gerapporteerd rendement van de beleggingen
Kosten in gerapporteerd rendement Kosten binnen de beleggingen (vermogensbeheer en transactiekosten)
Bruto rendement Rendement zonder het effect van kosten

Uitvoeringskosten en oordeel bestuur

Het bestuur van Stap vindt kostenbeheersing belangrijk. Daarom streeft het bestuur naar een acceptabel kostenniveau in verhouding tot de kwaliteit van de uitvoering en besteedt het bestuur aandacht aan de beheersing van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer en vermogensbeheer.

Jaarlijks wordt voor de pensioenkring een begroting opgesteld. De realisatie van de uitvoeringskosten wordt door het bestuursbureau gemonitord via de maand- en kwartaalrapportages van pensioenbeheer en vermogensbeheer. Op basis van de kwartaalrapportages en via een evaluatie van de uitbestedingsovereenkomsten wordt tevens de kwaliteit van de uitvoering gemonitord.

Het bestuur heeft de uitvoeringskosten beoordeeld en vastgesteld dat deze verklaarbaar en acceptabel zijn in het licht van de gemaakte afspraken.

2.6 Financiële positie en herstelplan (FTK)

Dekkingsgraden

In 2025 is de rentetermijnstructuur (RTS) gestegen, waardoor de technische voorzieningen (TV) van de pensioenkring zijn gedaald. De rente heeft in 2025 een positief effect gehad op de ontwikkeling van de dekkingsgraad. Een negatief beleggingsrendement van -7,9% zorgde daarentegen voor een daling van de feitelijke dekkingsgraad. Uiteindelijk is de feitelijke dekkingsgraad in 2025 gestegen van 120,1% naar 124,6%.

De beleidsdekkingsgraad is in 2025 gestegen van 120,6% naar 123,9% en is hoger dan de dekkingsgraad behorend bij het vereist vermogen van 115,3%. Daarmee is ultimo 2025 sprake van een toereikende solvabiliteit. Eind 2025 bedraagt de dekkingsgraad op basis van marktrente 124,6%. De dekkingsgraad op basis van marktrente wordt bepaald door het pensioenvermogen te delen door de TV op marktwaarde.

Dekkingsgraad- en renteniveaus    
Cijfers in % 2025 2024
Beleidsdekkingsgraad 123,9 120,6
Feitelijke Dekkingsgraad 124,6 120,1
Dekkingsgraad op basis van marktrente 124,6 120,1
Reële dekkingsgraad 89,7 89,2
Minimaal vereiste dekkingsgraad 104,1 104,1
Vereiste dekkingsgraad 115,3 114,9
Rekenrente vaststelling TV  3,19  2,13

Herstelplan

De pensioenkring hoefde in 2025 geen herstelplan in te dienen, omdat de beleidsdekkingsgraad (120,6%) per 31 december 2024 hoger lag dan de dekkingsgraad die hoorde bij het vereist vermogen per 31 december 2024 (114,9%). Daardoor had Pensioenkring Eastman eind 2024 geen reservetekort. 

De situatie is eind 2025 ongewijzigd, omdat de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2025 (123,9%) hoger ligt dan de vereiste dekkingsgraad per 31 december 2025 (115,3%).

Minimaal vereist vermogen

Indien de beleidsdekkingsgraad gedurende vijf achtereenvolgende jaren (6 peilmomenten) lager is dan het vermogen dat hoort bij het minimaal vereist vermogen, dienen de pensioenaanspraken en –rechten te worden gekort. Dit betreft de korting op basis van de maatregel minimaal vereist eigen vermogen (de zogenoemde MVEV-korting). Het korten is hierbij onvoorwaardelijk, maar mag worden verdeeld over (maximaal) 10 jaar.

Ultimo 2025 is de beleidsdekkingsgraad (123,9%) hoger dan de dekkingsgraad die hoort bij het minimaal vereist vermogen (104,1%). De MVEV-korting is per 31 december 2025 voor Pensioenkring Eastman daarom niet aan de orde.

Toekomst Bestendig Indexeren (TBI)

Vanuit het wettelijk kader is toekomstbestendigheid het uitgangspunt voor toeslagverlening. Dit houdt onder meer in dat het beschikbare vermogen boven een beleidsdekkingsgraad van 110,0% bepalend is om een bepaalde toeslag levenslang toe te kunnen kennen. De levenslange toeslag wordt bepaald op grond van het verwachte gemiddelde toekomstige consumentenprijsindexcijfer voor alle bestedingen (afgeleid). De grens voor Toekomst Bestendig Indexeren (TBI) is de grens waarop de pensioenkring op basis van toekomstbestendige toeslagverlening de volledige toeslag kan toekennen. Deze grens was voor Pensioenkring Eastman per 30 september 2025 gelijk aan 139,7%.

Toeslagbeleid

Het toeslagbeleid van Pensioenkring Eastman is voorwaardelijk. De toeslag op de pensioenaanspraken en -rechten van de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden wordt gebaseerd op de wijziging van het consumentenprijsindexcijfer voor alle huishoudens(afgeleid). Dit wordt bepaald aan de hand van de wijziging van de index over de maand september voorafgaande aan de toeslagverlening en de maand september van het daaraan voorafgaande jaar. Een negatieve inflatie (deflatie) zal niet leiden tot een neerwaartse aanpassing. Het toeslagpercentage zal alsdan gesteld worden op 0. Het streven is een realistisch toeslagbeleid op basis van het consumentenprijsindexcijfer alle bestedingen (afgeleid). Het beleid is erop gericht om op de lange termijn circa 75% van de stijging van de prijsindex door middel van toeslagen te compenseren.

Per 31 december 2025 is een toeslag verleend van 3,16% (2024: 2,54%) aan de actieve deelnemers van Pensioenkring Eastman. Aan de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden is een toeslag verleend van 3,16% (2024: 1,10%). De toeslag van 3,16% bestaat uit 1,46% reguliere toeslag en 1,70% uit de aanvullende bijzondere maatregel. 

Richtlijnen voor toeslagen

Voor het toeslagbeleid van Pensioenkring Eastman worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • het toeslagbeleid is voorwaardelijk en is afhankelijk van het behaalde beleggingsrendement op lange termijn. Dit komt tot uitdrukking in de hoogte van de beleidsdekkingsgraad van de pensioenkring. Met behaald beleggingsrendement wordt bedoeld het beleggingsrendement dat resteert na de toevoeging aan de technische voorzieningen van het benodigde rendement en de wijziging van de rentetermijnstructuur. Dit rendement wordt jaarlijks verwerkt via het eigen vermogen van de pensioenkring. De te verlenen toeslag is daarmee in feite afhankelijk van de beleidsdekkingsgraad (BDG) op enig moment.
  • toeslagen worden gegeven op grond van een toekomstbestendige toeslagverlening. Dit houdt in beginsel het volgende in:
    • bij een BDG die lager is dan 110% worden er geen toeslagen verleend
    • bij een BDG boven de TBI-grens kan de volledige toeslag worden gegeven
    • bij een BDG tussen de 110% en de TBI-grens kan een toeslag worden gegeven die naar verwachting in de toekomst te realiseren is (ongeveer naar rato) 
  • de BDG wordt bepaald door het gemiddelde van de feitelijke dekkingsgraden te nemen over de afgelopen 12 maanden De BDG per 30 september is leidend voor de bepaling van de toeslag
  • de TBI-grens wordt jaarlijks bepaald door het vermogen vast te stellen wat nodig is boven een BDG van 110% om een levenslange samengestelde toeslag conform het ambitieniveau te geven
  • inhaaltoeslagen kunnen gegeven worden indien de BDG hoger is dan de TBI-grens en het vereist vermogen
  • het bestuur heeft de discretionaire bevoegdheid om binnen de wettelijke grenzen van de berekende toeslag af te wijken

Inhaaltoeslag

De verjaringstermijn van niet verleende toeslagen is vijf jaar. Hierbij wordt de periode voor toetreding tot Stap meegenomen. Wanneer de BDG boven de TBI-grens uitkomt, mag  20% van het vermogen boven deze grens gebruikt worden voor het ongedaan maken van kortingen en of het inhalen van gemiste toeslagen. Het inhalen van een eventuele indexatieachterstand over de direct voorafgaande periode van vijf jaar en herstel van kortingen zal als volgt worden toegepast:

  • volledige toeslagverlening
  • herstel van kortingen
  • inhaal van indexatieachterstand

2.7 Actuariële paragraaf

Het verloop van de technische voorzieningen werd voor een groot deel bepaald door de bewegingen van marktrentes, beleggingsrendementen en de verleende toeslagen.

In onderstaande tabel staat een analyse van het actuariële resultaat. Hierbij worden de actuariële uitgangspunten van de pensioenkring vergeleken met de werkelijke actuariële ontwikkelingen over het verslagjaar. De bedragen wijken af van de bedragen in de jaarrekening, die boekhoudkundig zijn bepaald.

(bedragen x € 1.000)    
Categorie resultaat 2025 2024
Resultaat op beleggingen -19.777 7.924
Resultaat op wijziging RTS 28.599 -3.338
Resultaat op premie -153 -60
Resultaat op waardeoverdrachten 59 68
Resultaat op kosten 0 -25
Resultaat op uitkeringen -8 -6
Resultaat op kanssystemen -248 890
Resultaat op toeslagverlening -5.041 -1.408
Resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen -1.189 -21
Resultaat op andere oorzaken 16 31
Totaal saldo van baten en lasten 2.258 4.055

Toelichting actuarieel resultaat

In 2025 zijn de volgende belangrijke effecten in het actuarieel resultaat te onderscheiden. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.

Beleggingen

Onder beleggingsrendementen worden verstaan:

  • alle directe en indirecte beleggingsopbrengsten inclusief kosten van het vermogensbeheer
  • de benodigde intresttoevoeging aan de technische voorzieningen. Deze wordt vastgesteld aan de hand van de eerstejaars ‘spot rate’ uit de door DNB gepubliceerde RTS per jaar aan de start van de analyseperiode

Het resultaat op beleggingen in het boekjaar bedraagt -19.777. Voor een gedetailleerde onderbouwing van dit resultaat is uitgebreid ingegaan in het hoofdstuk ‘Vermogensbeheer’. Het resultaat op de beleggingen draagt in 2025 negatief bij aan de dekkingsgraad

Wijziging rentetermijnstructuur (RTS)

De RTS ultimo 2025 ligt gemiddeld boven de RTS per ultimo 2024. Dit heeft geleid tot een afname van de technische voorzieningen en dus tot een positief resultaat. Het resultaat hiervan bedraagt 28.599.

Premie

In 2025 is de opbouw van pensioenverplichtingen gefinancierd op basis van een doorsneepremie van 17,0% van de totale pensioengevende salarissen (na aftrek van de premie voor de elders verzekerde beschikbare premieregeling). Deze premie ligt boven het niveau van de kostendekkende premie (zie ook “Kostendekkende premie“). Het resultaat op premie bedraagt -153.

Kanssystemen

Aan het vaststellen van de technische voorzieningen liggen kanssystemen ten grondslag. De belangrijkste zijn sterfte en arbeidsongeschiktheid. Het resultaat op kanssystemen bedraagt -248.

Toeslagverlening

In het boekjaar is een toeslag verleend van 3,16% aan de actieven en arbeidsongeschikten, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van Pensioenkring Eastman. Het resultaat op toeslagverlening in het boekjaar bedraagt -5.041.

Overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen

Het resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen bedraagt -1.189. Dit resultaat wordt veroorzaakt door het aanpassen van de partnerfrequenties (95), de opslag voor het wezenpensioen (-46) en de wijziging van de kostenvoorziening (-1.236). Het overige kleine verschil (-2) wordt veroorzaakt door het toevoegen van OP65 (tijdelijk hoog) en OP67 (tijdelijk hoog) groepen.

Kostendekkende premie

De kostendekkende premie bestaat uit een actuarieel benodigde premie voor de pensioenopbouw, de risicodekkingen voor overlijden en arbeidsongeschiktheid en de opslag voor uitvoeringskosten.

In de volgende tabel is een overzicht met de premies opgenomen. De kostendekkende premie is berekend op basis van de rentetermijnstructuur. De gedempte premie is gebaseerd op de rendementscurve die is vastgesteld met het verwacht rendement op basis van het strategisch beleggingsbeleid en daarna gecorrigeerd is voor inflatie. Deze curve geldt voor de periode 1 januari 2024 tot uiterlijk 1 januari 2029 (of de eerdere transitiedatum naar het nieuwe pensioenstelsel). De solvabiliteitsopslag is gelijk aan het vereist vermogen gebaseerd op het strategische beleggingsbeleid. Als peildatum voor het vereist vermogen geldt het jaareinde van het jaar voorafgaand aan het gerapporteerde verslagjaar.

Premie voor risico pensioenkring        
(bedragen x € 1.000)   Premie
RTS
Premie
gedempt
Premie
feitelijk
Actuarieel benodigde premie voor inkoop
onvoorwaardelijke onderdelen van de regeling
regulier 1.649 829 1.745
  risicopremie
overlijden
176 176 176
Opslag voor toekomstige uitvoeringskosten   48 24 58
De risicopremie voor WIA-excedent en premievrijstelling bij invaliditeit   130 130 130
Solvabiliteitsopslag   246 124 260
Actuarieel benodigde premie voor inkoop voorwaardelijke
onderdelen van de regeling
  0 726 0
Toetswaarde premie   2.249 2.009 2.369
         
Overige premie        
Directe uitvoeringskosten   957 957 957
Totaal   3.206 2.966 3.326

De pensioenkring voldoet aan de eis dat de feitelijke premie minimaal gelijk moet zijn aan de gedempte premie. 

Vereist vermogen

Het vereist vermogen is gebaseerd op het strategisch beleggingsbeleid en is vastgesteld op 115,3%. Indien het vereist vermogen bepaald zou zijn op basis van de actuele beleggingen is deze 114,1%.

2.8 Risicoparagraaf

Bij het bepalen van het beleid en het nemen van belangrijke besluiten maakt het bestuur een afweging tussen risico, rendement en beheersing van de risico’s. Daarbij heeft het bestuur bovendien grenzen (risicobereidheid) gedefinieerd aan de omvang van de risico’s. Het beleid is vastgelegd in de ABTN van de pensioenkring. In 2025 zijn geen wijzigingen aangebracht in de risicobereidheid van de pensioenkring.

Integraal risicomanagement

In het hoofdstuk integraal risicomanagement van Stap is de beschrijving van het integraal risicomanagement op instellingsniveau opgenomen. Deze beschrijving is van toepassing op alle pensioenkringen. 

Doelstellingen en risicobereidheid

Op het niveau van de pensioenkringen zijn specifieke doelstellingen voor de pensioenkringen bepaald. Hierbij is een verdeling gemaakt naar financiële en niet-financiële doelstellingen. Om deze doelstellingen te behalen is per pensioenkring de risicobereidheid bepaald. In onderstaande tabel wordt de risicobereidheid voor de doelstellingen op het niveau van de pensioenkring weergegeven. Voor de risicobereidheid bij de doelstellingen op het niveau van Stap wordt verwezen naar het hoofdstuk integraal risicomanagement. 

Doelstelling niveau pensioenkring Risicobereidheid Pensioenkring Eastman
Financiële doelstellingen  
Verantwoorde pensioenopbouw binnen de pensioenkring. De minimale premiedekkingsgraad van Pensioenkring Eastman voldoet aan de afspraken die zijn gemaakt met de sociale partners (opdrachtaanvaarding).

Behoud nominale aanspraken binnen de pensioenkring. Risicobereidheid korte termijn:
De risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van het vereist eigen vermogen (VEV). Deze is gelijk aan 14% met een bandbreedte tussen 10% en 18%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode.

Streven naar waardevast houden van pensioenrechten.

Specifiek voor Pensioenkring Eastman is dit vertaald naar: een voorwaardelijke toeslagambitie van 75% van de maatstaf. De maatstaf wordt vastgesteld als de procentuele jaarstijging van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) alle huishoudens (afgeleid) per 30 september.
Risicobereidheid korte termijn:
Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van VEV. Deze is gelijk aan 14% met een bandbreedte tussen 10% en 18%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode.

Risicobereidheid lange termijn:
Passend binnen de gestelde grenzen uit de aanvangshaalbaarheidstoets. Gebaseerd op de voorgeschreven uitgangspunten en parameters van de haalbaarheidstoets (hierna: “HBT”) is een drietal beleidskaders geformuleerd:
• vanuit de financiële positie waarbij aan het VEV wordt voldaan, is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit de HBT gelijk aan 90%
• vanuit de actuele financiële positie is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit de HBT gelijk aan 91%
• vanuit de actuele financiële positie is de afwijking van het pensioenresultaat in het slechtweerscenario (5e percentiel) ten opzichte van he verwacht pensioenresultaat (mediaan) maximaal 29%

Niet-financiële doelstellingen  
Adequate communicatie.

Specifiek voor Pensioenkring Eastman is dit vertaald naar:
• een proactieve en inzichtelijke deelnemerscommunicatie zodat deelnemers bewust zijn van hun pensioeninkomen en in staat zijn naar eigen inzicht keuzes te maken over hun pensioen
• kennis en inzicht verschaffen aan de werkgever voor een passende arbeidsvoorwaarde pensioen

De risicobereidheid is risicoavers. Uitgangspunt is dat alle deelnemers en werkgever juist, volledig en tijdig geïnformeerd worden.

Risico-inschatting en -beheersing

Zoals in het hoofdstuk integraal risicomanagement is benoemd identificeert en beoordeelt het bestuur van Stap de risico's van Stap en de pensioenkringen op een gestructureerde wijze met een Risico Self Assessment (RSA). De geïdentificeerde risico's worden door het bestuur kwalitatief beoordeeld voor de kans dat deze risico’s zich manifesteren, alsmede voor de impact die deze risico’s hebben op het behalen van de doelstellingen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar het bruto risico, het netto risico en de risico reactie. Zo wordt er inzicht verkregen in de risico's die Stap loopt, welke beheersmaatregelen zijn genomen en de effectiviteit daarvan, evenals in de beheersmaatregelen die nog genomen moeten worden of gewenst zijn.

Voor boekjaar 2025 is de RSA eind 2025 uitgevoerd op het niveau van Stap en op het niveau van de pensioenkringen. De RSA betreft alle risico´s die Stap onderscheidt. Daaronder zijn de Systematische Integriteitrisicoanalyse (SIRA) en het risico self assessment voor ICT (RSA ICT) als bijzondere aandachtsgebieden begrepen.

Risico's met mogelijke impact op financiële positie pensioenkring

Elke pensioenkring heeft te maken met financiële risico’s om haar doelstellingen behalen. Het bestuur is van mening dat door het inzetten van effectieve beheersmaatregelen de impact op een ongunstige gebeurtenis wordt verkleind. 

Voor de belangrijkste financiële en niet-financiële risico’s wordt in hoofdstuk 13.2 Risicoparagraaf pensioenkringen toegelicht wat de impact van deze mogelijk ongunstige gebeurtenissen is op de financiële positie van de pensioenkringen van Stap. Hierna wordt voor (de afdekking van) het renterisico en het marktrisico de specifieke informatie voor de pensioenkring toegelicht.

Matching/Renterisico

Het matching en renterisico is in hoofdstuk 13.2 Risicoparagraaf pensioenkringen toegelicht voor alle pensioenkringen.

Voor de pensioenkring toont de volgende figuur de gerealiseerde afdekking van het renterisico ten opzichte van de strategische afdekking van het renterisico en de ex-ante mate van afdekking van het renterisico, zoals op de laatste dag van de voorgaande maand is vastgesteld. Zichtbaar is dat gedurende 2025 zowel de benchmark voor de afdekking van het renterisico als de werkelijke afdekking van het renterisico zich dicht bij strategische mate van afdekking van het renterisico bevonden. Indien de benchmark voor de afdekking van het renterisico zich buiten de bandbreedte bevindt, worden transacties uitgevoerd om de afdekking van het renterisico bij te sturen naar de strategische mate van de afdekking van het renterisico.

Toelichting grafiek
  • de blauwe balken tonen de ex-ante mate van afdekking van het renterisico (benchmark afdekking) zoals op maandeinde van de voorgaande maand is vastgesteld. In feite is dit de verwachte afdekking van het renterisico gedurende de daaropvolgende maand. De benchmark afdekking van het renterisico wordt bepaald aan de hand van de actuele rentegevoeligheid van renteswaps en beleggingen die een onderdeel zijn van de matching portefeuille en de actuele rentegevoeligheid van de verplichtingen. Deze waarde is weergegeven in de horizontale as
  • de rode horizontale strepen tonen de strategisch gewenste mate van afdekking van het renterisico. De strategische mate van afdekking van het renterisico is afhankelijk van de huidige rentestand. Periodiek wordt gemonitord of de benchmark afdekking van het renterisico zich binnen de bandbreedtes rondom de strategische mate van afdekking van het renterisico bevindt
  • de gele balken tonen de waardeontwikkeling van de vastrentende waarden en renteswaps als gevolg van de rentemutatie (exclusief het spreadrendement)
  • de afdekking van het renterisico wordt maandelijks berekend door de rentegevoeligheid van de beleggingen te delen door de rentegevoeligheid van de verplichtingen

In het kader van het voornemen om in te varen naar het nieuwe pensioenstelsel is gedurende 2025 de mate van feitelijke renterisico-afdekking verhoogd van 77,5% naar 100%. De strategische mate van renterisico-afdekking is gelijk gebleven.

Marktrisico

In hoofdstuk 13.2 Risicoparagraaf pensioenkringen is het marktrisico voor alle pensioenkringen toegelicht.

Scenario's dekkingsgraad voor markt- en renterisico per einde boekjaar

De volgende tabel geeft de gevoeligheid van de dekkingsgraad (op basis van de rentetermijnstructuur inclusief UFR) weer voor het rente- en aandelenrisico waarbij beide risico’s zich gecombineerd voordoen. De actuele portefeuille geldt als uitgangspunt. Dat wil zeggen dat de actuele mate van afdekking van het renterisico wordt gehanteerd. Er wordt verondersteld dat beide risico’s zich manifesteren als een instantane schok, dus als een schok ineens zonder tussenstappen. De afdekking van het renterisico blijft dan ook in de gehele schok hetzelfde en wordt dus niet gedurende de schok aangepast conform de rentestaffel. Verder wordt verondersteld dat de andere beleggingen onveranderd blijven. De aandelenkoersen variëren hierbij tussen de -20% en +20%. De rente varieert tussen -1,5% en +1,5% ten opzichte van het renteniveau op het einde van de maand.

Rente -1,5% -1,0% -0,5% 0,0% 0,5% 1,0% 1,5%
Aandelen              
20% 123,9 126,7 129,4 132,1 134,8 137,4 140,0
10% 121,0 123,5 126,0 128,4 130,7 133,0 135,2
0% 118,2 120,4 122,5 124,6 126,6 128,5 130,4
-10% 115,3 117,2 119,1 120,8 122,5 124,1 125,6
-20% 112,4 114,1 115,6 117,1 118,4 119,6 120,8

2.9 Verslag van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Eastman

Belanghebbendenorgaan Pensioenkring Eastman

Het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Eastman is per 1 oktober 2016 ingesteld. Dat is de datum waarop Pensioenkring Eastman van start is gegaan. 

Samenstelling Belanghebbendenorgaan Pensioenkring Eastman

Het belanghebbendenorgaan bestaat uit vier leden en de leden vertegenwoordigen de geledingen van de werkgever,(gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden. DNB heeft begin 2025 ingestemd met de benoeming en de heer Dijkstra is sinds 12 maart 2025 (op voordracht namens de OR) lid van het belanghebbendenorgaan. Verder hebben er in de loop van het jaar geen verdere wijzigingen plaatsgevonden in de samenstelling van het belanghebbendenorgaan.

De samenstelling van het belanghebbendenorgaan is per de datum van publicatie van het jaarverslag 2025 als volgt:

  • Harold de Kruijf (voorzitter) - namens de werkgever
  • Lucy van der Wolf - namens de werkgever
  • Remy Franquinet – namens de pensioengerechtigden
  • Sytze Dijkstra – namens de deelnemers

Taken en bevoegdheden

De taken en bevoegdheden van het belanghebbendenorgaan worden bepaald door het wettelijke kader, de Code Pensioenfondsen, de statuten en de reglementen van Stap. 

Vergaderingen van het belanghebbendenorgaan in 2025

Het belanghebbendenorgaan ontvangt stukken voor vergaderingen, informatie en rapportages over de pensioenkring van het bestuursbureau via een digitale omgeving. Elk (aspirant) lid van het belanghebbendenorgaan is hiervoor geautoriseerd.

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2025 twee vergaderingen gehad met het bestuur. De eerste vergadering met het bestuur vond plaats in mei. Deze vergadering stond in het teken van het jaarverslag 2024 met de financiële opstelling van Pensioenkring Eastman. De tweede vergadering vond plaats in november. In deze vergadering zijn onderwerpen zoals het beleggingsplan 2026, de pensioenopbouw en premie voor 2026, het pensioenreglement 2026 en reglementsfactoren, de toeslagverlening, het communicatiejaarplan en het jaarplan 2026 van de pensioenkring behandeld. In beide vergaderingen met het bestuur is opnieuw veel aandacht geweest voor de Wet toekomst pensioenen, de kostenbeheersing en verdere groei van Stap.

In november 2025 heeft het belanghebbendenorgaan overleg gevoerd met de raad van toezicht. Aan de hand van de jaarverslagen en de zelfevaluatierapporten van beide organen is een open gesprek gevoerd over de gang van zaken bij Stap en de voorbereiding op de implementatie van de Wtp. Hierbij is o.a. stilgestaan bij de wijze van verantwoording door de raad van toezicht, de risicobeheersing, de tijdsdruk door de voorbereiding op de transitie en de succession planning bij het bestuur en de raad van toezicht

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2025 zes eigen vergaderingen gehad. Bij deze vergaderingen is een delegatie van het bestuursbureau aanwezig geweest. In deze vergaderingen zijn de onderwerpen behandeld die in de vergaderingen met het bestuur op de agenda stonden. Naast de onderwerpen waarvoor het belanghebbendenorgaan goedkeurings- of adviesrechten heeft (separaat vermeld) zijn verder de volgende onderwerpen behandeld:

  • videobellen
  • resultaten campagnes 2024
  • wet toekomst pensioenen 
  • wet digitale overheid
  • relatiecommunicatieplan
  • stap Academy
  • de ALM-studie
  • risicomanagement

In de eigen vergaderingen van het belanghebbendenorgaan zijn verder de maand- en kwartaalrapportages en de risicomanagementrapportages van de pensioenkring behandeld. Het belanghebbendenorgaan heeft in de eigen vergaderingen verdiepende vragen gesteld naar aanleiding van deze rapportages. Deze vragen zijn door het bestuursbureau beantwoord.

Verslag over 2025

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2025 goedkeuring verleend aan de volgende voorstellen van het bestuur ten aanzien van Pensioenkring Eastman:

  • de opzet van de zelfevaluatie van het belanghebbendenorgaan onder begeleiding van een externe partij 
  • het jaarplan en de begroting 2026 van de pensioenkring
  • de pensioenopbouw- en premie voor 2026
  • toeslagverlening 2025 (AMvB)

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2025 positief advies gegeven over de volgende voorstellen van het bestuur ten aanzien van Pensioenkring Eastman:

  • het pensioenreglement per 1 januari 2026 inclusief reglementsfactoren per 1 juli 2026 van de pensioenkring
  • het communicatiejaarplan 2026 van de pensioenkring
  • de Actuariële- en Bedrijfstechnische Nota (ABTN) 2025
  • het jaarverslag en de financiële opstelling van de pensioenkring over 2024

Beoordeling en bevindingen

De beoordeling en bevindingen hebben betrekking op het verslagjaar 2025. Het belanghebbendenorgaan heeft over deze periode het volgende oordeel en bevindingen.

Financieel

De financiële markten waren volatiel maar ook veerkrachtig in 2025. Per saldo liep de beleidsdekkingsgraad in 2025 op. De rekenrente (RTS) steeg in 2025 van 2,13% naar 3,19% en het beleggingsrendement bedroeg 7,9% negatief. Per saldo steeg de dekkingsgraad van 120,1% naar 124,6%. De beleidsdekkingsgraad steeg van 120,6% naar 123,9%.

Beleggingen

Het totale beleggingsrendement in 2025 bedroeg 7,9% negatief. De categorie aandelen droeg 1,6% bij aan het totaalrendement, en de vastrentende waardes 0,1%. Verder leverde de overlay nog een bijdrage van -10,2% en liquiditeiten 0,1%. 

In november is het beleggingsbeleid geëvalueerd. Er was alleen sprake van een aantal operationele aanpassingen, namelijk het herijken van de bandbreedtes van staatsobligaties en het wijzigen van de minimum allocatie naar staatsobligaties.

Toeslagverlening

Maatstaf voor de toeslagverlening is de ontwikkeling van de afgeleide Consumenten Prijs Index (CPI). Per september 2025 is deze uitgekomen op 3,16%. Op basis van de financiële positie per 30 september 2025 kon Pensioenkring Eastman per 31 december 2025 aan alle deelnemers van de pensioenkring een gedeeltelijke toeslag verlenen van 1,46%. Het inhalen van de gemiste toeslagen was niet aan de orde omdat de beleidsdekkingsgraad onder de TBI-grens lag. De onvolledige toeslag is wel verrekend met de toeslagachterstand. Dit is onderdeel van het toeslagbeleid van Pensioenkring Eastman. De maximale cumulatieve achterstand bedroeg daarmee per 31 december 2025 16,19%. Het belanghebbendenorgaan heeft kennisgenomen van het toeslagbesluit. Verder is er door het belanghebbendenorgaan goedkeuring gegeven op het voorgenomen besluit van het bestuur om de AMvB toeslag van 1,7% toe te kennen aan alle deelnemers per 31 december 2025.

Wet toekomst pensioen (Wtp)

Tijdens de vergaderingen van het belanghebbendenorgaan en tijdens vergaderingen met het bestuur van Stap is uitvoerig over de Wtp-aanpak gesproken en het proces dat daarbij hoort. In 2025 is er in de reguliere vergaderingen extra tijd ingeruimd voor de onderwerpen die verband hadden met de Wtp. 

De beoogde ingangsdatum voor invaren in het nieuwe pensioenstelsel voor onze kring was voorgesteld op 1 januari 2026, maar in verband met de issues bij de beoogde pensioenuitvoerder Visma Idella voor de FPR-propositie en de daaropvolgende keuze van Stap voor TKP als uitvoerder voor de FPR-propositie is de transitiedatum verschoven naar 1 juli 2027. Het belanghebbendenorgaan is in het hele traject door Stap meegenomen. In maart 2026 is er door het belanghebbendenorgaan goedkeuring gegeven op het voorgenomen besluit van het bestuur om in te varen. Begin april 2026 is door Stap het invaardossier ingediend bij DNB

Informatie-uitwisseling

Het belanghebbendenorgaan ontvangt informatie en rapportages over de pensioenkring van het bestuursbureau via een eigen digitale vergaderomgeving. Dit betreft onder andere maand- en kwartaalrapportages en per kwartaal een risicomanagementrapportage. Daarnaast ontvangt het belanghebbendenorgaan tenminste maandelijks een nieuwsbrief over de actualiteiten. Deze frequentie wordt verhoogd wanneer hiertoe aanleiding is. Verder hebben de leden van het belanghebbendenorgaan toegang tot SPO-Perform.

In februari en september hebben leden van het belanghebbendenorgaan deelgenomen aan door Stap georganiseerde themamiddagen. Op beide themamiddagen is ruim aandacht gegeven aan de Wtp en de ‘lessons learned’ met betrekking tot de eerste pensioenkring van Stap per 1 mei 2025 heeft ingevaren in het nieuwe stelsel, namelijk Holland Casino. Daarnaast waren o.a. de werkwijze van het bestuursbureau, de rollen en bevoegdheden van belanghebbendenorganen bij transitie, klantsignalen & klant feedback management en de jaarlijkse awareness sessie compliance onderwerpen die eveneens aan de orde zijn gekomen.

Zelfevaluatie

Het belanghebbendenorgaan heeft in mei 2025 onder begeleiding van een externe partij de zelfevaluatie uitgevoerd. Met behulp van een vragenlijst is onder meer in kaart gebracht in welke aandachtsgebieden de behoefte aan kennisverdieping ligt bij de leden en de onderlinge samenwerking en de samenwerking met het bestuur en het bestuursbureau. In mei zijn de uitkomsten in onderling overleg besproken en vastgesteld. Samengevat luidden de conclusies:

  • het beeld van het functioneren van het BO en de onderlinge samenwerking is goed en positief
  • de samenstelling van het belanghebbendenorgaan is goed en juist samengesteld qua competenties. Er wordt gebruikt gemaakt van elkaars (aanvullende) kennis
  • de contacten met het bestuur zijn goed. Het wordt gewaardeerd dat er overleg op inhoud mogelijk is. Er is vertrouwen in de kwaliteit van het bestuur
  • de relatie met de raad van toezicht is goed en ook hier is sprake van vertrouwen in de kwaliteit van de raad van toezicht

Verslaglegging en verantwoording

Het belanghebbendenorgaan is van mening dat de verslaglegging en het afleggen van verantwoording goed en professioneel geregeld zijn. De maandelijkse verslaglegging en de kwartaalrapportages stellen het belanghebbendenorgaan voldoende in staat het bestuur en de uitvoerders te beoordelen.

Vooruitblik

Het BO zal in het komende jaar veel tijd en aandacht gaan besteden aan de voorgenomen WTP transitie van de pensioenkring Eastman naar de nieuw op te richten FPR kring van Stap. De beoogde transitiedatum is 1 juli 2027. Daarnaast dient het BO ook de lopende zaken te waarborgen. 

Het totale oordeel

Op grond van het voorgaande komt het belanghebbendenorgaan tot het volgende totale oordeel.

Zoals ook in de voorgaande jaren heeft het belanghebbendenorgaan de samenwerking met Stap, het bestuur en het bestuursbureau, als constructief en plezierig ervaren. Met name in gevallen waar al of niet ingrijpende veranderingen moesten beoordeeld en/of besloten worden, hebben interne experts het belanghebbendenorgaan goed van aanvullende informatie voorzien en het belanghebbendenorgaan voorgelicht. Binnen het belanghebbendenorgaan is de samenwerking constructief en in goede harmonie verlopen.

Rotterdam, 8 mei 2026

Belanghebbendenorgaan Pensioenkring Eastman

Harold de Kruijf (voorzitter)
Lucy van der Wolf
Remy Franquinet

Sytze Dijkstra

Reactie bestuur

Met waardering voor de betrokkenheid van de leden van het belanghebbendenorgaan heeft het bestuur kennis genomen van het verslag van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Eastman en het positieve oordeel over het in 2025 gevoerde beleid.

Het bestuur bedankt het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Eastman voor de verrichte werkzaamheden en kijkt er naar uit de constructieve samenwerking met het belanghebbendenorgaan in de toekomst voort te zetten.