20.
20.1 Balans per 31 december 2025
(na resultaatbestemming)
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ref. | ||||||||
| ACTIVA | ||||||||
| Beleggingen voor risico Pensioenkring GE Nederland | 1 | |||||||
| Aandelen | 356.008 | 362.381 | ||||||
| Vastrentende waarden | 284.161 | 270.858 | ||||||
| Derivaten | 831 | 13.011 | ||||||
| Overige beleggingen | 45.465 | 28.238 | ||||||
| 686.465 | 674.488 | |||||||
| Herverzekeringsdeel technische voorzieningen | 2 | 1.643 | 2.140 | |||||
| Vorderingen en overlopende activa | 3 | 3.527 | 12.067 | |||||
| Overige activa | 4 | 520 | 731 | |||||
| TOTAAL ACTIVA | 692.155 | 689.426 | ||||||
| PASSIVA | ||||||||
| Algemene reserve Pensioenkring GE Nederland | 5 | 254.015 | 189.903 | |||||
| Technische voorzieningen | ||||||||
| Voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring GE Nederland | 6 | 381.551 | 446.098 | |||||
| Voorziening operationele kosten | 7 | 18.167 | 20.319 | |||||
| Overige voorzieningen | 8 | 22.895 | 26.100 | |||||
| Derivaten | 9 | 14.709 | 6.553 | |||||
| Overige schulden en overlopende passiva | 10 | 818 | 453 | |||||
| TOTAAL PASSIVA | 692.155 | 689.426 | ||||||
20.2 Staat van baten en lasten
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ref. | ||||||||
| BATEN | ||||||||
| Premiebijdragen voor risico Pensioenkring GE Nederland | 11 | 22.365 | 30.695 | |||||
| Beleggingsresultaten risico Pensioenkring GE Nederland | 12 | -19.079 | 49.681 | |||||
| Beleggingsresultaten risico deelnemer | 13 | 0 | 42 | |||||
| Baten uit herverzekering | 14 | -497 | -390 | |||||
| Overige baten | 15 | 47 | 77 | |||||
| TOTAAL BATEN | 2.836 | 80.105 | ||||||
| LASTEN | ||||||||
| Pensioenuitkeringen | 16 | 6.374 | 5.307 | |||||
| Pensioenuitvoeringskosten | 17 | 1.155 | 842 | |||||
| Mutatie technische voorziening | ||||||||
| Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring GE Nederland | 6 | -64.050 | 42.905 | |||||
| Mutatie herverzekeringsdeel technische voorzieningen | 6 | -497 | -390 | |||||
| Mutatie voorziening operationele kosten | 7 | -2.152 | 713 | |||||
| -66.699 | 43.228 | |||||||
| Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico deelnemers | 18 | 0 | -798 | |||||
| Mutatie overige voorzieningen | 19 | -3.205 | -5.279 | |||||
| Saldo herverzekering | 20 | 86 | -670 | |||||
| Saldo overdrachten van rechten | 21 | 1.001 | -50 | |||||
| Overige lasten | 22 | 12 | 3 | |||||
| TOTAAL LASTEN | -61.276 | 42.583 | ||||||
| Saldo van baten en lasten | 64.112 | 37.522 | ||||||
| Bestemming van het saldo van baten en lasten | ||||||||
| Algemene reserve Pensioenkring GE Nederland | 64.112 | 37.522 | ||||||
| Totaal saldo van baten en lasten | 64.112 | 37.522 | ||||||
20.3 Kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de directe methode.
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| KASSTROOM UIT PENSIOENACTIVITEITEN | ||||||||
| Ontvangsten | ||||||||
| Ontvangen premiebijdragen voor risico Pensioenkring GE Nederland |
31.543 | 13.162 | ||||||
| Ontvangen in verband met overdracht van rechten | 1.174 | 987 | ||||||
| Ontvangen uitkeringen van herverzekeraars | 0 | 1.617 | ||||||
| Ontvangst weerstandsvermogen | 2 | 0 | ||||||
| Overige ontvangsten | 53 | 97 | ||||||
| 32.772 | 15.863 | |||||||
| Uitgaven | ||||||||
| Betaalde pensioenuitkeringen | -6.362 | -5.370 | ||||||
| Betaalde premies herverzekering | -379 | -354 | ||||||
| Betaalde pensioenuitvoeringskosten | -1.309 | -1.062 | ||||||
| Afdracht weerstandsvermogen | 0 | -187 | ||||||
| Betaald in verband met overdracht van rechten | -2.175 | -937 | ||||||
| Overige uitgaven | -12 | -3 | ||||||
| -10.237 | -7.913 | |||||||
| Totaal kasstroom uit pensioenactiviteiten | 22.535 | 7.950 | ||||||
| KASSTROOM UIT BELEGGINGSACTIVITEITEN | ||||||||
| Ontvangsten | ||||||||
| Directe beleggingsopbrengsten voor risico Pensioenkring GE Nederland | 3.497 | 347 | ||||||
| Verkopen en aflossingen van beleggingen voor risico Pensioenkring GE Nederland | 106.893 | 106.211 | ||||||
| 110.390 | 106.558 | |||||||
| Uitgaven | ||||||||
| Aankopen beleggingen voor risico Pensioenkring GE Nederland | -111.437 | -112.165 | ||||||
| Betaalde kosten van vermogensbeheer | -772 | -725 | ||||||
| -112.209 | -112.890 | |||||||
| Totaal kasstroom uit beleggingsactiviteiten | -1.819 | -6.332 | ||||||
| Netto kasstroom | 20.716 | 1.618 | ||||||
| Koers-/omrekenverschillen | 0 | 0 | ||||||
| Mutatie liquide middelen | 20.716 | 1.618 | ||||||
| Liquide middelen per 1 januari | -2.237 | -3.855 | ||||||
| Liquide middelen per 31 december | 18.479 | -2.237 | ||||||
| Mutatie liquide middelen | 20.716 | 1.618 | ||||||
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Waarvan: | ||||||||
| Voor risico pensioenkring (4) | 520 | 731 | ||||||
| Binnen de beleggingsportefeuille | 17.959 | -2.968 | ||||||
| Liquide middelen per 31 december | 18.479 | -2.237 | ||||||
| Liquide middelen binnen de beleggingsportefeuille: | ||||||||
| - Cash collateral | 14.278 | -8.468 | ||||||
| - Liquide middelen bij de vermogensbeheerder | 3.681 | 5.500 | ||||||
| Totaal (1) | 17.959 | -2.968 | ||||||
20.4 Toelichting op de financiële opstelling van Pensioenkring GE Nederland
Algemeen
In deze paragraaf wordt ingegaan op de specifieke grondslagen voor waardering van activa en passiva en bepaling van het resultaat voor Pensioenkring GE Nederland. De grondslagen die voor alle pensioenkringen van toepassing zijn, worden toegelicht in 26.1 Grondslagen van waardering en resultaatbepaling.
Grondslagen
Vergelijking met voorgaand boekjaar
De gehanteerde grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande boekjaar, met uitzondering van hetgeen vermeld onder "stelselwijziging".
Stelselwijziging
Op basis van de wijziging in RJ610 voor boekjaar 2025 dient een voorziening te worden genomen voor de operationele kosten. De RJ schrijft voor dat deze voorziening als separate balanspost wordt opgenomen als voorziening operationele kosten als onderdeel van de technische voorziening (RJ 610.244). Op basis van RJ 140.208 dient deze stelselwijziging ook retrospectief toegepast te worden op de cijfers van boekjaar 2024 zoals in dit jaarverslag opgenomen. Zie onderstaande tabel waarin de gemuteerde posten zijn opgenomen met daarin zichtbaar de verwerkingswijze in het jaarverslag van 2024 en de doorgevoerde aanpassing ten behoeve van het jaarverslag 2025.
De stelselwijziging heeft geen gevolgen gehad voor vermogen, resultaat en de dekkingsgraad.
| (bedragen x € 1.000) | Jaarrekening 2024 | Aangepaste vergelijkende cijfers | Mutatie |
|---|---|---|---|
| Voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring GE Nederland | 466.417 | 446.098 | 20.319 |
| Voorziening operationele kosten | 0 | 20.319 | -20.319 |
| 466.417 | 466.417 | 0 |
Schattingswijziging
De financiële opstelling in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW vereist dat het bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten.
De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld.
Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende posten in de financiële opstelling. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.
In 2025 zijn er geen schattingswijzigingen geweest.
Presentatiewijziging
Op basis van de wijziging in RJ610 voor boekjaar 2025 is de uitsplitsing van de mutatie technische voorzieningen in de staat van baten en lasten vervallen. De toelichting op de mutatie technische voorzieningen is in het verloopoverzicht van de voorziening pensioenverplichtingen opgenomen.
De stelselwijziging heeft geen gevolgen gehad voor vermogen, resultaat en de dekkingsgraad.
Grondslagen voor waardering van activa en passiva
Technische voorzieningen
De berekeningen voor de voorziening pensioenverplichtingen zijn uitgevoerd op basis van de volgende actuariële grondslagen en veronderstellingen:
- de voorziening pensioenverplichtingen wordt berekend als de contante waarde van de op de balansdatum opgebouwde pensioenen inclusief de eventueel op 1 januari daaropvolgend toe te kennen verhoging in verband met toeslagverlening
- voor arbeidsongeschikte deelnemers wordt de voorziening pensioenverplichtingen voor het arbeidsongeschikte deel berekend als de contante waarde van de op de pensioendatum in uitzicht gestelde pensioenen bij een tot die datum voortgezette pensioenopbouw
- voor mannen en vrouwen is gebruik gemaakt van de door het Koninklijk Actuarieel Genootschap gepubliceerde Prognosetafel AG2024. Om rekening te houden met het gegeven dat de populatie van de pensioenkring af kan wijken van de totale populatie waarop de prognosetafel gebaseerd, worden leeftijdsafhankelijke correctiefactoren op de sterftekansen toegepast. Deze correctiefactoren zijn in 2024 vastgesteld met het Demographic Horizons™ model van Aon (Aon ervaringssterfte 2024)
- de leeftijd per de berekeningsdatum wordt vastgesteld in maanden nauwkeurig, waarbij de geboortedatum gelijk wordt gesteld aan de 1e dag van de geboortemaand
- de reservering voor partnerpensioen wordt voor pensioendatum bepaald op basis van partnerfrequenties. Na pensioendatum wordt uitgegaan van een bepaalde partner
- het leeftijdsverschil tussen man en vrouw wordt gesteld op 3 jaar
- ter dekking van toekomstige administratiekosten en excassokosten is een separate kostenvoorziening gevormd
- voor het latent wezenpensioen wordt 1,5% van de voorziening pensioenverplichtingen voor het latent nabestaandenpensioen van actieve, premievrije en arbeidsongeschikte deelnemers gereserveerd
- als rekenrente voor de voorziening pensioenverplichtingen wordt de rentetermijnstructuur per 31 december van het betreffende boekjaar zoals die door DNB is gepubliceerd, gehanteerd
Herverzekeringsdeel technische voorzieningen
Uitgaande herverzekeringspremies worden verantwoord in de periode waarop de herverzekering betrekking heeft. Vorderingen uit herverzekeringscontracten op risicobasis worden verantwoord op het moment dat de verzekerde gebeurtenis zich voordoet.
Bij de waardering worden de verzekerde uitkeringen contant gemaakt met de rentetermijnstructuur en de actuariële grondslagen van Pensioenkring GE Nederland. Bij de waardering van de vorderingen wordt rekening gehouden met de kredietwaardigheid van de herverzekeraar (afslag voor kredietrisico).
Vorderingen uit hoofde van winstdelingsregelingen in herverzekeringscontracten worden verantwoord op het moment van toekenning door de herverzekeraar.
Overige voorzieningen
Onder overige voorzieningen zijn de verschillende exit-bijdragen van vertrekkende ondernemingen opgenomen. Deze bedragen betreffen premies voor toekomstige toeslagverlening voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden.
Voor de ondernemingen waarvan een deel van de deelnemers zijn vertrokken geldt dat over een periode van 30 jaar er elk jaar een vrijval ten behoeve van indexatie plaatsvindt vanuit het exit-depot. Voor de ondernemingen die in zijn geheel zijn vertrokken wordt de vrijval vanuit het exit-depot bepaald op basis van de toeslagkoopsom voor inactieven van de vertrokken deelnemers van deze ondernemingen. De vrijgevallen bedragen worden toegevoegd aan het indexatiedepot, indien er geen toeslag wordt verleend.
Grondslagen voor bepaling van het resultaat
Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring GE Nederland
Toeslagverlening
Pensioenkring GE Nederland streeft ernaar de opgebouwde pensioenrechten van de actieve deelnemers jaarlijks aan te passen aan de loonontwikkeling volgens de cao. De toeslagverlening heeft een onvoorwaardelijk karakter voor de actieven en een voorwaardelijk karakter voor de inactieven.
Pensioenkring GE Nederland streeft ernaar de ingegane pensioenen en de premievrije pensioenrechten (gewezen deelnemers) jaarlijks aan te passen aan de ontwikkeling van de prijsindex.
20.5 Toelichting op de balans per 31 december 2025
ACTIVA
1. Beleggingen voor risico Pensioenkring GE Nederland
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Aandelen | 356.008 | 362.381 | ||
| Vastrentende waarden | 284.161 | 270.858 | ||
| Derivaten | 831 | 13.011 | ||
| Overige beleggingen | 45.465 | 28.238 | ||
| Totaal | 686.465 | 674.488 |
| (bedragen x € 1.000) | Aandelen | Vastrentende waarden | Derivaten | Overige beleggingen | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2025 | 362.381 | 270.858 | 6.458 | 28.238 | 667.935 | |||||
| Aankopen | 2.740 | 50.770 | 0 | 57.927 | 111.437 | |||||
| Verkopen | -17.500 | -20.194 | -7.083 | -62.116 | -106.892 | |||||
| Herwaardering | 8.386 | -17.273 | -13.253 | 664 | -21.476 | |||||
| Overige mutaties | 0 | 0 | 0 | 20.752 | 20.752 | |||||
| Stand per 31 december 2025 | 356.008 | 284.161 | -13.878 | 45.465 | 671.756 | |||||
| Schuldpositie derivaten (credit) | 14.709 | |||||||||
| Totaal | 686.465 |
De overige mutaties onder de overige beleggingen bestaan uit toe- en afname van liquide middelen binnen de beleggingsportefeuille en de mutaties binnen de vorderingen en schulden voor de beleggingen, die onder de overige beleggingen worden gepresenteerd.
Het economisch risico van de beleggingen ligt bij Pensioenkring GE Nederland. Het juridisch eigendom van de beleggingen is ondergebracht bij Stap.
| (bedragen x € 1.000) | Aandelen | Vastrentende waarden | Derivaten | Overige beleggingen | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2024 | 305.132 | 267.444 | 11.091 | 23.436 | 607.103 | |||||
| Aankopen | 57.735 | 5.296 | 0 | 49.135 | 112.166 | |||||
| Verkopen | -56.878 | 62 | 545 | -49.100 | -105.371 | |||||
| Herwaardering | 56.392 | -1.943 | -5.178 | 947 | 50.218 | |||||
| Overige mutaties | 0 | 0 | 0 | 3.820 | 3.820 | |||||
| Stand per 31 december 2024 | 362.381 | 270.858 | 6.458 | 28.238 | 667.935 | |||||
| Schuldpositie derivaten (credit) | 6.553 | |||||||||
| Totaal | 674.488 |
Aandelen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Beursgenoteerde en niet beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in aandelen | 356.008 | 362.381 | ||
| Totaal | 356.008 | 362.381 |
Pensioenkring GE Nederland belegt niet in de werkgever.
Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5% van de betreffende beleggingscategorie:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Tesla Inc. | 15.982 | 4,5% | 20.322 | 5,6% | ||||
| Totaal | 15.982 | 4,5% | 20.322 | 5,6% |
Vastrentende waarden
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Obligatiefondsen | 124.763 | 121.595 | ||
| Niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen die beleggen in vastrentende waarden | 101.978 | 92.610 | ||
| Hypothekenfondsen | 57.420 | 56.653 | ||
| Totaal | 284.161 | 270.858 |
De waarde in de Hypothekenfondsen betreffen de beleggingen in het MM Dutch Mortgage Fund.
Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5% van de betreffende beleggingscategorie:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Duitse staatsobligaties | 57.679 | 20,3% | 47.046 | 17,4% | ||||
| Franse staatsobligaties | 9.882 | 3,5% | 36.492 | 13,5% | ||||
| Nederlandse staatsobligaties | 30.288 | 10,7% | 20.571 | 7,6% | ||||
| Finse staatsobligaties | 15.271 | 5,4% | 8.656 | 3,2% | ||||
| Totaal | 113.120 | 34,4% | 112.765 | 41,6% |
De totale waarde van de beleggingen in het MM Dutch Mortgage Fund bij de vastrentende waarden bedraagt 57.420 en is meer dan 5% van de totale beleggingscategorie. De beleggingen in deze vastrentende waarden zijn uiteindelijk verspreid over een veelvoud van debiteuren en worden daarom niet aangemerkt als concentratierisico.
Derivaten
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Valutaderivaten | 786 | -6.195 | ||
| Rentederivaten | -14.664 | 12.653 | ||
| Totaal | -13.878 | 6.458 |
In de bovenstaande weergave zijn zowel de positieve als negatieve derivatenposities meegenomen. Een toelichting op de derivatenpositie is opgenomen in de paragraaf Risicobeheer.
Overige beleggingen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Money Market fund | 27.500 | 31.025 | ||
| Cash collateral | 14.278 | -8.468 | ||
| Beleggingsvorderingen | 6 | 180 | ||
| Liquide middelen bij de vermogensbeheerder | 3.681 | 5.501 | ||
| Totaal | 45.465 | 28.238 |
De beleggingsvorderingen en beleggingsschulden zijn kortlopend.
Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5% van de betreffende beleggingscategorie:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Morgan Stanley Liquidity Funds - Euro Liquidity Fund | 9.235 | 20,3% | 10.449 | 37,0% | ||||
| Fidelity Institutional Liquidity Fund PLC - The Euro Fund | 9.053 | 19,9% | 10.457 | 37,0% | ||||
| BlackRock ICS Euro Liquidity Fund | 9.212 | 20,3% | 10.119 | 35,8% | ||||
| Totaal | 27.500 | 60,5% | 31.025 | 109,9% |
Binnen deze goed gespreide geldmarktfondsen wordt weer nader belegd en daarom is het concentratierisico in feite beperkt.
Securities lending
Pensioenkring GE Nederland participeert niet in securities lending programma's.
Schattingen en oordelen
Zoals vermeld in de toelichting zijn de beleggingen van Pensioenkring GE Nederland gewaardeerd tegen actuele waarde per balansdatum en is het over het algemeen mogelijk en gebruikelijk om de actuele waarde binnen een aanvaardbare bandbreedte van schattingen vast te stellen. Voor sommige andere financiële instrumenten, zoals beleggingsvorderingen en -schulden, geldt dat de boekwaarde de actuele waarde benadert als gevolg van het kortetermijnkarakter van de vorderingen en schulden. De boekwaarde van alle activa en de financiële verplichtingen op balansdatum benadert de actuele waarde.
Voor de meerderheid van de financiële instrumenten van Pensioenkring GE Nederland kan gebruik worden gemaakt van afgeleide marktnoteringen. Echter, voor de onderliggende beleggingen binnen het MM Dutch Mortgage Fund wordt gebruik gemaakt van waardering door middel van gebruikmaking van waarderingsmodellen en -technieken, inclusief verwijzing naar de huidige reële waarde van vergelijkbare instrumenten. De tabel is gebaseerd op de levelindeling van het beleggingsfonds waarin wordt belegd. Op basis van de boekwaarde kan het volgende onderscheid worden gemaakt:
| (bedragen x € 1.000) | Genoteerde marktprijzen | Afgeleide markt-noteringen |
Waarderings-modellen | Overig | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen | 49.720 | 306.288 | 0 | 0 | 356.008 | |||||
| Vastrentende waarden | 124.763 | 101.978 | 57.420 | 0 | 284.161 | |||||
| Derivaten | 0 | -13.878 | 0 | 0 | -13.878 | |||||
| Overige beleggingen | 0 | 27.500 | 0 | 17.965 | 45.465 | |||||
| Stand per 31 december 2025 | 174.483 | 421.888 | 57.420 | 17.965 | 671.756 |
De posities uit hoofde van de derivaten betreffen zowel positieve als negatieve posities. Een toelichting op de derivatenposities is opgenomen in de paragraaf Risicobeheer.
| (bedragen x € 1.000) | Genoteerde marktprijzen | Afgeleide markt-noteringen |
Waarderings-modellen | Overig | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen | 42.170 | 320.211 | 0 | 0 | 362.381 | |||||
| Vastrentende waarden | 121.595 | 92.610 | 56.653 | 0 | 270.858 | |||||
| Derivaten | 0 | 6.458 | 0 | 0 | 6.458 | |||||
| Overige beleggingen | 0 | 31.026 | 0 | -2.788 | 28.238 | |||||
| Stand per 31 december 2024 | 163.765 | 450.305 | 56.653 | -2.788 | 667.935 |
2. Herverzekeringsdeel technische voorzieningen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Herverzekeringsdeel technische voorziening | 1.643 | 2.140 | ||
| Totaal | 1.643 | 2.140 |
Het aandeel herverzekeraar betreft zeven AO-gevallen, waarvoor de contante waarde van de toekomstige uitkeringen van de herverzekeraar aan de pensioenkring bepaald is. Hierbij is er gerekend met een revalidatiekans van 0%, wat betekent dat het uitgangspunt is dat de deelnemer arbeidsongeschikt blijft. Conform RJ 610 paragraaf 224 is het aandeel herverzekeraar gelijkgesteld aan het herverzekeringsdeel technische voorzieningen. Dit betreft een latente vordering op de herverzekeraar.
Het herverzekeringsdeel van de technische voorzieningen bestaat uit een vordering op elipsLife van 1.643. De vordering op de herverzekeraar betreft pensioenuitkeringen die door de herverzekeraar aan de pensioenkring worden betaald en betalingen voor de pensioenopbouw van arbeidsongeschikten. Op de vordering is geen kredietafslag opgenomen gezien de kredietwaardigheid van elipsLife.
3. Vorderingen en overlopende activa
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Vorderingen werkgevers | 2.866 | 12.044 | ||
| Vorderingen uit herverzekeringen | 465 | 0 | ||
| Overige vorderingen en overlopende activa | 196 | 23 | ||
| Totaal | 3.527 | 12.067 |
De vorderingen werkgevers hebben betrekking op de premieafrekening over 2025.
De vorderingen uit herverzekeringen hebben betrekking op een nog te ontvangen claim uit 2025.
De overige vorderingen en overlopende activa bestaan uit de vooruitbetaalde premie herverzekering 2026 (181), nog te ontvangen interest (7) en de vordering voor het weerstandsvermogen (8).
Alle vorderingen hebben een resterende looptijd van korter dan één jaar.
4. Overige activa
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Liquide middelen | 520 | 731 | ||
| Totaal | 520 | 731 |
Pensioenkring GE Nederland heeft twee bankrekeningen, waarvan één met name wordt gebruikt voor de financiële verrekening met Stap. Stap betaalt de pensioenuitkeringen aan de pensioengerechtigden van Pensioenkring GE Nederland en betaalt een deel van de pensioenuitvoeringskosten aan crediteuren. De tweede bankrekening wordt gebruikt voor de verwerking van waardeoverdrachten klein pensioen.
De liquide middelen bij banken staan ter vrije beschikking van Pensioenkring GE Nederland.
De liquide middelen komen economisch toe aan Pensioenkring GE Nederland. Het juridisch eigendom ligt bij Stap.
PASSIVA
5. Algemene reserve Pensioenkring GE Nederland
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 189.903 | 152.381 | ||
| Bestemming saldo van baten en lasten boekjaar | 64.112 | 37.522 | ||
| Stand per 31 december | 254.015 | 189.903 |
Dekkingsgraad, vermogenspositie en herstelplan
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Feitelijke dekkingsgraad | 163,5% | 140,7% | ||
| Reële dekkingsgraad | 106,3% | 102,5% | ||
| Beleidsdekkingsgraad | 149,6% | 140,3% |
De feitelijke dekkingsgraad van Pensioenkring GE Nederland wordt berekend door op de balansdatum het pensioenvermogen te delen door de technische voorzieningen zoals opgenomen in de balans.
De reële dekkingsgraad wordt berekend door de beleidsdekkingsgraad ultimo boekjaar te delen door de grens voor Toekomst Bestendig Indexeren (TBI-grens) ultimo boekjaar. De TBI-grens per 30 september van een jaar is bepalend voor het besluit of de volledige toeslag op basis van Toekomst Bestendig Indexeren kan worden toegekend.
De beleidsdekkingsgraad is gebaseerd op het rekenkundig gemiddelde van de dekkingsgraden over de laatste 12 maanden. Bij de bepaling van de beleidsdekkingsgraad wordt steeds gebruik gemaakt van de meest actuele inschatting van de betreffende dekkingsgraden.
Voor het bepalen van het vereist eigen vermogen (de solvabiliteitstoets) maakt Pensioenkring GE Nederland gebruik van het standaard model. Het bestuur acht het gebruik van het standaardmodel passend voor de risico's van Pensioenkring GE Nederland. De uitkomsten van de solvabiliteitstoets zijn opgenomen in de paragraaf 'Risicobeheer'.
Op basis hiervan bedraagt het (minimaal) vereist eigen vermogen op 31 december:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Algemene reserve Pensioenkring GE Nederland | 254.015 | 63,5% | 189.903 | 40,7% | ||||
| Minimaal vereist eigen vermogen | 16.263 | 4,1% | 18.962 | 4,1% | ||||
| Vereist eigen vermogen | 100.019 | 25,0% | 116.916 | 25,1% |
De vermogenspositie van Pensioenkring GE Nederland wordt gekarakteriseerd als een situatie met een toereikende solvabiliteit (2024: idem).
Herstelplan
De pensioenkring hoefde in 2025 geen herstelplan in te dienen, omdat de beleidsdekkingsgraad (140,3%) per 31 december 2024 hoger lag dan de dekkingsgraad die hoort bij het vereist vermogen per 31 december 2024 (125,1%). Daardoor had Pensioenkring GE Nederland eind 2024 geen reservetekort.
De situatie is eind 2025 ongewijzigd, omdat de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2025 (149,6%) hoger ligt dan de vereiste dekkingsgraad per 31 december 2025 (125,0%).
Minimaal vereist vermogen
Indien de beleidsdekkingsgraad gedurende vijf achtereenvolgende jaren (6 peilmomenten) lager is dan het vermogen horende bij het minimaal vereist vermogen, dienen de pensioenaanspraken en -rechten te worden gekort. Dit betreft de korting op basis van de Maatregel minimaal vereist eigen vermogen (de zogenoemde MVEV-korting). Het korten is hierbij onvoorwaardelijk, maar mag worden verdeeld over (maximaal) 10 jaar.
Ultimo 2025 is de beleidsdekkingsgraad (149,6%) hoger dan de dekkingsgraad die hoort bij het minimaal vereist vermogen (104,1%). De MVEV-korting is per 31 december 2025 voor Pensioenkring GE Nederland dus niet aan de orde.
Statutaire regelingen voor de bestemming van het saldo van baten en lasten
Er zijn geen statutaire bepalingen voor de bestemming van het resultaat. Het positieve saldo van de staat van baten en lasten, van 64.112 over het boekjaar, verhoogt de algemene reserve van Pensioenkring GE Nederland.
6. Voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring GE Nederland
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring GE Nederland | 379.908 | 443.958 | ||
| Herverzekeringsdeel technische voorzieningen | 1.643 | 2.140 | ||
| Totaal | 381.551 | 446.098 |
Voorziening pensioenverplichtingen voor risico Pensioenkring GE Nederland
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 443.958 | 401.053 | ||
| Pensioenopbouw | 5.717 | 5.123 | ||
| Toeslagverlening | 12.872 | 17.833 | ||
| Rentetoevoeging | 10.424 | 13.923 | ||
| Onttrekking voor pensioenuitkeringen | -5.920 | -4.835 | ||
| Wijziging marktrente | -86.372 | 10.083 | ||
| Wijziging actuariële grondslagen | 0 | -318 | ||
| Wijziging uit hoofde overdracht van rechten | -937 | 669 | ||
| Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen | 166 | 427 | ||
| Stand per 31 december | 379.908 | 443.958 |
Als gevolg van de wijziging in RJ 610 wordt de voorziening operationele kosten niet langer opgenomen als onderdeel van de technische voorziening, maar separaat gepresenteerd. Deze wijziging kwalificeert als een stelselwijziging die op grond van RJ 140.208 retrospectief dient te worden toegepast.
In de vergelijkende cijfers is de technische voorziening derhalve aangepast. Aangezien de voorziening operationele kosten in het verleden onderdeel uitmaakte van verschillende toevoegingen aan en onttrekkingen van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van de pensioenkring, zijn de vergelijkende cijfers binnen de specificatie van de technische voorziening aangepast om deze gewijzigde presentatie tot uitdrukking te brengen.
Pensioenopbouw
Onder pensioenopbouw is opgenomen de actuarieel berekende waarde van de diensttijdopbouw. Dit is het effect op de voorziening pensioenverplichtingen van de in het verslagjaar opgebouwde nominale rechten ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen. Verder is hierin begrepen het effect van de individuele salarisontwikkeling.
Toeslagverlening
Pensioenkring GE Nederland streeft ernaar de pensioenaanspraken en -rechten van actieve en arbeidsongeschikte deelnemers jaarlijks aan te passen aan de loonontwikkeling volgens de CAO. Het betreft een onvoorwaardelijke toeslagverlening die gefinancierd wordt door premiebetaling.
Voor inactieve deelnemers probeert Pensioenkring GE Nederland ieder jaar het pensioen te verhogen met het consumenten prijsindexcijfer alle huishoudens over de periode 30 september van het voorafgaande jaar tot en met 30 september van het jaar waarover de verhoging plaatsvindt, zoals gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het betreft een voorwaardelijke toeslagverlening die gefinancierd wordt door premiebetaling. Het bestuur van Stap neemt ieder jaar een besluit over de toeslagverlening. Per 1 januari 2026 is een volledige toeslag verleend van 4,74% (2024: 6,94%) aan de actieven en arbeidsongeschikten van Pensioenkring GE Nederland. De opgebouwde pensioenen zijn per 1 januari 2026 voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden met 3,27% (2024: 3,50%) verhoogd.
Rentetoevoeging
De pensioenverplichtingen zijn opgerent met 2,330% (2024: 3,439%), op basis van de éénjaarsrente van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per 31 december 2024 (2024: de éénjaarsrente van de DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per 31 december 2023).
Onttrekking voor pensioenuitkeringen
Verwachte toekomstige pensioenuitkeringen worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder deze regel opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de financiering van de verwachte pensioenuitkeringen in de verslagperiode.
Wijziging marktrente
Jaarlijks wordt per 31 december de marktwaarde van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenkring herrekend door toepassing van de actuele rentetermijnstructuur. Het effect van de verandering van de rentetermijnstructuur wordt verantwoord onder wijziging marktrente.
| Rentepercentage per | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| 3,21% | 2,13% |
Wijziging actuariële grondslagen
Jaarlijks worden de actuariële grondslagen en/of methoden beoordeeld en mogelijk herzien voor de berekening van de actuele waarde van de pensioenverplichtingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van interne en externe actuariële deskundigheid. Dit betreft onder meer de vergelijking van de veronderstellingen voor sterfte, langleven en arbeidsongeschiktheid met werkelijke waarnemingen, zowel voor de gehele bevolking als voor de populatie van de pensioenkring.
De vaststelling van de toereikendheid van de voorziening voor pensioenverplichtingen is een inherent onzeker proces, waarbij gebruik wordt gemaakt van schattingen en oordelen door het bestuur van het fonds. Het effect van deze wijzigingen wordt verantwoord in het resultaat op het moment dat de actuariële grondslagen worden herzien.
In 2025 zijn er geen grondslagwijzigingen geweest.
Wijziging uit hoofde overdracht van rechten
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Toevoeging aan de technische voorzieningen | 1.466 | 995 | ||
| Onttrekking aan de technische voorzieningen | -2.403 | -326 | ||
| Totaal | -937 | 669 |
Onderdeel van de inkomende waardeoverdrachten in 2024 is de interne collectie waardeoverdracht van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico deelnemers naar de voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenkring.
Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Resultaat op kanssystemen: | ||||
| - Sterfte | 380 | 490 | ||
| - Arbeidsongeschiktheid | 1 | -107 | ||
| - Mutaties | -215 | 43 | ||
| Overige | 0 | 1 | ||
| Totaal | 166 | 427 |
Onder sterfte is de afwijking tussen de werkelijke sterfte ten opzichte van de veronderstelde sterfte weergegeven.
Het effect onder arbeidsongeschiktheid ontstaat doordat de werkelijke schade als gevolg van invalidering afwijkt van de in de premiestelling veronderstelde invalidering.
De voorziening pensioenverplichtingen, inclusief het herverzekerde deel van de technische voorzieningen en de voorziening operationele kosten, is naar categorieën deelnemers als volgt samengesteld:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Voorziening | Aantallen | Voorziening | Aantallen | |||||
| Actieven en arbeidsongeschikten | 69.948 | 527 | 86.127 | 529 | ||||
| Gewezen deelnemers | 216.468 | 1.857 | 270.533 | 1.849 | ||||
| Pensioengerechtigden | 94.860 | 251 | 88.866 | 223 | ||||
| 381.276 | 2.635 | 445.526 | 2.601 | |||||
| Overig | 18.442 | 0 | 20.891 | 0 | ||||
| Voorziening pensioenverplichtingen | 399.718 | 2.635 | 466.417 | 2.601 | ||||
'Overig' bestaat uit de reservering voor toekomstige uitvoeringskosten voor de uitvoering van de pensioenregeling (inclusief kostenvoorziening voor vooruitontvangen toeslagpremie) en de toegekende indexatie per 1 januari 2026 over de protocolbedragen.
Korte beschrijving pensioenregeling
De pensioenregeling is een uitkeringsovereenkomst in de zin van de Pensioenwet. Meer in het bijzonder betreft het een middelloonregeling met een pensioenleeftijd van 68 jaar. Jaarlijks wordt een aanspraak op ouderdomspensioen opgebouwd van 1,875% van de in dat jaar geldende pensioengrondslag met een franchise van 18.584. Het pensioengevend salaris is gemaximeerd op 137.800 (voor het WIA-excedentpensioen geldt de maximering van het salaris op 137.800 niet). Tevens bestaat het recht op nabestaandenpensioen, arbeidsongeschiktheidspensioen en wezenpensioen. Als ambitie geldt een onvoorwaardelijke toeslagverlening van reeds opgebouwde pensioenaanspraken van de actieven. De toeslagen van inactieven zijn voorwaardelijk en afhankelijk van de financiële positie. Als de actuele dekkingsgraad boven het niveau behorend bij het minimaal vereist vermogen ligt wordt er een toeslag verleend aan de inactieven. Jaarlijks beslist het bestuur van Stap de mate waarin de opgebouwde aanspraken van inactieven worden geïndexeerd.
Toeslagverlening
De indexatie van de aanspraken van actieve en arbeidsongeschikte deelnemers maakt deel uit van de pensioenovereenkomst, en is derhalve onvoorwaardelijk. De toeslagverlening voor actieve deelnemers en arbeidsongeschikten wordt gefinancierd uit de premie.
De indexatie van de aanspraken van gewezen deelnemers en van de pensioenrechten van pensioengerechtigden (waaronder arbeidsongeschiktheidspensioenen) betreft een voorwaardelijke toeslagverlening die afhankelijk is van de financiële situatie van de pensioenkring. De toeslag wordt gefinancierd door overrendement en uit de premie. De Nederlandsche Bank heeft ten aanzien van de pensioenkring aan Stap een ontheffing verleend voor toepassing van de methodiek van toekomstbestendig indexeren (TBI), zoals vastgelegd in artikel 137 lid 2 van de Pensioenwet. Dat betekent dat de opgebouwde pensioenaanspraken voor gewezen deelnemers en ingegane pensioenrechten van pensioengerechtigden voorwaardelijk (gedeeltelijk) kunnen worden verhoogd bij een feitelijke dekkingsgraad die hoger is dan behorend bij het minimaal vereist eigen vermogen. Indien er geen toeslag toegekend wordt, dan wordt de premie inclusief opslagen toegevoegd aan het indexatiedepot.
Per 1 januari 2026 is een volledige toeslag verleend van 4,74% (2024: 6,94%) aan de actieven en arbeidsongeschikten van Pensioenkring GE Nederland. De opgebouwde pensioenen zijn per 1 januari 2026 voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden met 3,27% (2024: 3,50%) verhoogd.
Inhaaltoeslagen
Onder bepaalde omstandigheden kunnen inhaaltoeslagen worden toegekend. Inhaaltoeslagen zijn toeslagen die worden toegezegd, voor zover in het verleden niet voor 100% is geïndexeerd. Bij de start van de pensioenkring was er geen toeslagachterstand voor actieve deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden. Het bestuur van Stap geeft in de financiële opstelling elk jaar een specificatie van het verschil tussen de volledige en de werkelijk toegekende toeslagen.
Voor de actieve deelnemers is deze specificatie in de volgende tabel opgenomen.
| Actieve deelnemers | Volledige toeslag- verlening |
Toegekende toeslagen |
Verschil | Cumulatief verschil (t.o.v. ambitie) |
||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2022 | 2,00% | 2,00% | 0,00% | 0,00% | ||||
| 2023 | 3,39% | 3,39% | 0,00% | 0,00% | ||||
| 2024 | 6,31% | 6,31% | 0,00% | 0,00% | ||||
| 2025 | 6,94% | 6,94% | 0,00% | 0,00% | ||||
| 2026 | 4,74% | 4,74% | 0,00% | 0,00% |
Voor de gewezen deelnemers en de pensioengerechtigden is deze specificatie in de volgende tabel opgenomen.
| Gewezen deelnemers en pensioengerechtigden | Volledige toeslag- verlening |
Toegekende toeslagen |
Verschil | Cumulatief verschil (t.o.v. ambitie) |
||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2022 | 2,70% | 2,70% | 0,00% | 0,00% | ||||
| 2023 | 13,22% | 13,22% | 0,00% | 0,00% | ||||
| 2024 | 0,21% | 0,21% | 0,00% | 0,00% | ||||
| 2025 | 3,50% | 3,50% | 0,00% | 0,00% | ||||
| 2026 | 3,27% | 3,27% | 0,00% | 0,00% |
Herverzekeringsdeel technische voorzieningen
Pensioenkring GE Nederland heeft een herverzekeringscontract overgenomen van PF GE met betrekking tot het risico van arbeidsongeschiktheid met elipsLife, onderdeel van Swiss Re.
Mutatie overzicht herverzekeringsdeel technische voorzieningen
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 2.140 | 2.530 | ||
| Rentetoevoeging | 44 | 79 | ||
| Onttrekking voor pensioenuitkeringen | -480 | -477 | ||
| Wijziging marktrente | -67 | 4 | ||
| Wijziging actuariële grondslagen | 0 | 0 | ||
| Overige wijzigingen | 6 | 4 | ||
| Stand per 31 december | 1.643 | 2.140 |
De pensioenkring ontvangt in 2025 voor 7 arbeidsongeschikten een jaarlijkse uitkering van 465. Voor deze deelnemers heeft de vordering op elipsLife geleid tot de vorming van een herverzekerd deel van de technische voorziening op de balans. Hierbij is gerekend met een revalidatiekans van 0% conform de grondslagen van de pensioenkring.
7. Voorziening operationele kosten
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 20.319 | 19.606 | ||
| Toevoeging opslag toekomstige uitvoeringskosten | 497 | 598 | ||
| RTS-effect | 480 | 681 | ||
| Overige mutaties | -3.129 | -566 | ||
| Stand per 31 december | 18.167 | 20.319 |
Als gevolg van de wijziging in RJ 610 wordt de voorziening operationele kosten separaat gepresenteerd van de technische voorziening. Deze wijziging is aangemerkt als een stelselwijziging en is conform RJ 140.208 retrospectief verwerkt.
In de vergelijkende cijfers over 2024 is de voorziening operationele kosten afzonderlijk opgenomen. De bedragen die in eerdere verslagjaren onderdeel uitmaakten van de toevoegingen aan en onttrekkingen van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van de pensioenkring, zijn geherclassificeerd naar de voorziening operationele kosten. De mutaties zijn toe te wijzen aan de opgenomen categorieën in het verloopoverzicht.
Toekomstige pensioenuitvoeringskosten (in het bijzonder excassokosten) worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder deze regel opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt voor de financiering van de verwachte pensioenuitvoeringskosten in de verslagperiode.
8. Overige voorzieningen
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 26.100 | 31.379 | ||
| Onttrekking voor toekenning indexatie | -3.205 | -5.279 | ||
| Stand per 31 december | 22.895 | 26.100 |
Onder overige voorzieningen zijn de verschillende exit-bijdragen van vertrekkende ondernemingen opgenomen. Deze bedragen betreffen premies voor toekomstige toeslagverlening voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden. Voor de ondernemingen waarvan een deel van de deelnemers zijn vertrokken geldt dat over een periode van 30 jaar er elk jaar een vrijval ten behoeve van indexatie plaats vindt vanuit het exit-depot. Voor de ondernemingen die in zijn geheel zijn vertrokken wordt de vrijval vanuit het exit-depot bepaald op basis van de toeslagkoopsom voor inactieven van de vertrokken deelnemers van deze ondernemingen. De vrijgevallen bedragen worden toegevoegd aan een indexatiedepot, indien er geen toeslag wordt verleend. In 2025 is een bedrag van 3.205 onttrokken in verband met de indexatie per 1 januari 2026 voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden.
9. Derivaten
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Derivaten | 14.709 | 6.553 | ||
| Totaal | 14.709 | 6.553 |
Een uitgebreide toelichting op de derivatenpositie is opgenomen onder paragraaf risicobeheer.
10. Overige schulden en overlopende passiva
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Schulden uit herverzekering | 172 | 0 | ||
| Belastingen en premies sociale verzekeringen | 133 | 121 | ||
| Overige schulden en overlopende passiva | 513 | 332 | ||
| Totaal | 818 | 453 |
De schulden uit herverzekering betreffen de premieafrekening over 2025.
Belastingen en premies sociale verzekeringen betreffen de nog af te dragen loonheffing aan Stap, die hoort bij de pensioenuitkeringen van december 2025. De betaling van de loonheffing aan de Belastingdienst wordt door Stap gedaan en aan de pensioenkring doorbelast. Deze afdracht heeft in januari 2026 plaatsgevonden.
De overige schulden en overlopende passiva bestaan uit de overlopende kosten uit 2025 (270), crediteuren (190) en de nog met Stap af te rekenen exploitatiekosten over het vierde kwartaal van 2025 (53).
Alle schulden hebben een resterende looptijd van korter dan één jaar.
Risicobeheer
Pensioenkring GE Nederland wordt bij het beheer van de pensioenverplichtingen en de financiering daarvan geconfronteerd met risico's. De belangrijkste doelstelling van de pensioenkring is het nakomen van de pensioentoezeggingen en daarmee is het solvabiliteitsrisico het belangrijkste risico voor de pensioenkring.
In deze paragraaf wordt ingegaan op het beheer van de specifieke risico's voor Pensioenkring GE Nederland. Het beheer van de risico's die voor alle pensioenkringen van toepassing zijn, wordt toegelicht in 26.2 Grondslagen risicobeheer pensioenkringen.
Solvabiliteitsrisico's
De aanwezige dekkingsgraad heeft zich als volgt ontwikkeld:
| Ontwikkeling dekkingsgraad | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Dekkingsgraad per 1 januari | 140,7% | 135,9% | ||
| Premie | -0,2% | 1,5% | ||
| Uitkeringen | 0,6% | 0,6% | ||
| Toeslagverlening | -0,7% | -1,0% | ||
| Wijziging rentetermijnstructuur voorziening pensioenverplichtingen | 32,0% | -3,1% | ||
| Beleggingsrendementen (excl. renteafdekking) | -6,9% | 7,2% | ||
| Wijziging actuariële grondslagen | 0,0% | 0,0% | ||
| Wijziging uit hoofde overdracht van rechten | 0,1% | 0,1% | ||
| Kanssystemen | 0,0% | -0,1% | ||
| Kosten | 0,0% | 0,0% | ||
| Overige (incidentele) mutaties | 1,0% | 0,3% | ||
| Andere oorzaken | 0,0% | 0,1% | ||
| Kruiseffecten | -3,1% | -0,8% | ||
| Dekkingsgraad per 31 december | 163,5% | 140,7% |
De berekening van het vereist eigen vermogen en het hieruit voortvloeiende surplus aan het einde van het boekjaar is als volgt:
| Vereist Eigen Vemogen | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| S1 Renterisico | 4,8% | 3,6% | ||
| S2 Risico zakelijke waarden | 19,4% | 19,5% | ||
| S3 Valutarisico | 6,1% | 5,8% | ||
| S4 Grondstoffenrisico | 0,0% | 0,0% | ||
| S5 Kredietrisico | 3,8% | 4,8% | ||
| S6 Verzekeringstechnische risico | 3,4% | 3,6% | ||
| S7 Liquiditeitsrisico | 0,0% | 0,0% | ||
| S8 Concentratierisico | 0,0% | 0,0% | ||
| S9 Operationeel risico | 0,0% | 0,0% | ||
| S10 Actief risico | 0,0% | 0,0% | ||
| Diversificatie-effect | -12,5% | -12,2% | ||
| Totaal | 25,0% | 25,1% |
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Vereist pensioenvermogen | 499.737 | 583.333 | ||
| Voorziening pensioenverplichtingen -/- | 399.718 | 466.417 | ||
| Vereist eigen vermogen | 100.019 | 116.916 | ||
| Aanwezig pensioenvermogen (totaal activa -/- schulden) | 254.015 | 189.903 | ||
| Surplus | 153.996 | 72.987 |
De buffers zijn berekend op basis van het standaardmodel, waarbij voor de samenstelling van de beleggingen wordt uitgegaan van de strategische beleggingsmix in de evenwichtssituatie. Het surplus wordt bepaald op basis van de vermogensstand ultimo 2025. De feitelijke dekkingsgraad (163,5%) is per 31 december 2025 hoger dan de dekkingsgraad op basis van het vereist vermogen (125,0%).
Renterisico (S1)
De duration en het effect van de afdekking van het renterisico kan als volgt worden samengevat:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Waarde | Duration | Waarde | Duration | |||||
| Vastrentende waarden (exclusief derivaten) | 9,9 | 12,0 | ||||||
| Vastrentende waarden (inclusief derivaten) | 16,6 | 21,4 | ||||||
| (nominale) Pensioenverplichtingen | 399.718 | 18,5 | 466.417 | 21,2 | ||||
Het renteafdekkingspercentage van 69,9% leidt ertoe dat de duration van de vastrentende waarden na afdekking van het renterisico stijgt met 6,7 naar 16,6.
De samenstelling van de vastrentende waarden naar looptijd is als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Resterende looptijd < 1 jaar | 5.798 | 2,0% | 3.999 | 1,5% | ||||
| Resterende looptijd > 1 < 5 jaar | 48.182 | 17,0% | 44.042 | 16,3% | ||||
| Resterende looptijd > 5 < 10 jaar | 57.708 | 20,3% | 48.984 | 18,1% | ||||
| Resterende looptijd > 10 < 20 jaar | 71.172 | 25,0% | 71.116 | 26,3% | ||||
| Resterende looptijd > 20 jaar | 101.301 | 35,6% | 102.717 | 37,9% | ||||
| Totaal | 284.161 | 100,0% | 270.858 | 100,0% | ||||
De presentatie van de vastrentende waarden naar bovenstaande looptijden hangt samen met het lange termijn karakter van de investeringen van Pensioenkring GE Nederland en het hiermee samenhangende beleid.
Ter vergelijking zijn de resterende looptijden van de pensioenverplichtingen (inclusief herverzekerd deel en voorziening operationele kosten) in onderstaand overzicht weergegeven:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Resterende looptijd < 5 jaar | 40.587 | 10,2% | 35.045 | 7,5% | ||||
| Resterende looptijd > 5 < 10 jaar | 54.399 | 13,6% | 49.967 | 10,7% | ||||
| Resterende looptijd > 10 < 20 jaar | 132.791 | 33,2% | 138.578 | 29,7% | ||||
| Resterende looptijd > 20 jaar | 171.941 | 43,0% | 242.827 | 52,1% | ||||
| Totaal | 399.718 | 100,0% | 466.417 | 100,0% | ||||
Valutarisico (S3)
Het totaalbedrag dat in 2025 in euro's is belegd, bedraagt vóór afdekking 323.061 ofwel 48,1% (2024: 47,6%) en na afdekking 464.748 ofwel 69,2% (2024: 69,8%).
Per einde boekjaar is de waarde van de uitstaande valutatermijncontracten 786 (2024: -6.195).
De valutapositie per 31 december 2025 is vóór en na afdekking door valutaderivaten als volgt weer te geven:
| 31-12-2025 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal voor afdekking | Valutaderivaten afdekking | Netto positie na afdekking |
||||
| EUR | 323.061 | 141.687 | 464.748 | |||
| GBP | 10.380 | -5.208 | 5.172 | |||
| JPY | 21.131 | -10.407 | 10.724 | |||
| USD | 229.348 | -125.286 | 104.062 | |||
| Overige | 87.050 | 0 | 87.050 | |||
| Totaal niet EUR | 347.909 | -140.901 | 207.008 | |||
| Totaal | 670.970 | 786 | 671.756 |
De valutapositie per 31 december 2024 is vóór en na afdekking door valutaderivaten als volgt weer te geven:
| 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal voor afdekking | Valutaderivaten afdekking | Netto positie na afdekking |
||||
| EUR | 321.104 | 145.432 | 466.536 | |||
| GBP | 10.839 | -5.700 | 5.139 | |||
| JPY | 22.780 | -11.419 | 11.361 | |||
| USD | 237.620 | -134.508 | 103.112 | |||
| Overige | 81.787 | 0 | 81.787 | |||
| Totaal niet EUR | 353.026 | -151.627 | 201.399 | |||
| Totaal | 674.130 | -6.195 | 667.935 |
De segmentatie van de totale beleggingsportefeuille naar regio is, op look through basis, als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Europa | 313.808 | 46,7% | 287.264 | 43,0% | ||||
| Noord-Amerika | 246.890 | 36,8% | 268.838 | 40,2% | ||||
| Zuid-amerika | 2.724 | 0,4% | 3.156 | 0,5% | ||||
| Azië-Pacific | 74.988 | 11,2% | 72.552 | 10,9% | ||||
| Afrika | 1.759 | 0,3% | 1.335 | 0,2% | ||||
| Gemixt | 0 | 0,0% | 94 | 0,0% | ||||
| Subtotaal aandelen en vastrentende waarden | 640.169 | 95,3% | 633.239 | 94,8% | ||||
| Derivaten | -13.878 | -2,1% | 6.458 | 1,0% | ||||
| Overige beleggingen | 45.465 | 6,8% | 28.238 | 4,2% | ||||
| Totaal | 671.756 | 100,0% | 667.935 | 100,0% | ||||
De segmentatie van de totale beleggingsportefeuille naar sectoren is, op look through basis, als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Energie | 3.594 | 0,5% | 14.622 | 2,2% | ||||
| Bouw- en grondstoffen | 15.774 | 2,3% | 14.734 | 2,2% | ||||
| Industrie | 49.868 | 7,4% | 54.117 | 8,1% | ||||
| Duurzame consumentengoederen | 58.310 | 8,7% | 67.791 | 10,1% | ||||
| Consumentengebruiksgoederen | 38.584 | 5,7% | 38.134 | 5,7% | ||||
| Gezondheidszorg | 35.742 | 5,3% | 41.918 | 6,3% | ||||
| Hypotheken | 57.681 | 8,6% | 55.650 | 8,3% | ||||
| Informatietechnologie | 96.647 | 14,4% | 68.692 | 10,3% | ||||
| Telecommunicatie | 23.695 | 3,5% | 24.853 | 3,7% | ||||
| Nutsbedrijven | 13.414 | 2,0% | 13.693 | 2,1% | ||||
| Overheid en overheidsinstellingen | 129.418 | 19,3% | 122.929 | 18,4% | ||||
| Financiële instellingen | 104.422 | 15,5% | 100.510 | 15,0% | ||||
| Vastgoed | 7.063 | 1,1% | 9.695 | 1,5% | ||||
| Liquiditeiten | 5.931 | 0,9% | 3.671 | 0,5% | ||||
| Overige | 26 | 0,0% | 2.230 | 0,3% | ||||
| Subtotaal aandelen en vastrentende waarden | 640.169 | 95,3% | 633.239 | 94,8% | ||||
| Derivaten | -13.878 | -2,1% | 6.458 | 1,0% | ||||
| Overige beleggingen | 45.465 | 6,8% | 28.238 | 4,2% | ||||
| Totaal | 671.756 | 100,0% | 667.935 | 100,0% | ||||
Kredietrisico (S5)
Ultimo 2025 voldeed Pensioenkring GE Nederland aan het opgestelde beleid ten aanzien van beheersing van het kredietrisico binnen vastrentende waarden categorieën. Het resultaat hiervan is opgenomen in de verschillende onderstaande overzichten met segmentatie naar regio, sectoren en creditrating.
De samenstelling van de vastrentende waarden naar regio's kan, op look through basis, als volgt worden samengevat:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Europa | 247.140 | 87,0% | 233.834 | 86,3% | ||||
| Noord-Amerika | 32.745 | 11,5% | 32.830 | 12,1% | ||||
| Zuid-Amerika | 202 | 0,1% | 285 | 0,1% | ||||
| Azië-Pacific | 4.074 | 1,4% | 3.744 | 1,4% | ||||
| Afrika | 0 | 0,0% | 71 | 0,0% | ||||
| Gemixt | 0 | 0,0% | 94 | 0,0% | ||||
| Totaal | 284.161 | 100,0% | 270.858 | 100,0% | ||||
De samenstelling van de vastrentende waarden naar sectoren is, op look through basis, als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Energie | 2.135 | 0,8% | 5.618 | 2,1% | ||||
| Industrie | 10.020 | 3,5% | 9.856 | 3,6% | ||||
| Duurzame consumentengoederen | 9.077 | 3,2% | 9.316 | 3,4% | ||||
| Consumentengebruiksgoederen | 17.862 | 6,3% | 14.329 | 5,3% | ||||
| Gezondheidszorg | 0 | 0,0% | 2.885 | 1,1% | ||||
| Hypotheken | 57.681 | 20,3% | 55.650 | 20,5% | ||||
| Informatietechnologie | 7.842 | 2,8% | 5.987 | 2,2% | ||||
| Telecommunicatie | 5.871 | 2,1% | 6.522 | 2,4% | ||||
| Nutsbedrijven | 6.552 | 2,3% | 6.370 | 2,4% | ||||
| Overheid en overheidsinstellingen | 129.418 | 45,5% | 122.929 | 45,4% | ||||
| Financiële instellingen | 33.445 | 11,8% | 27.160 | 10,0% | ||||
| Liquiditeiten | 4.232 | 1,5% | 2.007 | 0,7% | ||||
| Overige | 26 | 0,0% | 2.229 | 0,8% | ||||
| Totaal | 284.161 | 100,0% | 270.858 | 100,0% | ||||
De samenvatting van de vastrentende waarden op basis van de ratings zoals eind 2025 gepubliceerd is als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| AAA | 102.669 | 36,1% | 81.800 | 30,2% | ||||
| AA | 85.691 | 30,2% | 110.014 | 40,6% | ||||
| A | 59.611 | 21,0% | 48.262 | 17,8% | ||||
| BBB | 30.328 | 10,7% | 27.173 | 10,0% | ||||
| BB | 1.362 | 0,5% | 1.358 | 0,5% | ||||
| C | 27 | 0,0% | 0 | 0,0% | ||||
| Geen rating | 4.473 | 1,6% | 2.251 | 0,8% | ||||
| Totaal | 284.161 | 100,0% | 270.858 | 100,0% | ||||
De beleggingen met 'Geen rating' betreffen met name cash en nog afgewikkelde transacties in vastrentende waarden.
Verzekeringstechnische risico's (actuariële risico's, S6)
Overlijdens- en arbeidsongeschiktheidsrisico
Pensioenkring GE Nederland heeft per 1 januari 2023 het overlijdensrisico bij Aegon herverzekerd en het arbeidsongeschiktheidsrisico bij SCOR. Beide verzekeringen zijn op kapitaalbasis.
Toeslagrisico
De toeslagverlening voor wat betreft gewezen deelnemers en pensioengerechtigden is voorwaardelijk en voor wat betreft de actieve deelnemers heeft de toeslagverlening een onvoorwaardelijk karakter.
Ultimo 2025 bedraagt de reële dekkingsgraad 106,3% (2024: 102,5%). Pensioenkring GE Nederland heeft deze risico's verwerkt in de buffer voor het verzekeringstechnisch risico ultimo 2025.
Concentratierisico (S8)
De spreiding in de beleggingsportefeuille is weergegeven in de tabel die is opgenomen bij de toelichting op het kredietrisico.
Ultimo 2025 zijn de volgende posten met meer dan 2% van het balanstotaal aanwezig:
| (bedragen x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen | ||||||||
| Tesla Inc. | 15.982 | 2,3% | 20.322 | 2,9% | ||||
| NVIDIA Corp | 14.715 | 2,1% | 15.279 | 2,2% | ||||
| Vastrentende waarden | ||||||||
| Franse staatsobligaties | 9.882 | 1,4% | 36.492 | 5,3% | ||||
| Duitse staatsobligaties | 57.679 | 8,3% | 47.046 | 6,8% | ||||
| Nederlandse staatsobligaties | 30.288 | 4,4% | 20.571 | 3,0% | ||||
| Finse staatsobligaties | 15.271 | 2,2% | 8.656 | 1,3% | ||||
| Totaal | 143.817 | 20,8% | 148.367 | 21,5% | ||||
De totale waarde van de beleggingen in het MM Dutch Mortgage Fund bedraagt 57.420 en is meer dan 2% van het balanstotaal. De beleggingen zijn uiteindelijk verspreid over een veelvoud van debiteuren.
Actief risico (S10)
Voor Pensioenkring GE Nederland bedraagt de tracking error van de aandelenportefeuille per eind december 0,00% (2024: 0,00%).
Derivaten - posities
Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de derivatenposities op 31 december 2025:
| (bedragen x € 1.000) Type contract |
Maximum looptijd | Contract-omvang | Saldo waarde |
Positieve waarde | Negatieve waarde | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Valutaderivaten | 9 maart 2026 | 141.686 | 786 | 798 | 12 | |||||
| Rentederivaten | 4 april 2063 | 130.400 | -14.664 | 33 | 14.697 | |||||
| Totaal | 272.086 | -13.878 | 831 | 14.709 |
Ultimo 2025 zijn voor een bedrag van 922 aan zekerheden ontvangen voor de derivatenposities (2024: 12.100) en voor 14.608 zekerheden gesteld (2024: 5.820). Tevens zijn er zekerheden gesteld als initial margin voor 17.296 (2024: 18.424).
Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de derivatenposities op 31 december 2024:
| (bedragen x € 1.000) Type contract |
Maximum looptijd | Contract-omvang | Saldo waarde |
Positieve waarde | Negatieve waarde | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Valutaderivaten | 7 maart 2025 | 145.432 | -6.195 | 248 | 6.443 | |||||
| Rentederivaten | 4 april 2063 | 170.000 | 12.654 | 12.763 | 109 | |||||
| Totaal | 315.432 | 6.458 | 13.011 | 6.553 |
20.6 Niet in de balans opgenomen verplichtingen
Langlopende contractuele verplichtingen
Bij de Akte van Overdracht tussen PF GE en Stap is een Uitvoeringsovereenkomst overeengekomen. Het contract heeft een looptijd tot en met 31 augustus 2026 en kent een opzegtermijn van minimaal 6 maanden. Vanaf 1 september 2026 wordt de Uitvoeringsovereenkomst stilzwijgend verlengd voor een volgende periode van een jaar en is de opzegtermijn 12 maanden. Hierbij zijn afspraken gemaakt over de kosten die in mindering worden gebracht op het vermogen. De kosten per jaar waarvoor een langlopende verplichting geldt zijn, kosten vermogensbeheer 759 (2024: 711), uitvoeringskosten pensioenbeheer 437 (2024: 428) en exploitatiekosten 211 (2024: 194).
Zolang Pensioenkring GE Nederland is aangesloten bij Stap, is Pensioenkring GE Nederland continu gehouden het benodigd weerstandsvermogen beschikbaar te stellen aan Stap.
Met ingang van 1 januari 2023 is de risicoherverzekering voor overlijden ondergebracht bij Aegon. Het contract bij Aegon is 5 jaar geldig. De geschatte verplichting aan premies voor de resterende periode van de looptijd bedraagt 766.
Met ingang van 1 januari 2023 is de risicoherverzekering voor arbeidsongeschiktheid ondergebracht bij SCOR/De Goudse. Het contract bij SCOR/Goudse is 5 jaar geldig. De geschatte verplichting aan premies voor de resterende periode van de looptijd bedraagt 344.
Investeringsverplichtingen
Pensioenkring GE Nederland heeft ultimo 2025 geen investeringsverplichtingen (2024: idem).
Verbonden partijen
Identiteit van verbonden partijen
Er is sprake van een relatie tussen het bestuur van Stap en Pensioenkring GE Nederland.
Transacties met (voormalige) bestuurders
Behoudens de betaling van vaste bestuursvergoedingen (en overeengekomen premies) vinden er geen andere transacties tussen de verbonden partijen plaats. Er zijn geen voorschotten, garanties of leningen verstrekt aan, noch is er sprake van vorderingen op, (voormalige) bestuurders. De bestuurders van Stap hebben geen pensioenaanspraken of –rechten in de pensioenregeling van Pensioenkring GE Nederland.
20.7 Toelichting op de staat van baten en lasten
11. Premiebijdragen voor risico Pensioenkring GE Nederland
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Pensioenpremie huidig jaar | 22.365 | 30.695 | ||
| Totaal | 22.365 | 30.695 |
De premieopbrengsten zijn niet gesplitst naar een werkgevers- en een werknemersdeel, omdat de totale premie volgens overeenkomst aan de werkgever in rekening wordt gebracht. Een deel van de premie wordt door de werkgever ingehouden op het salaris van de werknemers. Aangezien er geen directe relatie is tussen het werkgevers- en het werknemersdeel, kunnen deze niet afzonderlijk worden weergegeven.
De verantwoorde premiebaten zijn door Pensioenkring GE Nederland in 2025 en deels in 2026 volledig ontvangen. Er is geen sprake van betalingsachterstanden. Ook is er geen sprake geweest van afboekingen als gevolg van oninbaarheid. In 2025 zijn geen incidentele premies in rekening gebracht of betaald.
De kostendekkende premie is de benodigde premie voor voorwaardelijke toezeggingen gebaseerd op ambitie en inschattingen. Pensioenkring GE Nederland maakt gebruik van de mogelijkheid om de kostendekkende premie te dempen. Pensioenkring GE Nederland voldoet aan de eis dat de feitelijke premie minimaal gelijk moet zijn aan de gedempte kostendekkende premie. De kostendekkende, gedempte en feitelijke premie zijn als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Kostendekkende premie | 23.374 | 26.286 | ||
| Feitelijke premie | 22.763 | 30.654 | ||
| Gedempte premie | 20.106 | 19.755 |
De aan het boekjaar toe te rekenen feitelijke premie is als bate in de staat van baten en lasten verantwoord.
De samenstelling van de kostendekkende premie is als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Actuarieel benodigd voor onvoorwaardelijke onderdelen pensioenopbouw | 9.590 | 11.204 | ||
| Solvabiliteitsopslag | 4.313 | 5.116 | ||
| Opslag voor uitvoeringskosten | 1.332 | 995 | ||
| Actuarieel benodigd voor voorwaardelijke onderdelen pensioenopbouw | 8.139 | 8.971 | ||
| Totaal | 23.374 | 26.286 |
De actuarieel benodigde koopsom voor de onvoorwaardelijke onderdelen van de pensioenopbouw wordt in de kostendekkende premie voor het grootste deel bepaald op basis van de rentetermijnstructuur per 31 december 2023, alleen voor de toeslag koopsom aan de actieven per 1 januari 2025 wordt de rentetermijnstructuur per 31 december 2024 gehanteerd. De gedempte kostendekkende premie is gebaseerd op een verwacht rendement op basis van het huidige strategisch beleggingsbeleid.
De solvabiliteitsopslag wordt bepaald als percentage van de actuarieel benodigde koopsom voor de onvoorwaardelijke en voorwaardelijke onderdelen van de pensioenopbouw.
De premie voorwaardelijke onderdelen heeft betrekking op de toeslagverlening aan gewezen deelnemers en pensioengerechtigden.
De samenstelling van de feitelijke premie is als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Actuarieel benodigd voor onvoorwaardelijke onderdelen pensioenopbouw | 9.443 | 12.538 | ||
| Solvabiliteitsopslag | 4.575 | 5.705 | ||
| Opslag voor uitvoeringskosten | 2.615 | 2.218 | ||
| Actuarieel benodigd voor voorwaardelijke onderdelen pensioenopbouw | 9.332 | 9.907 | ||
| Extra bijdrage werkgever | 304 | 286 | ||
| Premiekorting werkgever | -3.506 | 0 | ||
| Totaal | 22.763 | 30.654 |
De feitelijke premie, zoals deze in bovenstaande uitsplitsing is opgenomen wijkt 398 (2024: 41) af van de premie die daadwerkelijk is ontvangen. Dit verschil betreft de opslag voor het weerstandsvermogen van 46 (2024: 55), premierestitutie in verband met te hoog toegekende toeslagen aan actieve deelnemers in de periode 2022 tot en met 2024 -444 (2024: 0) en premie voorgaand boekjaar van 0 (2024: -14).
De solvabiliteitsopslag betreft het vereist eigen vermogen per 31 december 2024 van 25,1% zoals vastgesteld is in het jaarverslag van 2024.
De opslag voor uitvoeringskosten betreft zowel de pensioenuitvoeringskosten als de vermogensbeheerkosten.
De premiekorting werkgever wordt verleend op basis van de financiële positie van de pensioenkring en is vastgesteld aan de hand van de TBI-grens en de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2025. De boekhoudkundige verwerking van de premiekorting in de balans is nog onderwerp van discussie tussen werkgevers en het fonds.
De samenstelling van de gedempte premie is als volgt:
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Actuarieel benodigd voor onvoorwaardelijke onderdelen pensioenopbouw | 5.728 | 6.286 | ||
| Solvabiliteitsopslag | 2.874 | 2.946 | ||
| Opslag voor uitvoeringskosten | 1.332 | 995 | ||
| Actuarieel benodigd voor voorwaardelijke onderdelen pensioenopbouw | 10.172 | 9.528 | ||
| Totaal | 20.106 | 19.755 |
De premie voor 2025 wordt getoetst aan de hand van de voorschriften van het FTK. De feitelijke premie is minimaal gelijk aan de gedempte premie. Pensioenkring GE Nederland voldoet hiermee aan de wettelijke eisen.
12. Beleggingsresultaten risico Pensioenkring GE Nederland
| (bedragen x € 1.000) | Directe beleggings- opbrengsten |
Indirecte beleggings- opbrengsten |
Kosten vermogens-beheer | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2025 | ||||||||||
| Aandelen | 989 | 8.386 | -152 | 9.223 | ||||||
| Vastrentende waarden | 1.860 | -17.273 | -23 | -15.436 | ||||||
| Derivaten | 681 | -13.253 | -184 | -12.756 | ||||||
| Overige beleggingen | -207 | 664 | 0 | 457 | ||||||
| Kosten vermogensbeheer | - | - | -603 | -603 | ||||||
| Totaal | 3.323 | -21.476 | -962 | -19.115 | ||||||
| Mutatie weerstandsvermogen | 36 | |||||||||
| -19.079 |
De kosten vermogensbeheer omvatten de kosten die door de vermogensbeheerder direct in rekening zijn gebracht. Daarnaast wordt in het kader van de Aanbeveling Uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie een deel van de totale pensioenuitvoeringskosten toegerekend aan vermogensbeheer.
De transactiekosten van het vermogensbeheer zijn inbegrepen in de indirecte beleggingsopbrengsten. Dit geldt ook voor de kosten vermogensbeheer die binnen de beleggingsinstellingen worden verrekend.
De mutatie van het weerstandsvermogen, het bedrag dat in 2025 van Stap is ontvangen, bedraagt 36 en is toegevoegd aan het totale beleggingsresultaat na aftrek van kosten (2024: 90 betaald aan Stap en onttrokken aan het totale beleggingsresultaat na aftrek van kosten).
| (bedragen x € 1.000) | Directe beleggings- opbrengsten |
Indirecte beleggings- opbrengsten |
Kosten vermogens-beheer | Totaal | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2024 | ||||||||||
| Aandelen | 983 | 56.392 | -151 | 57.224 | ||||||
| Vastrentende waarden | 1.082 | -1.943 | -21 | -882 | ||||||
| Derivaten | -1.545 | -5.178 | -173 | -6.896 | ||||||
| Overige beleggingen | -79 | 947 | 0 | 868 | ||||||
| Kosten vermogensbeheer | - | - | -543 | -543 | ||||||
| Totaal | 441 | 50.218 | -888 | 49.771 | ||||||
| Mutatie weerstandsvermogen | -90 | |||||||||
| 49.681 |
14. Baten uit herverzekering
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Mutatie herverzekeringsdeel technische voorzieningen | -497 | -390 | ||
| Totaal | -497 | -390 |
15. Overige baten
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Interest baten overig | 42 | 76 | ||
| Interest baten waardeoverdrachten | 5 | 1 | ||
| Andere baten | 0 | 0 | ||
| Totaal | 47 | 77 |
Andere baten betreffen de facturen van ABN AMRO voor de dividendbelasting (-9) en de teruggave van deze dividendbelasting (9).
16. Pensioenuitkeringen
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Ouderdomspensioen | 5.649 | 4.657 | ||
| Partnerpensioen | 626 | 551 | ||
| Wezenpensioen | 53 | 56 | ||
| Arbeidsongeschiktheidspensioen | 31 | 30 | ||
| Afkopen | 15 | 13 | ||
| Totaal | 6.374 | 5.307 |
De AOW-aanvulling is nu opgenomen onder ouderdomspensioen in plaats van WAO-aanvulling. De overlijdensuitkeringen in verband met invaliditeit/arbeidsongeschiktheid zijn opgenomen onder arbeidsongeschiktheidspensioen in plaats van overige uitkeringen. De vergelijkende cijfers van 2024 zijn hierop aangepast.
17. Pensioenuitvoeringskosten
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Administratiekostenvergoeding | 723 | 476 | ||
| Exploitatiekosten | 494 | 435 | ||
| Dwangsommen en boetes | 0 | 0 | ||
| Overige kosten | 115 | 81 | ||
| Algemene kosten toegerekend aan kosten vermogensbeheer | -177 | -150 | ||
| Totaal | 1.155 | 842 |
De administratiekostenvergoeding bestaat, naast de kosten die voortvloeien uit de uitbestedingsovereenkomst met TKP voor Pensioenkring GE Nederland (437), uit kosten voor meerwerkactiviteiten vanuit wet- en regelgeving en aanvullende dienstverlening (286).
De exploitatiekosten betreffen kosten die vanuit de pensioenkring worden betaald aan Stap voor governance (494). Deze kosten bestaan uit een vaste vergoeding voor Stap, kosten voor de werkzaamheden door de onafhankelijk accountant en de certificerend actuaris, kosten voor de actuariële functie, kosten voor adviserend actuaris, kosten voor het toezicht door AFM en DNB, kosten voor de Pensioenfederatie en Eumedion, kosten die samenhangen met voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp en kosten van het belanghebbendenorgaan. Een deel (30%) van de exploitatiekosten wordt toegerekend aan de kosten vermogensbeheer.
Onder overige kosten (115) zijn bankkosten, contributies, kosten voor communicatie-uitingen en kosten voor de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp opgenomen.
Aantal personeelsleden
Bij Pensioenkring GE Nederland zijn geen werknemers in dienst. De werkzaamheden worden verricht door het bestuursbureau Stap. De hieraan verbonden kosten zijn voor rekening van Stap.
19. Mutatie overige voorzieningen
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Mutatie overige voorzieningen | -3.205 | -5.279 | ||
| Totaal | -3.205 | -5.279 |
In 2025 is een bedrag van 3.205 onttrokken in verband met de indexatie per 1 januari 2026 voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden.
20. Saldo herverzekering
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Premie herverzekeringen | 551 | 422 | ||
| Uitkeringen uit herverzekeringen | -465 | -1.092 | ||
| Totaal | 86 | -670 |
Pensioenkring GE Nederland heeft de volgende verzekeringscontracten afgesloten:
- Het overlijdensrisico is op kapitaalbasis herverzekerd bij Aegon zonder eigen behoud en zonder winstdeling. Het betreft de herverzekering van het partner- en wezenpensioen. De afspraken ten aanzien van de herverzekering zijn in een separate herverzekeringsovereenkomst vastgelegd die loopt van 1 januari 2023 tot ene met 31 december 2027.
- Het arbeidsongeschiktheidsrisico is op kapitaalbasis herverzekerd bij SCOR zonder eigen behoud en zonder winstdeling. Het betreft de herverzekering van premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid en de uitkering van een arbeidsongeschiktheidspensioen. De afspraken ten aanzien van de herverzekering zijn in een separate herverzekeringsovereenkomst vastgelegd die loopt van 1 januari 2023 tot ene met 31 december 2027.
Daarnaast worden er nog rente-uitkeringen ontvangen uit hoofde van beëindigde verzekeringscontracten bij ElipsLife.
Voor zeven arbeidsongeschikten ontvangt Pensioenkring GE Nederland een jaarlijkse uitkering van 465, voor zover deze deelnemers arbeidsongeschikt blijven.
21. Saldo overdrachten van rechten
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Inkomende waardeoverdrachten | -1.113 | -258 | ||
| Inkomende waardeoverdrachten klein pensioen | -61 | -27 | ||
| Inkomende collectieve waardeoverdrachten | 0 | -702 | ||
| Uitgaande waardeoverdrachten | 2.148 | 208 | ||
| Uitgaande waardeoverdrachten klein pensioen | 27 | 27 | ||
| Uitgaande collectieve waardeoverdrachten | 0 | 702 | ||
| Totaal | 1.001 | -50 |
De inkomende en uitgaande collectieve waardeoverdrachten in 2024 betreffen de interne collectieve waardeoverdracht van de beleggingen voor risico deelnemers naar de beleggingen voor risico Pensioenkring GE Nederland.
22. Overige lasten
| (bedragen x € 1.000) | 2025 | 2024 | ||
|---|---|---|---|---|
| Betaalde interest waardeoverdrachten | 12 | 2 | ||
| Overige lasten | 0 | 1 | ||
| Totaal | 12 | 3 |
20.8 Gebeurtenissen na balansdatum
Op het moment van vaststellen van het jaarverslag zijn er geen gebeurtenissen na balansdatum bij Pensioenkring GE Nederland.
Stichting Algemeen Pensioenfonds Stap
Den Haag, 16 juni 2026
Het bestuur
Jeroen de Munnik
Huub Popping
Danielle Melis
Fred Ooms