Spring naar inhoud

4.
Verslag Pensioenkring Holland Casino

4.1 Kerngegevens

  2025   2024   2023   2022   2021
Aantal deelnemers                  
Actieven en arbeidsongeschikten 3.913   4.103   3.870   3.740   3.576
Gewezen deelnemers 5.679   5.188   5.146   6.138   6.013
Pensioengerechtigden 1.486   1.367   1.236   1.151   1.197
Totaal 11.078   10.658   10.252   11.029   10.786
                   
Dekkingsgraad                  
Beleidsdekkingsgraad n.v.t.   128,8%   124,8%   123,5%   117,5%
Feitelijke dekkingsgraad 101,9%   128,1%   123,9%   118,3%   125,3%
Minimaal vereiste dekkingsgraad 100,2%   104,2%   104,2%   104,2%   104,2%
Vereiste dekkingsgraad n.v.t.   123,0%   123,1%   123,1%   121,6%
                   
Financiële positie (in € 1.000)                  
Pensioenvermogen 1.756.076   1.966.784   1.770.594   1.581.620   2.276.482
Voorzieningen pensioenverplichtingen voor risico pensioenkring * 0   1.494.081   1.391.993   1.298.268   1.782.240
Voorziening operationele kosten 42.010   40.733   37.461   38.183   34.071
Technische voorzieningen risico deelnemers 1.619.847   0   0   0   0
Herverzekeringsdeel technische voorzieningen 0   5   56   69   104
Algemene of overige reserve 32.608   431.965   341.084   245.100   460.066
Minimaal vereist eigen vermogen 3.324   63.832   59.528   55.565   75.434
Vereist eigen vermogen n.v.t.   353.277   329.822   308.598   392.405
Solidariteitsfonds 44.579   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.
Spreidingsfactor 5,5%   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.   n.v.t.
                   
Premies en uitkeringen (in € 1.000)                  
Kostendekkende premie n.v.t.   35.804   24.570   35.892   37.158
Feitelijke premie ** 31.705   31.363   27.708   26.153   25.855
Gedempte premie n.v.t.   29.961   20.962   19.167   18.355
Pensioenuitkeringen 36.125   29.699   26.717   23.322   21.666
                   
Toeslagen ***                  
Actieven en arbeidsongeschikten n.v.t.   2,04%   1,43%   6,38%   0,38%
Gewezen deelnemers en pensioengerechtigden n.v.t.   2,04%   1,43%   6,38%   0,38%
Niet toegekende toeslagen deelnemers (cumulatief) n.v.t.   14,91%   13,67%   14,18%   14,48%
Niet toegekende toeslagen gewezen deelnemers
en pensioengerechtigden (cumulatief)
n.v.t.   14,91%   13,67%   14,18%   14,48%
                   
Beleggingsrendement                  
Per jaar -10,8%   11,8%   12,0%   -30,9%   10,2%
                   
Kostenratio`s                  
Pensioenuitvoeringskosten 0,13%   0,11%   0,08%   0,05%   0,04%
Vermogensbeheerkosten 0,25%   0,26%   0,24%   0,24%   0,30%
Transactiekosten 0,14%   0,05%   0,08%   0,08%   0,06%
                   
Gemiddelde duration (in jaren)                  
Actieven en arbeidsongeschikten n.v.t.   23,3   23,4   24,3   25,9
Gewezen deelnemers n.v.t.   21,6   21,4   22,0   23,8
Pensioengerechtigden n.v.t.   10,4   10,4   10,4   11,9
Totaal gemiddelde duration n.v.t.   19,1   19,4   20,1   22,3
                   
Gemiddelde rekenrente (2025: per 30 april) 2,43%   2,15%   2,32%   2,54%   0,58%

4.2 Algemene informatie

Pensioenkring Holland Casino is vanaf 1 juli 2017 operationeel. Per die datum zijn de pensioenaanspraken en het vermogen van de voormalige Stichting Pensioenfonds Holland Casino overgedragen aan Stap Pensioenkring Holland Casino door middel van een collectieve waardeoverdracht. De werkgever Holland Casino en Stap hebben de uitvoeringsovereenkomst per 1 juli 2022 verlengd voor een nieuwe periode van vijf jaar.

De samenstelling en zittingstermijnen van het belanghebbendenorgaan zijn op het moment van vaststellen van het jaarverslag als volgt:

Naam lid belanghebbendenorgaan Ingangsdatum zittingstermijn Einddatum 1ste zittingstermijn Einddatum 1ste herbenoeming Laatste termijn
eindigt op
Ed Roijers (1957), voorzitter
namens de werkgever
05-12-2019 01-07-2021 01-07-2025 01-07-2029
Willem Kooijman (1949), lid
namens de werkgever
01-07-2017 01-07-2020 01-07-2024 01-01-2028
Rob Oosterhout (1954), lid
namens de werkgever
01-07-2019 01-07-2023 01-07-2027 01-07-2031
Hessel Hollema (1952), lid
namens de pensioengerechtigden
01-03-2019 01-07-2021 01-07-2025 01-07-2027
Carola Coeleman (1968), lid
namens de deelnemers
01-08-2017 01-08-2020 01-08-2024 01-08-2028
Annemie Plat (1988), lid
namens de deelnemers
21-07-2023 01-08-2025 01-08-2029 01-08-2033

Op 1 juli 2025 eindigde de tweede zittingstermijn van Ed Roijers als lid van het belanghebbendenorgaan namens de werkgevers en van Hessel Hollema als lid van het belanghebbendenorgaan namens de pensioengerechtigden. Beiden stelden zich beschikbaar voor een nieuwe termijn en zijn voorgedragen voor herbenoeming.

Daarnaast eindigde op 1 augustus 2025 de eerste zittingstermijn van Annemie Plat als lid van het belanghebbendenorgaan namens de deelnemers. Ook zij stelde zich beschikbaar voor een nieuwe termijn en is voorgedragen voor herbenoeming.

Het bestuur heeft Ed Roijers en Hessel Hollema herbenoemd voor een laatste zittingstermijn. Annemie Plat is herbenoemd voor een tweede zittingstermijn.

Het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Holland Casino heeft in 2025 twee keer een overleg gehad met het bestuur. In mei 2025 stond het overleg in het teken van het jaarverslag 2024 en het tweede overleg heeft in december 2025 plaatsgevonden. Daarin zijn diverse onderwerpen zoals het beleggingsplan 2025, het jaarplan 2025, de toeslagverlening per 31 december 2024, het communicatiejaarplan 2025 en het pensioenreglement 2025 behandeld. Naast de vergaderingen met het bestuur, heeft het belanghebbendenorgaan ook zeven eigen vergaderingen gehad waarbij een delegatie van het bestuursbureau aanwezig was.

4.3 Pensioenparagraaf en invaren

Overgang naar de Wtp

Pensioenkring Holland Casino is op 1 mei 2025 overgegaan van het FTK-stelsel naar een Solidaire Premieregeling in het Wtp-stelsel. Bij die overgang is het pensioenvermogen herverdeeld, waarbij een aanzienlijk bedrag is toebedeeld aan de persoonlijke pensioenvermogens van deelnemers. Deze herverdeling is op basis van regelgeving als interne waardeoverdracht verantwoord. Het gevolg van deze verwerkingswijze is dat over het jaar 2025 een groot verlies wordt gerapporteerd. 

De overgang van het oude stelsel naar het nieuwe stelsel wordt 'invaren' genoemd. Daarbij is een aantal stappen doorlopen, waarop door de onafhankelijke accountant en de certificerend actuaris controle heeft plaatsgevonden. De herverdeling van het pensioenvermogen is, zoals voorgeschreven, verantwoord in een zogenaamde waterval. 

Waterval invaren

(bedragen x € 1.000) Ref 01-05-2025
Het aanwezig pensioenvermogen per 30 april 2025    
Eigen vermogen op basis van FTK   319.992
Voorziening pensioenverplichtingen op basis van FTK   1.465.610
Totaal aanwezig pensioenvermogen op invaarmoment   1.785.602
     
Verdeling van het pensioenvermogen op invaarmoment 1 mei 2025    
    1.785.602
Aanwezig pensioenvermogen op invaarmoment
-/- Minimaal vereist eigen vermogen 1 -3.664
-/- Operationele reserve 2 -28.569
-/- Solidariteitsreserve 3 -42.335
-/- Compensatie 4 -40.946
-/- Voorziening operationele kosten 5 -41.452
-/- Overige posten 6 -228
-/- Overige technische voorzieningen voor risico pensioenuitvoerder 7 -18.293
Totaal beschikbaar vermogen   1.610.115
Totaal beschikbaar vermogen 8 1.610.115
Toebedeelde compensatie 4 40.946
Totaal persoonlijke pensioenvermogens   1.651.061

1: Minimaal vereist eigen vermogen

Op grond van artikel 11 besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen dient het pensioenfonds een minimaal vereist eigen vermogen (MVEV) aan te houden. Het MVEV is een buffer ter afdekking van de risico's die het pensioenfonds loopt. Deze risico’s zijn beleggingsrisico, overlijdensrisico en arbeidsongeschiktheidsrisico. Het beleggingsrisico voor het fonds is beperkt omdat een groot deel van het beleggingsrisico voor risico van de deelnemers is. Het MVEV is vastgesteld op 0,25% van de technische voorzieningen en bedraagt na het invaren gelijk aan € 3.664 duizend.

2: Operationele reserve

De operationele reserve is gelijk aan € 28,6 miljoen. De operationele reserve is bedoeld om overige (financiële) risico's op te vangen. Per risico is een inschatting gemaakt van het benodigde kapitaal ter afdekking van het risico, rekening houdend met de gedefinieerde risicobeheersmaatregelen.

3: Solidariteitsreserve

De solidariteitsreserve is een integraal en belangrijk onderdeel van de nieuwe pensioenregeling. Door middel van de solidariteitsreserve worden financiële mee- en tegenvallers zodanig collectief gedeeld dat dit op voorhand leidt tot gemiddeld stabielere of hogere toekomstige en al ingegane pensioenuitkeringen voor alle generaties. De financiële positie van pensioenkring Holland Casino was op het moment van invaren voldoende om de solidariteitsreserve te vullen tot het gewenste niveau. Dit betekent dat de solidariteitsreserve bij invaren gelijk is aan € 42,3 miljoen.

4: Compensatie

Voor het compenseren van actieve deelnemers vanwege de afschaffing van de doorsneesystematiek is een compensatiereserve gevormd. Het voor compensatie beschikbare vermogen bedraagt op basis daarvan € 40,9 miljoen (2,48% van het pensioenvermogen na onttrekking MVEV, overige technische voorzieningen, operationele reserve en solidariteitsreserve). Het voor compensatie beschikbare vermogen wordt over leeftijdscohorten verdeeld volgens een leeftijdsafhankelijke staffel. Deze staffel is afgeleid van de berekende impact van de afschaffing van de doorsneesystematiek. Het voor compensatie gereserveerde bedrag is direct na invaren toegevoegd aan de persoonlijke pensioenvermogens.

5: Voorziening operationele kosten

De kostenvoorziening bedraagt € 41.452 duizend. Bij invaren is de voorziening operationele kosten gevuld uit de kostenvoorziening per 30 april 2025. In het nieuwe stelsel is de voorziening operationele kosten in euro’s iets hoger dan onder het FTK-stelsel. Dat heeft te maken met het feit dat de verwachte jaarlijkse uitvoeringskosten ook iets hoger liggen. Daarom stijgt de kostenvoorziening met € 0,7 miljoen ten opzichte van de FTK-voorziening. Jaarlijks wordt de voorziening operationele kosten aangevuld met een opslag op de premie. Jaarlijks valt een deel van de voorziening operationele kosten vrij ten gunste van de financiering van lopende kosten.

6: Overige posten

Voor deelnemers met een niet-opgevraagd pensioen is onder de kortlopende schulden een bedrag van € 228 duizend opgenomen. In het FTK-stelsel werd deze als onderdeel van de VPV gepresenteerd. Dit bedrag heeft betrekking op de reeds vervallen uitkeringen van de betreffende deelnemers.

7: Overige technische voorzieningen

Dit betreft voorzieningen voor andere collectieve verplichtingen. De voorzieningen pensioenverplichtingen voor risico pensioenkring bestaat uit: Schadevoorziening voor toekomstige premievrije pensioenopbouw (€ 13.678 duizend), IBNR arbeidsongeschiktheid en premievrijstelling (€ 2.899 duizend) en de voorziening voor Latent wezenpensioen (€ 1.716 duizend). 

8: Totaal beschikbaar vermogen

Na het afzonderen van MVEV en specifieke reserves en voorzieningen resulteert een vermogen dat beschikbaar is voor verdeling over alle deelnemers. We noemen dit het beschikbare vermogen. Het beschikbare vermogen is verdeeld op basis van de wettelijke standaardregel.

Kenmerken regeling

De belangrijkste kenmerken van de FTK-regeling luiden als volgt:

  Pensioenregeling tot 1 mei 2025 Pensioenregeling vanaf 1 mei 2025
Pensioenregeling De pensioenregeling tot 1 mei 2025 is een zogeheten Collective Defined Contribution (CDC) regeling. Het is een voorwaardelijke middelloonregeling met voorwaardelijke toeslagen. Wanneer de premie in enig jaar niet toereikend is om de beoogde regeling te financieren, dan wordt het opbouwpercentage van de voorwaardelijke middelloonregeling in het betreffende jaar aangepast. De pensioenregeling heeft het karakter van een uitkeringsovereenkomst. De pensioenregeling vanaf 1 mei 2025 is een zogeheten Solidaire Premie regeling (SPR). De solidaire premieregeling is ontwikkeld om een persoonlijker pensioen met behoud van solidaire elementen mogelijk te maken. De premie die werkgever en werknemer inleggen voor het pensioen staat vast. De pensioenuitkering is afhankelijk van met name de beleggingsresultaten en de rente en staat dus niet vast.
Pensioenleeftijd Leeftijd 67 jaar

Leeftijd 67 jaar

Toetredingsleeftijd Leeftijd 18 jaar

Leeftijd 18 jaar

Pensioengevend salaris 100% van het bruto pensioeninkomen zoals omschreven in de cao van Holland Casino. Het maximum pensioengevend salaris voor het ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen zal nooit hoger zijn dan fiscaal toelaatbaar en bedraagt (in 2025) maximaal
€ 137.800 op jaarbasis, bij een voltijds dienstverband en wordt aangepast aan de fiscale maximering.

100% van het bruto pensioeninkomen zoals omschreven in de cao van Holland Casino. Het maximum pensioengevend salaris voor het ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen zal nooit hoger zijn dan fiscaal toelaatbaar en bedraagt (in 2025) maximaal
Franchise € 18.475 (2025). De franchise wordt jaarlijks door het bestuur procentueel verhoogd met de maatstaf voor het toeslagpercentage.

€ 18.475 (2025). De franchise wordt jaarlijks door het bestuur procentueel verhoogd met de maatstaf voor het toeslagpercentage.
Pensioengrondslag De pensioengrondslag bedraagt het pensioengevend salaris minus de franchise. De pensioengrondslag wordt vermenigvuldigd met de parttimefactor.

€ 137.800 op jaarbasis, bij een voltijds dienstverband en wordt aangepast aan de fiscale maximering.
Opbouw respectievelijk inleg ouderdomspensioen Het beoogd opbouwpercentage is 1,4% (2025).

Het feitelijk opbouwpercentage is 1,738% (2025).
Van de 24% premie wordt 20,87% van de pensioengrondslag toegevoegd aan het kapitaal ten behoeve van ouderdomspensioen.
Partnerpensioen Vanaf 1 januari 2021 is het partnerpensioen verzekerd op risicobasis. Het opgebouwde partnerpensioen tot 1 januari 2021 blijft ongewijzigd. De risicodekking bedraagt voor een actieve deelnemer 1,25% voor elk deelnemersjaar (vanaf 1 januari 2021), van de pensioengrondslag in het betreffende jaar. Voor de bepaling van het aantal deelnemersjaren wordt aangenomen dat de deelnemer tot de pensioendatum in dienst blijft.

Het partnerpensioen is verzekerd op risicobasis. Het opgebouwde partnerpensioen tot 1 januari 2021 is per 1 mei omgezet in een kapitaal dat gericht blijft op de financiering van partnerpensioen (eerbiedigd partnerpensioen). De risicodekking bedraagt voor een actieve deelnemer 20% van het (gemiddelde) jaarsalaris.
Wezenpensioen Per kind tot uiterlijk 18 jaar 14% van het opgebouwde ouderdomspensioen verhoogd met 0,20% van de pensioengrondslag op de overlijdensdatum voor ieder deelnemersjaar dat de werknemer tussen de overlijdensdatum en de pensioendatum zou kunnen behalen.

Het wezenpensioen is op risicobasis verzekerd en bedraagt 10% van het (gemiddelde) jaarsalaris. Na overlijden van de deelnemer ontvangt de wees deze uitkering tot zijn 25-st. Onder FTK opgebouwd wezenpensioen wordt onder SPR geëerbiedigd.
Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid Bij arbeidsongeschiktheid wordt de pensioenopbouw geheel of gedeeltelijk voortgezet, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Bij arbeidsongeschiktheid wordt de pensioenopbouw geheel of gedeeltelijk voortgezet, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.
Arbeidsongeschiktheids-pensioen 70% van het salaris boven maximum WIA-loon, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.

70% van het salaris boven maximum WIA-loon, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Ontwikkelingen in aantallen deelnemers

In onderstaande tabel is een mutatieoverzicht opgenomen met de ontwikkelingen in het deelnemersbestand.

Deelnemers Actief Ingegaan OP/NP Ingegaan WzP Gewezen Totaal
Per 31 december 2024 4.103 1.283 84 5.188 10.658
Bij 493 205 8 715 1.421
Af 683 45 49 224 1.001
Per 31 december 2025 3.913 1.443 43 5.679 11.078

Financieringsbeleid

Sociale partners komen de premiehoogte en premieperiode overeen. Voor 2025 bedraagt de premie, evenals voor 2024, 24% van de pensioengrondslagsom.

Feitelijke premie

De feitelijke jaarpremie is voor 2025 (evenals over 2024) vastgesteld op 24% van de pensioengrondslagsom. De premie wordt jaarlijks door het bestuur getoetst om vast te stellen of het beoogd opbouwpercentage kan worden verstrekt. Indien de feitelijke premie lager is dan de gedempte premie, dan wordt het opbouwpercentage zodanig verlaagd dat de feitelijke premie hoger is dan de gedempte premie.

Gedempte premie

Om conform de Pensioenwet te toetsen in hoeverre de feitelijke premie voldoet aan de wettelijke eisen, hanteert de pensioenkring een gedempte premie. De gedempte premie wordt vastgesteld op basis van onder andere de volgende uitgangspunten en wordt uitgedrukt in een percentage van de pensioengrondslagsom.

Kostendekkende premie

Naast de gedempte premie wordt jaarlijks ook de kostendekkende premie bepaald. De kostendekkende premie wordt op dezelfde grondslagen berekend als de gedempte premie, met uitzondering van de rekenrente en de solvabiliteitsopslag. Bij de kostendekkende premie wordt de actuele rentetermijnstructuur gebruikt zoals deze door DNB gepubliceerd wordt per 31 december van het voorafgaande jaar.

VEB-regeling

Pensioenkring Holland Casino kent binnen het pensioenreglement een regeling voor vrijwillige eigen bijdragen (VEB-regeling). De VEB-regeling kent een nominaliteitsgarantie waarbij het pensioenkapitaal ten minste gelijk is aan het nominale bedrag van de voor de deelnemer aan het pensioenkapitaal toegevoegde vrijwillige eigen bijdragen. In de voorziening wordt rekening gehouden met deze nominaliteitsgarantie. De beleggingen die aangehouden worden ten behoeve van de VEB-regeling, worden binnen de totale beleggingsportefeuille belegd. De voorziening voor deze regeling is opgenomen in de totale technische voorzieningen. De regeling is bij invaren naar de SPR-regeling komen te vervallen. De VEB-bedragen zijn op dat moment omgezet in persoonlijke pensioenvermogens.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen voor Pensioenkring Holland Casino bedraagt 0,2% van het beheerde pensioenvermogen. Dit weerstandsvermogen is het vermogen dat Stap volgens het bepaalde bij of krachtens de Pensioenwet ten minste moet aanhouden als vermogen om de bedrijfsrisico’s te dekken. Het weerstandsvermogen maakt geen deel uit van het vermogen van Pensioenkring Holland Casino.

Voor het weerstandsvermogen geldt een wettelijk voorgeschreven minimum en maximum. Doorlopend wordt getoetst of het aanwezige weerstandsvermogen hieraan voldoet. Daarbij vastgestelde overschotten en tekorten van het weerstandsvermogen die het gevolg zijn van het behaalde positieve of negatieve rendement op het vermogen van Pensioenkring Holland Casino, komen ten goede aan respectievelijk ten laste van het behaalde bruto rendement op het vermogen van de pensioenkring.

Klachten en geschillen

Luisteren naar deelnemers en daarnaar handelen biedt kansen om onze dienstverlening structureel te blijven verbeteren. Hierbij volgen we de geactualiseerde versie (september 2024) van de Gedragslijn Goed omgaan met Klachten. Een vorm van zelfregulering waarmee leden van de Pensioenfederatie hebben vastgelegd wat het basisniveau is van hoe we als pensioenfondsensector willen omgaan met klachten. In 2025 hebben we ons ingezet op verdere professionalisering van klachtenmanagement met als belangrijk resultaat dat we 94% scoorden op de naleving van de Gedragslijn Goed omgaan met klachten – ruim boven de sectornorm van 84%.

We hanteren de wettelijke bredere definitie van een klacht: elke uiting van ontevredenheid van een persoon gericht aan de pensioenuitvoerder. Dat betekent dat uitingen van ongenoegen die via verschillende kanalen bij ons binnenkomen worden beschouwd als een klacht. Stap ziet ieder klantsignaal en ieder contact met een persoon waaruit blijkt dat niet is voldaan óf juist wel is voldaan aan de verwachtingen als een kans. Dit vraagt om een werkwijze waarbij alle klantsignalen structureel worden vastgelegd en geanalyseerd om mogelijke verbeterrichtingen te bepalen. Op basis van prioritering wordt vervolgens besloten welke signalen worden opgepakt en uitgewerkt tot een verbeterinitiatief. Door daarna terug te koppelen aan bijvoorbeeld deelnemers, werkgevers, medewerkers of melders over wat er met hun signaal is gedaan (of waarom niet), wordt de feedbackloop gesloten.

Met onze werkwijze sluiten wij aan bij de verwachtingen van de deelnemers en werkgevers. Bovendien is het fonds zo goed in staat om verwachtingen en vragen van deelnemers over het nieuwe stelsel goed vast te leggen en om te zetten. In 2025 zijn er voor Pensioenkring Holland Casino 13 klachten over de nieuwe pensioenregeling (toepassing wet- en regelgeving: invaren, transitie).

In onderstaand schema staan de aantallen klachten, geëscaleerde klachten en geschillen over 2025 toebedeeld aan een aantal vaste rubrieken zoals beschreven in de gedragslijn. Een geëscaleerde klacht is een klacht die niet in één keer, naar tevredenheid van de klant, is opgelost. Klachten die niet in onderling overleg worden opgelost, kunnen uitmonden in een geschil. Geschillen kunnen door de deelnemer worden voorgelegd aan de Geschillen Instantie Pensioenfondsen (waarbinnen de deelnemer kan kiezen voor bemiddeling door de Ombudsman of beslechting), of de burgerlijke rechter.

De tabel hieronder toont de AFM-rubrieken. In 2025 zijn 63 klachten afgehandeld, waaronder 29 klachten over de pensioenberekening en -betaling. Onze pensioenuitvoeringsorganisatie gebruikt daarnaast een uitgebreidere classificatielijst voor meer detail en beter inzicht in alle klantsignalen.

Onderwerp Klachten Geëscaleerde klachten Geschillen
Afgehandelde klachten 2025 per onderwerp:      
- service en klantgerichtheid 1 0 0
- behandelingsduur 0 0 0
- informatieverstrekking 6 0 0
- deelnemersportaal 12 0 0
- keuzebegeleiding 0 0 0
- pensioenberekening en -betaling 29 0 0
- registratie werknemersgegevens/datakwaliteit 2 0 0
- toepassing wet- en regelgeving: algemeen 0 0 0
- toepassing wet- en regelgeving: invaren, transitie 13 0 0
- financiële situatie 0 0 0
- duurzaamheid 0 0 0
- overig 0 0 0
Totaal 63 0 0

Op basis van de uitkomsten hebben we onder andere de volgende verbetering doorgevoerd: 

Verduidelijking partnerpensioen bij pensioenaanvraag
Informatie over klantcontacten was verspreid over meerdere systemen en kanalen waardoor een samenhangend beeld ontbrak. Door uiteenlopende classificaties was het combineren en analyseren van data ingewikkeld. Rapportages over deelnemersvragen en deelnemersklachten kostten veel tijd en leverden beperkte inzichten op.

Oplossing
Er is één uniforme indeling gemaakt, waarbij de classificatie gekoppeld is aan producten, diensten (PDC) en klantreizen. De integratie van sentimentanalyse en klantsignalen zorgt voor rijkere inzichten in de behoeften en ervaringen van deelnemers.

Verder voert onze pensioenuitvoeringsorganisatie een periodieke meting uit naar de klanttevredenheid over de behandeling van klachten (de Klanttevredenheidsmonitor ‘Ik heb een klacht’). Deze meting wordt vier keer per jaar verstuurd naar aanleiding van een uiting van onvrede of een ingediende klacht en bevat onder meer vragen over de tevredenheid van de deelnemer over onze reactie of geboden oplossing en het algehele klachtenproces. Voor Stap komt de gemiddelde tevredenheid over 2025 (Q1–Q3) uit op een 7,0 op een 10-puntsschaal. Op basis van deze metingen ontstaat het beeld dat de tevredenheid over de klachtbehandeling wisselend is en dat er ruimte is voor verbetering in de ervaren afhandeling van klachten, waarbij de uitkomsten mede moeten worden bezien in het licht van het in sommige gevallen beperkte aantal ingevulde vragenlijsten.

4.4 Vermogensbeheer

Beleggingsmix

In onderstaande tabel zijn de actuele en strategische beleggingsmix ultimo 2025 en 2024 opgenomen.

    2025     2024  
  in € miljoen Actuele
mix
in %
Strategische
mix
in %
in € miljoen Actuele
mix
in %
Strategische
mix
in %
Aandelen 721,8 41,2 52,5 953,5 48,6 48,5
Ontwikkelde markten 634,6 36,2 46,7 796,1 40,6 40,0
Opkomende markten 87,2 5,0 5,8 157,3 8,0 8,5
Private Equity 2,7 0,2 0,0 7,3 0,4 0,0
Vastgoed 50,3 2,9 10,0 - - 0,0
Vastrentende waarden (inclusief liquiditeiten en overlay) * - - - 854,3 51,0 51,5
Hoogrentende obligaties 273,6 15,6 20,0 - - -
High yield obligaties 136,7 7,8 10,0 - - -
Obligaties opkomende markten 136,9 7,8 10,0 83,5 4,3 4,0
Obligaties investment grade 287,4 16,4 17,5 - - -
Bedrijfsobligaties Europa 31,0 1,8 2,2 108,4 5,5 6,3
Bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials) - - - 111,7 5,7 6,3
Green Bonds 31,1 1,8 2,2 45,2 2,3 2,5
Hypotheken Nederland 225,4 12,9 13,1 363,9 18,6 20,0
Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties 228,7 13,1 - 141,6 7,2 12,5
Liquiditeiten 672,5 38,4 - 466,2 23,8
Overlay -485,3 -27,7 - -320,6 -16,3
Interest Rate Swap -488,2 -27,9 - -301,6 -15,4
FX Forward 2,9 0,2 - -18,9 -1,0
Totaal **/*** 1.751,8 100,0 100,0 1.960,7 100,0 100,0

In december 2025 is het beleggingsplan 2026 vastgesteld. Het beleggingsplan 2026 heeft als ingangsdatum 1 januari 2026.

Per 1 mei is de pensioenkring ingevaren naar een solidaire premieregeling onder de Wtp. Hiertoe is het beleggingsbeleid per die datum aangepast.

Resultaten beleggingen

In onderstaande tabel worden de beleggingsresultaten van 2025 weergegeven.

Cijfers in % Pensioenkring * Benchmark Delta
Aandelen      
Aandelen ontwikkelde markten
(MM World Equity Index SRI Fund)
1,8 1,3 0,4
Aandelen opkomende markten
(MM Global Emerging Markets Fund)
12,7 19,0 -6,2
Private Equity      
Private equity
(Unigestion – Euro Choice IV)
-88,9 -88,9 0,0
Private equity
(Unigestion – Euro Choice V)
-27,3 -27,3 0,0
Vastgoed      
Vastgoed
(Vesteda Residential Fund)
12,9 12,9 0,0
Hoogrentende obligaties      
High yield obligaties
(MM Global High Yield Fund)
4,4 4,1 0,3
Staatsleningen opkomende markten
(MM Global Emerging Market Debt Fund)
2,1 0,9 1,3
Obligaties investment grade      
Bedrijfsobligaties Europa
(MM Euro Credit ESG Fund)
3,1 2,9 0,2
Bedrijfsobligaties wereld (exclusief financials)
(MM Global Credit Ex Financials Fund - Unhedged)
-3,3 -3,0 -0,2
Green Bonds
(MM Global Green Bond Fund)
2,9 2,6 0,3
Hypotheken Nederland
(MM Dutch Mortgage Fund)
1,4 -1,6 2,9
Hypotheken Nederland
(AeAM Dutch Mortgage Fund)
1,4 -0,7 2,1
Hypotheken Nederland
(AeAM Dutch Mortgage Fund 2)
1,0 -0,7 1,7
Hypotheken Nederland
(AeAM Dutch Mortgage Fund 3 NHG)
-0,2 -0,8 0,7
Hypotheken Nederland
(AeAM Dutch Mortgage Fund 3 non-NHG)
-0,5 -0,8 0,3
Discretionaire portefeuille nominale staatsobligaties -6,2 -6,2 0,0
Liquiditeiten (bijdrage) 0,1    
Overlay      
Interest Rate Swap (bijdrage) -11,8    
Futures (bijdrage) -2,6    
FX Forward (bijdrage) 2,8    
Totaal ** -10,8    

Toelichting resultaten beleggingen 2025

In deze paragraaf wordt ingegaan op de behaalde rendementen van de pensioenkring (1). 

Het totale rendement in de periode 1 januari 2025 tot en met 30 april 2025, voor het invaren naar een solidaire premieregeling onder de Wtp, bedroeg -9,4%. In de resterende periode na de invaardatum van 1 mei 2025 werd een rendement van -1,4% behaald op de totale portefeuille. Over heel 2025 resulteerde dit in een totaal rendement van -10,8%.  

Het negatieve rendement over 2025 wordt voornamelijk verklaard door de impact van de renteafdekking in combinatie met de sterke rentestijging gedurende het jaar. Daarnaast hebben tijdelijke beschermingsmaatregelen rondom het invaren voor een kleiner deel invloed gehad op onderdelen van het rendement.

(1) Voor de meeste beleggingscategorieën wordt passief belegd. Doordat de benchmark geen rekening houdt met transactiekosten is het rendement van de passief beheerde fondsen, als gevolg van de transactiekosten, meestal iets lager dan de gehanteerde benchmark.

Toelichting resultaten aandelen

Het MM Global Emerging Markets Fund heeft binnen de beleggingscategorie aandelen het hoogste rendement behaald, namelijk 12,7%.

Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen in aandelen is opgenomen in hoofdstuk 13.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.

Toelichting resultaten private equity

Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen die beleggen in private equity is opgenomen in hoofdstuk 13.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.

Toelichting resultaten vastgoed

Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen in vastgoed is opgenomen in hoofdstuk 13.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.

Toelichting resultaten vastrentende waarden

Het MM Global High Yield Fund heeft een rendement gehaald van 4,3%. Dit was het hoogste rendement binnen de hoogrentende obligaties. Bij de investment grade obligaties was dit het MM Global Green Bond Fund. Dit fonds behaalde een rendement van 2,9%.

Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen in vastrentende waarden is opgenomen in hoofdstuk 13.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.

Toelichting resultaten overlay

De overlay, bestaande uit renteswaps en valutaforwards, heeft voornamelijk als doel om de dekkingsgraad van de pensioenkring te beschermen tegen financiële risico’s en droeg in de verslagperiode -11,7%-punt bij aan het rendement.

De renteswaps droegen met -11,8%-punt negatief bij aan het totale beleggingsresultaat. De afdekking van het renterisico heeft gedurende het jaar rond het strategisch target van 100% gefluctueerd, waarbij de verplichtingen qua looptijd evenredig over de curve zijn afgedekt. De te betalen floating rente van de renteswaps leidde tot een positieve bijdrage vanwege de lagere kortetermijn rente. Dit effect was kleiner dan het negatieve rendement op de swaps als gevolg van de fors gestegen swaprente in 2025.

Per saldo leidde de afdekking van het valutarisico tot een positieve bijdrage aan het rendement van 2,8%. Dit is met name een gevolg van het afdekken van de Amerikaanse dollar die zwakker werd ten opzichte van de euro.

Uitvoering MVB-beleid

Het maatschappelijk verantwoord beleggen beleid van Stap staat beschreven in hoofdstuk 1.5 Beleggingen. Hieronder wordt de uitvoering van dit beleid beschreven die specifiek van toepassing is voor de pensioenkring.

Screening en engagement

Eind 2025 werd met 13 bedrijven, waarin de pensioenkring via de MM-beleggingsfondsen belegt, een dialoog gevoerd. Het voeren van de dialoog heeft Stap uitbesteed aan Aegon AM. Dit betreft 13 bedrijven die niet of mogelijk niet voldoen aan één of meerdere principes van de UN Global Compact, zoals opgenomen in onderstaande tabel:

Mensenrechten Milieu Corruptie
10 3 0

De resultaten van alle engagement trajecten worden in de volgende tabel voor 13 bedrijven weergegeven. Hiervoor wordt een mijlpalenaanpak gehanteerd.

Mijlpaal 1 Mijlpaal 2 Mijlpaal 3 Mijlpaal 4
3 4 6 0

De mijlpalen houden het volgende in:

  • mijlpaal 1: probleem aangestipt, een bedrijf heeft nog geen reactie gestuurd
  • mijlpaal 2: reactie van een bedrijf ontvangen
  • mijlpaal 3: bedrijf heeft aangegeven bereid te zijn om een probleem op te willen lossen en heeft concrete vervolgstappen genomen
  • mijlpaal 4: doelstelling van het engagement bereikt

Uitsluitingen

De pensioenkring belegt in multi-manager beleggingsfondsen beheerd door Aegon AM. Voor deze fondsen is een uitsluitingsbeleid van toepassing zoals beschreven in hoofdstuk 1.5 Beleggingen.

Stemmen

De uitgebrachte stemmen worden in onderstaande tabel per thema weergegeven. Hierbij wordt tevens aangegeven of er afwijkend van het stemadvies van de onderneming en/of het stemadviesbureau is gestemd.

Thema Overname Kapitaal-structuur Bestuur Reorganisatie & fusies Mensen-rechten Bedrijfs-specifiek Compensatie Overig
Uitgebrachte
stemmen
43 473 4.126 188 15 1.592 669 83
Afwijkend van
management
onderneming
0 29 262 28 10 72 105 34
Afwijkend van advies
stemadviesbureau
0 0 0 0 0 0 0 0

Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen
In de rapportageperiode is bij zes Nederlandse ondernemingen afwijkend van de aanbeveling van het management gestemd.

Voor de belangrijkste stemmingen wordt hierna benoemd waarom er tegen de aanbeveling van het management van de Nederlandse ondernemingen is gestemd:

  • er is tegen het remuneratiebeleid gestemd, omdat deze als buitensporig en niet marktconform wordt bestempeld
  • bij een onderneming is er tegen het langetermijn beloningspakket gestemd, omdat deze onvoldoende onderworpen was aan prestatiedoelstellingen
  • er is tegen de voorgestelde (her)benoeming van enkele bestuurders gestemd, omdat dit niet in lijn is met good practices voor de samenstelling van het bestuur op het vlak van diversiteit en/of onafhankelijkheid

4.5 Kostentransparantie

Het onderstaande overzicht is opgesteld conform de Aanbeveling Uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie. Mede op basis van deze aanbevelingen is een deel van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer gealloceerd naar de kosten voor vermogensbeheer. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.

  2025 2024 2025 2024
Soort kosten % * % *
Uitvoeringskosten pensioenbeheer 2.322 2.058 0,13 0,11
Kosten vermogensbeheer 4.604 4.894 0,25 0,26
Transactiekosten 2.567 974 0,14 0,05
Totaal ** 9.492 7.926 0,52 0,43

De hierboven vermelde kosten zijn uitgedrukt in een percentage van het gemiddeld belegd vermogen in het betreffende jaar en worden in de volgende paragrafen nader uitgesplitst en toegelicht.

Uitvoeringskosten pensioenbeheer

Deze kosten betreffen de kosten voor pensioenbeheer en de exploitatie van Stap. De wijziging van het weerstandsvermogen wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.

  2025 2024 2025 2024
Soort kosten % * % *
Administratiekostenvergoeding 1.280 718 0,07 0,04
Administratiekostenvergoeding meerwerk 101 678 0,01 0,04
Exploitatiekosten 957 862 0,05 0,05
Overige kosten 248 68 0,01 0,00
Allocatie naar kosten vermogensbeheer -264 -268 -0,01 -0,01
Totaal ** 2.322 2.058 0,13 0,11

De administratiekostenvergoeding is in 2025 toegenomen. Dit is vooral het gevolg van de overgang naar het nieuwe stelsel. De pensioenuitvoering maar ook het verantwoordingsproces was in 2025 extra complex omdat sprake was van twee pensioenregelingen en twee rapportageregimes.  De administratiekostenvergoeding meerwerk bestaat uit vergoedingen voor meerwerkactiviteiten vanuit wet- en regelgeving en aanvullende dienstverlening, met name als gevolg van werkzaamheden voor de transitie naar de Wtp.

De exploitatiekosten betreffen kosten die vanuit de pensioenkring worden betaald aan Stap voor governance. Deze kosten bestaan uit een vaste vergoeding voor Stap, kosten voor de werkzaamheden door de onafhankelijke accountant en de certificerend actuaris, kosten voor de actuariële functie, kosten voor het toezicht door AFM en DNB, kosten voor de Pensioenfederatie en Eumedion, kosten die samenhangen met voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp en kosten van het belanghebbendenorgaan. Een deel van de exploitatiekosten wordt toegerekend aan de kosten vermogensbeheer. De exploitatiekosten zijn in vergelijking met 2024 gestegen. Dat komt door algemene prijsontwikkelingen maar ook doordat ook in 2025 extra kosten zijn gemaakt vanwege transitie naar de SPR-regeling. 

Onder overige kosten zijn juridische- en overige advieskosten, bankkosten en kosten voor communicatie-uitingen opgenomen. De overige kosten zijn eveneens toegenomen doordat er meer kosten gemaakt zijn vanwege de transitie naar de Wtp.  

Kosten per deelnemer

De uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde zijn in de volgende tabel weergegeven.

      2025 2024
Uitvoeringskosten pensioenbeheer        
Totale uitvoeringskosten pensioenbeheer (in € 1.000)     2.322 2.058
Uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde (in €) *     430 376

Vanwege de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp zijn de kosten per deelnemer t.o.v. 2024 met 11% gestegen door een combinatie van (incidentele) stijging van de uitvoeringskosten en een afname van het aantal actieve deelnemers. Voor de kosten per actieve deelnemer/pensioengerechtigde is geen benchmark opgenomen, omdat de meerwaarde van het laten uitvoeren van een benchmark niet opweegt tegen de vergoeding die daarvoor gevraagd wordt. Daarnaast worden de kosten per deelnemer tot de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel beïnvloed door de eenmalige kosten die hiervoor in de uitvoeringskosten pensioenbeheer zijn opgenomen.

Kosten vermogensbeheer

Het bedrag van 4.604 betreft alle door de pensioenkring betaalde kosten vermogensbeheer (direct en indirect).

      2025 2024
Kosten vermogensbeheer    
Directe kosten vermogensbeheer     2.190 2.094
Indirecte kosten vermogensbeheer (ten laste van beleggingsresultaat) 2.414 2.800
Totale kosten van vermogensbeheer     4.604 4.894

De directe kosten vermogensbeheer bestaan uit de volgende posten:

  • dienstverlening integraal balansbeheerder
    - beheervergoeding: dit is een vaste beheervergoeding voor het operationeel vermogensbeheer per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie
    - vergoeding advies, administratie en rapportage: dit is de vergoeding voor de integrale dienstverlening conform de uitbestedingsovereenkomst
  • overige directe kosten: dit betreft onder andere bankkosten en custody-kosten
  • allocatie van de exploitatiekosten van Stap die betrekking hebben op vermogensbeheer

De hoogte van de directe kosten vermogensbeheer (2.190) wijkt af van de weergave in de financiële opstelling (2.298). Een deel van deze directe kosten vermogensbeheer betreffen transactiekosten (64) en deze zijn hierna in het bestuursverslag in de paragraaf "Transactiekosten" verantwoord. Daarnaast wordt een deel van de overige kosten (44) bij de vermogensbeheerder en in het bestuursverslag onder indirecte kosten verantwoord. De verschillen tussen de financiële opstelling en het bestuursverslag betreffen verschuivingen in de weergave en hebben geen invloed op het totaal aan kosten vermogensbeheer. 

De indirecte kosten vermogensbeheer bestaan uit kosten die worden gemaakt binnen de onderliggende beleggingsfondsen. Deze bestaan uit de volgende posten:

  • beheervergoeding externe managers: dit is een (basis) vergoeding per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie
  • performance fee externe managers: dit is een prestatieafhankelijke vergoeding voor het verslaan van de benchmark door een externe manager
  • overige kosten: dit betreft onder andere de vergoeding van de bewaarbank, administratiekosten, accountantskosten en juridische kosten

De kosten vermogensbeheer worden gerapporteerd in euro’s en als percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen. De volgende tabel geeft dit per beleggingscategorie weer. Het aandeel aan geschatte kosten is beperkt. De schattingen zijn gebaseerd op opgaven van externe managers van kosten in onderliggende beleggingsstructuren.

  2025 2024 2025 2024
Categorie beleggingen % * % *
Aandelen 1.078 1.275 0,06 0,07
Private Equity 160 163 0,01 0,01
Vastgoed 171 0 0,01 0,00
Vastrentende waarden 2.048 2.417 0,11 0,13
Overig 883 771 0,05 0,04
Totaal 4.340 4.626 0,24 0,25
Allocatie vanuit pensioenbeheer 264 268 0,01 0,01
Totaal ** 4.604 4.894 0,25 0,26

De kosten vermogensbeheer zijn als percentage van het gemiddeld belegd vermogen in 2025 0,01%-punt lager dan in 2024 (0,26%). De daling van de kosten vermogensbeheer is voornamelijk het gevolg van de gedaalde prestatieafhankelijke vergoedingen binnen de portefeuille met vastrentende waarden. Dit heeft de stijging van de kosten in de categorie vastgoed, als gevolg van de investering in het Vesteda Residential Fund in mei 2025, volledig teniet gedaan.

Transactiekosten

Deze kosten betreffen de toe- en uittredingsvergoedingen van de beleggingsfondsen, de transactiekosten van discretionaire portefeuilles en de derivatentransacties. Deze kosten zijn in het gerapporteerde rendement verwerkt.

Transactiekosten in beleggingsfondsen zijn wel onderdeel van het rendement, maar worden niet apart gespecificeerd. De transactiekosten zijn als volgt bepaald:

  • aandelen: op basis van directe transactiekosten zoals commissie en belastingen en indirecte geschatte kosten zoals spread en marktimpact. Indien deze kosten niet aanwezig zijn worden deze vastgesteld op basis van schattingen
  • vastrentende waarden en derivaten: van vastrentende waarden zijn de transactiekosten slechts bij benadering vast te stellen. Deze kosten zijn niet zichtbaar bij aan- en verkopen, maar zijn een impliciet onderdeel van de spread tussen bied- en laatkoersen. Binnen deze fondsen worden de transactiekosten geschat op basis van de gemiddelde spread gedurende het jaar en de som van aan- en verkopen
  • niet-beursgenoteerd vastgoed: de transactiekosten zijn gebaseerd op werkelijke kosten, vanuit opgave van de manager. Voorbeelden van deze transactiekosten zijn acquisitie-, aan- en verkoopkosten en notariskosten

De (geschatte) transactiekosten, waaronder ook de kosten voor toe- en uittreding vallen, worden gerapporteerd in euro’s en als een percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen.

  2024 2024 2025 2024
Categorie beleggingen % * % *
Aandelen 744 348 0,04 0,02
Vastrentende waarden 1.591 459 0,09 0,02
Derivaten 232 167 0,01 0,01
Totaal ** 2.567 974 0,14 0,05

In bovenstaande kosten is een bedrag van 1.264 (2024: 11) begrepen voor toe- en uittredingskosten van de pensioenkring. Het restant betreft werkelijke en geschatte transactiekosten van de beleggingen.

De transactiekosten zijn in 2025 0,09%-punt hoger dan vorig jaar (2024: 0,05%). Deze stijging is voornamelijk het gevolg van de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel en de daarbijbehorende wijzigingen die hebben plaatsgevonden in de portefeuille met aandelen en vastrentende waarden.

Beleggingskosten en relatie rendement, risico en kosten

De totale kosten vermogensbeheer in 2025 bedroegen 0,25% van het gemiddeld belegd vermogen. Van deze totale kosten bestaat 0,01%-punt (2024: 0,02%-punt) uit prestatieafhankelijke vergoedingen. Een deel van de beleggingsportefeuille wordt namelijk actief beheerd, met als uitgangspunt dat actief beheer voor de geselecteerde beleggingscategorieën op termijn een hoger rendement oplevert.

Het gerealiseerd relatief rendement op de actieve beleggingen was in 2025 negatief, waardoor de actieve beleggingen niet hebben bijgedragen aan een hoger rendement.

Om het effect van de kosten in relatie tot het totale rendement van de pensioenkring te duiden, geeft onderstaande grafiek weer welke kosten onderdeel uitmakenvan het gerapporteerde rendement van de pensioenkring en welke kosten hier buitenvallen. Ter vergelijking worden hierbij de cijfers over het voorgaande boekjaar getoond.

Netto rendement Rendement na kosten binnen en buiten de beleggingen
Kosten niet in gerapporteerd rendement Kosten die buiten de beleggingsportefeuille om betaald zijn
Gerapporteerd rendement Gerapporteerd rendement van de beleggingen
Kosten in gerapporteerd rendement Kosten binnen de beleggingen (vermogensbeheer en transactiekosten)
Bruto rendement Rendement zonder het effect van kosten
   

Uitvoeringskosten en oordeel bestuur

Het bestuur van Stap vindt kostenbeheersing belangrijk. Daarom streeft het bestuur naar een acceptabel kostenniveau in verhouding tot de kwaliteit van de uitvoering en besteedt het bestuur aandacht aan de beheersing van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer en vermogensbeheer.

Jaarlijks wordt voor de pensioenkring een begroting opgesteld. De realisatie van de uitvoeringskosten wordt door het bestuursbureau gemonitord via de maand- en kwartaalrapportages van pensioenbeheer en vermogensbeheer. Op basis van de kwartaalrapportages en via een evaluatie van de uitbestedingsovereenkomsten wordt tevens de kwaliteit van de uitvoering gemonitord.

Het bestuur heeft de uitvoeringskosten beoordeeld en vastgesteld dat deze verklaarbaar en acceptabel zijn in het licht van de gemaakte afspraken.

4.6 Financiële positie en herstelplan (FTK)

Dekkingsgraden

De financiële positie van de pensioenkring is door overgang naar de SPR-regeling fors gewijzigd. Een aanzienlijk deel van de reserves van de pensioenkring is bij het invaren toebedeeld aan individuele deelnemers. Daardoor is het toetsvermogen en de dekkingsgraad van de pensioenkring gedaald van 128,1% naar 101,9%.

Met de overgang naar de nieuwe regeling wordt de dekkingsgraad niet meer vergeleken met het vereist eigen vermogen (VEV) maar met het minimaal vereist eigen vermogen (MVEV). Ook daarvan is de berekening die DNB voorschrijft gewijzigd. Het MVEV bedraag per jaareinde 100,2%. De pensioenkring voldoet daarmee ruim aan de eisen van DNB want de werkelijke dekkingsgraad ligt daar 1,7 procentpunten boven. In het nieuwe stelsel zal de dekkingsgraad nagenoeg stabiel blijven omdat resultaten niet meer voor risico van de pensioenkring zijn, maar voor risico van deelnemers.

Dekkingsgraad- en renteniveaus    
Cijfers in % 2025 2024
Beleidsdekkingsgraad n.v.t. 128,8
Feitelijke dekkingsgraad 101,9 128,1
Dekkingsgraad op basis van marktrente n.v.t. 128,1
Reële dekkingsgraad n.v.t. 95,3
Minimaal vereiste dekkingsgraad 100,2 104,2
Vereiste dekkingsgraad n.v.t. 123,0
Rekenrente vaststelling TV 2,34 2,15

Toekomst Bestendig Indexeren (TBI) en toeslagbeleid

Met de overgang naar het nieuwe stelsel zijn de pensioenen fors verhoogd. In de toekomst worden de verhogingen van de uitkeringen bepaald door de ontwikkeling van de beleggingsrendementen. 

Dit rendement bestaat feitelijk uit twee delen: beschermingsrendement om een stabiele uitkering te garanderen en overrendement dat er voor zorgt dat uitkeringen in de toekomst kunnen worden verhoogd. 

Het toeslagbeleid komt in hoofdlijnen er op neer dat gerealiseerd overrendement op de beleggingen over een periode van 10 jaar wordt gespreid, waarbij ieder jaar 20% van het dan nog beschikbare overrendement als pensioenverhoging wordt toegekend. Voor de bepaling van het overrendement wordt uitgegaan van peildatum 30 september. 

Over de periode 1 mei tot en met 30 september is voor de groep uitkeringsgerechtigden een overrendement van 5,4% gerealiseerd. Op basis daarvan zijn de lopende pensioenuitkeringen per 1 januari 2026 met 1,08% (dat is 20% van 5,4%) verhoogd.

Met deze nieuwe regeling is er geen sprake meer van indexatieachterstanden of inhaaltoeslagen. 

4.7 Actuariële paragraaf

Het verloop van de technische voorzieningen werd voor een groot deel bepaald door de bewegingen van marktrentes,  beleggingsrendementen en verleende toeslagen.

In onderstaande tabel staat een analyse van het actuariële resultaat. Hierbij worden de actuariële uitgangspunten van de pensioenkring vergeleken met de werkelijke actuariële ontwikkelingen over het verslagjaar. De bedragen wijken af van de bedragen in de financiële opstelling, die boekhoudkundig zijn bepaald.

(bedragen x € 1.000)    
Categorie resultaat 2025 2024
Resultaat op beleggingen -190.747 148.351
Resultaat op wijziging RTS 75.701 -30.204
Resultaat op premie 72 2.796
Resultaat op waardeoverdrachten 121 526
Resultaat op kosten 0 0
Resultaat op uitkeringen -157 16
Resultaat op kanssystemen 3.019 -568
Resultaat op toeslagverlening 0 -29.436
Resultaat op Wtp 2.565 -685
Resultaat op andere oorzaken 72 85
Resultaat op invaren -245.424 0
Totaal saldo van baten en lasten -354.778 90.881

Toelichting actuarieel resultaat

De actuariële resultaten en daarmee ook de analyse is anders dan in het verleden. In het nieuwe stelsel wordt bijna geen resultaat meer gerealiseerd. Dit jaar is echter sprake van een overgang, waarin het resultaat voor 4 maanden wordt bepaald door de FTK-regeling en het resultaat op invaren van grote invloed is geweest. In onderstaande toelichting worden de belangrijke effecten per post uitgelegd. 

Beleggingen

Onder beleggingsrendementen worden verstaan:

  • alle directe en indirecte beleggingsopbrengsten inclusief kosten van het vermogensbeheer
  • de benodigde intresttoevoeging aan de technische voorzieningen. Deze wordt vastgesteld aan de hand van de eerstejaars ‘spot rate’ uit de door DNB gepubliceerde RTS per jaar aan de start van de analyseperiode

Het resultaat op beleggingen in de FTK-periode was 190,7 miljoen negatief. Dit resultaat bestaat uit negatieve beleggingsopbrengsten (-179,0 miljoen) en de rentetoevoeging aan de voorziening (11,7 miljoen last).

Wijziging rentetermijnstructuur (RTS)

De RTS per 30 april 2025 was met 2,43% hoger ligt gemiddeld genomen hoger dan de RTS ultimo 2024 die 2,15% was. Een stijging van de rente leidt tot een lagere voorziening, het effect hiervan bedroeg 75,7 miljoen. 

Kanssystemen

Aan het vaststellen van de technische voorzieningen liggen kanssystemen ten grondslag. De belangrijkste zijn sterfte en arbeidsongeschiktheid. Het resultaat op kanssystemen bedraagt 3 miljoen.

Toeslagverlening

In 2024 is een toeslag verleend van 2,04% aan de actieve, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van Pensioenkring Holland Casino. In 2025 is geen toeslag verleend. Wel zijn de pensioenen verhoogd, maar dit was het gevolg van invaren en valt in deze resultaatanalyse niet onder toeslagverlening.

Resultaat op Wtp

In de Wtp-regeling is bijna geen sprake meer van (actuariële) resultaten. Het resultaat van 2,6 miljoen bestaat voor het belangrijkste deel uit aan de Operationele reserve en het Solidariteitsfonds toebedeelde beleggingsrendementen. 

Resultaat op invaren

De overgang naar het nieuwe stelsel heeft grote financiële gevolgen gehad voor het resultaat. Een groot deel van het eigen vermogen is daarbij toebedeeld aan de persoonlijke pensioenvermogens van deelnemers. Deze toedeling is als last verantwoord. Het 'verlies' door invaren bedraagt 245,4 miljoen. Dit resultaat bestaat feitelijk uit het verschil van de som van de pensioenaanspraken per 30 april 2025 en de som van de ingevaren persoonlijke pensioenvermogens per 1 mei 2025. Van dit bedrag bestaat 40,9 miljoen uit compensatie voor het afschaffen van de doorsneesystematiek en voor 198,3 miljoen uit het uitdelen van reserves die in de Wtp niet meer aangehouden hoeven te worden> het restant van 6,2 miljoen hangt samen met aanpassing van grondslagen voor de overige (technische) voorzieningen in samenhang met de overgang naar het nieuwe stelsel.

Kostendekkende premie

In het FTK-stelsel werd de premie jaarlijks beoordeeld op kostendekkendheid. Ofwel: is de premie die wordt betaald voldoende voor de pensioenopbouw, de risico's voor overlijden en arbeidsongeschiktheid, de kosten en het instandhouden van de dekkingsgraad

Met de overgang naar het nieuwe stelsel wordt de premie anders vastgesteld. Met sociale partners is een premiepercentage afgesproken dat bestaat uit een aantal componenten. Het grootste deel van de premie komt ten goede aan de persoonlijke pensioenvermogens, een klein deel is voor de financiering van risico's en kosten. Met de overgang naar het nieuwe stelsel is ook de toets op kostendekkendheid van de pensioenpremie komen te vervallen. 

Vereist vermogen

Met de overgang naar het nieuwe stelsel is ook de toetsgrootheid vereist vermogen komen te vervallen.

4.8 Risicoparagraaf

Bij het bepalen van het beleid en het nemen van belangrijke besluiten maakt het bestuur een afweging tussen risico, rendement en beheersing van de risico’s. Daarbij heeft het bestuur bovendien grenzen (risicobereidheid) gedefinieerd aan de omvang van de risico’s. Het beleid is vastgelegd in de ABTN van de pensioenkring. Als onderdeel van de overgang van Pensioenkring Holland Casino naar de nieuwe SPR regeling onder de Wet toekomst pensioenen is de risicohouding opnieuw vastgesteld. Dit betreft de 3 wettelijke maatstaven; de risicomaatstaf in de opbouwfase, de lange termijn risicomaatstaf en de verwachtingsmaatstaf. Deze maatstaven zijn per leeftijdscohort vastgesteld.

Integraal risicomanagement

In het hoofdstuk integraal risicomanagement van Stap is de beschrijving van het integraal risicomanagement op instellingsniveau opgenomen. Deze beschrijving is van toepassing op alle pensioenkringen. 

Doelstellingen en risicobereidheid

Op het niveau van de pensioenkringen zijn specifieke doelstellingen voor de pensioenkringen bepaald. Hierbij is een verdeling gemaakt naar financiële en niet-financiële doelstellingen. Om deze doelstellingen te behalen is per pensioenkring de risicobereidheid bepaald. In onderstaande tabel wordt de risicobereidheid voor de doelstellingen op het niveau van de pensioenkring weergegeven. Voor de risicobereidheid bij de doelstellingen op het niveau van Stap wordt verwezen naar het hoofdstuk integraal risicomanagement. 

Doelstelling niveau pensioenkring Risicobereidheid Pensioenkring Holland Casino
Financiële doelstellingen  
Verantwoorde pensioenopbouw binnen de pensioenkring. De minimale premiedekkingsgraad van Pensioenkring Holland Casino voldoet aan de afspraken die zijn gemaakt met de sociale partners (opdrachtaanvaarding).

Behoud nominale aanspraken binnen de pensioenkring. Risicobereidheid op korte termijn:
Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van vereist eigen vermogen (VEV). Deze kan tussen de 20% en 26% liggen. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode.

Streven naar waardevast houden van pensioenrechten.

Specifiek voor Pensioenkring Holland Casino is dit vertaald naar: een voorwaardelijke toeslagambitie van de som van de helft van de procentuele jaarstijging van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) alle huishoudens (afgeleid) per 30 september en de helft van het percentage van de algemene loonsverhoging bij de werkgever in het afgelopen jaar.
Risicobereidheid op korte termijn:
Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van VEV. Deze kan tussen de 20% en 26% liggen. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode.

Risicobereidheid op lange termijn:
Passend binnen de gestelde grenzen uit de aanvangshaalbaarheidstoets. Gebaseerd op de voorgeschreven uitgangspunten en parameters van de haalbaarheidstoets (hierna: “HBT”) is een drietal beleidskaders geformuleerd:
• vanuit de financiële positie waarbij aan het VEV wordt voldaan, is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit de HBT gelijk aan 90%
• vanuit de actuele financiële positie is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit de HBT gelijk aan 86%
• vanuit de actuele financiële positie is de afwijking van het pensioenresultaat in het slechtweerscenario (5e percentiel) ten opzichte van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) maximaal 42%


Niet-financiële doelstellingen  
Adequate communicatie.

Specifiek voor Pensioenkring Holland Casino is dit vertaald naar:
• een proactieve en inzichtelijke deelnemerscommunicatie zodat deelnemers bewust zijn van hun pensioeninkomen en in staat zijn naar eigen inzicht keuzes te maken over hun pensioen
• kennis en inzicht verschaffen aan de werkgever voor een passende arbeidsvoorwaarde pensioen

De risicobereidheid is risicoavers. Uitgangspunt is dat alle deelnemers en werkgever juist, volledig en tijdig geïnformeerd worden.

Risico-inschatting en -beheersing

Zoals in het hoofdstuk integraal risicomanagement is benoemd identificeert en beoordeelt het bestuur van Stap de risico's van Stap en de pensioenkringen op een gestructureerde wijze met een Risico Self Assessment (RSA). De geïdentificeerde risico's worden door het bestuur kwalitatief beoordeeld voor de kans dat deze risico’s zich manifesteren, alsmede voor de impact die deze risico’s hebben op het behalen van de doelstellingen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar het bruto risico, het netto risico en de risico reactie. Zo wordt er inzicht verkregen in de risico's die Stap loopt, welke beheersmaatregelen zijn genomen en de effectiviteit daarvan, evenals in de beheersmaatregelen die nog genomen moeten worden of gewenst zijn.

Voor boekjaar 2025 is de RSA eind 2025 uitgevoerd op het niveau van Stap en op het niveau van de pensioenkringen. De RSA betreft alle risico´s die Stap onderscheidt. Daaronder zijn de Systematische Integriteitrisicoanalyse (SIRA) en het risico self assessment voor ICT (RSA ICT) als bijzondere aandachtsgebieden begrepen.

Risico's met mogelijke impact op financiële positie pensioenkring

Elke pensioenkring heeft te maken met financiële risico’s om haar doelstellingen behalen. Het bestuur is van mening dat door het inzetten van effectieve beheersmaatregelen de impact op een ongunstige gebeurtenis wordt verkleind. 

Voor de belangrijkste financiële en niet-financiële risico’s wordt in hoofdstuk 13.2 Risicoparagraaf pensioenkringen toegelicht wat de impact van deze mogelijk ongunstige gebeurtenissen is op de financiële positie van de pensioenkringen van Stap. Hierna wordt voor (de afdekking van) het renterisico en het marktrisico de specifieke informatie voor de pensioenkring toegelicht.

Matching/Renterisico

Het matching en renterisico is in hoofdstuk 13.2 Risicoparagraaf pensioenkringen toegelicht voor alle pensioenkringen.

Voor de pensioenkring toont de volgende figuur de gerealiseerde afdekking van het renterisico ten opzichte van de strategische afdekking en de ex-ante positie, zoals op de laatste dag van de voorgaande maand is vastgesteld. Zichtbaar is dat gedurende 2025 zowel de benchmark voor de afdekking van het renterisico als de werkelijke afdekking van het renterisico zich dicht bij strategische mate van afdekking van het renterisico bevonden. Indien de benchmark voor de afdekking van het renterisico zich buiten de bandbreedte bevindt,worden transacties uitgevoerd om de afdekking van het renterisico bij te sturen naar de strategische mate van de afdekking van het renterisico.

Toelichting grafiek
  • de blauwe balken tonen de ex-ante mate van afdekking van het renterisico (benchmark afdekking) zoals op maandeinde van de voorgaande maand is vastgesteld. In feite is dit de verwachte afdekking van het renterisico gedurende de daaropvolgende maand. De benchmark afdekking van het renterisico wordt bepaald aan de hand van de actuele rentegevoeligheid van renteswaps en beleggingen die een onderdeel zijn van de matching portefeuille en de actuele rentegevoeligheid van de verplichtingen. Deze waarde is weergegeven in de horizontale as
  • de rode horizontale strepen tonen de strategisch gewenste mate van afdekking van het renterisico. De strategische mate van afdekking van het renterisico is afhankelijk van de huidige rentestand. Periodiek wordt gemonitord of de benchmark afdekking van het renterisico zich binnen de bandbreedtes rondom de strategische mate van afdekking van het renterisico bevindt
  • de gele balken tonen de waardeontwikkeling van de vastrentende waarden en renteswaps als gevolg van de rentemutatie (exclusief het spreadrendement)
  • de afdekking van het renterisico wordt maandelijks berekend door de rentegevoeligheid van de beleggingen te delen door de rentegevoeligheid van de verplichtingen

Vanaf het moment van invaren op 1 mei 2025, wordt maandelijks een projectie gemaakt van toekomstige uitkeringen en uitgaven. Het beleid van de pensioenkring is hiervan een deel af te dekken om de gevoeligheid voor renteschommelingen te beperken. Renteschommelingen zouden anders namelijk kunnen resulteren in hogere of lagere pensioenuitkeringen voor deelnemers die als met pensioen gegaan zijn of dat binnen afzienbare termijn zullen doen. Die projectie wordt gebruikt om het renterisico voor deze groep deelnemers in belangrijke mate af te dekken. 

Marktrisico

In hoofdstuk 13.2 Risicoparagraaf pensioenkringen is het marktrisico voor alle pensioenkringen toegelicht.

4.9 Verslag van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Holland Casino

Belanghebbendenorgaan Pensioenkring Holland Casino

Het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Holland Casino is per 1 juli 2017 ingesteld. Dat is de datum waarop Pensioenkring Holland Casino van start is gegaan. 

Samenstelling belanghebbendenorgaan Pensioenkring Holland Casino

Het belanghebbendenorgaan bestaat uit zes leden en deze leden vertegenwoordigen de geledingen van de werkgever, (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden. Op 1 juli 2025 eindigde de tweede zittingstermijn van Ed Roijers als lid van het belanghebbendenorgaan namens de werkgevers. Ed Roijers stelde zich beschikbaar voor een nieuwe termijn en is voorgedragen voor herbenoeming. Ook voor Hessel Hollema eindigde op 1 juli 2025 de tweede zittingstermijn als lid van het belanghebbendenorgaan namens de pensioengerechtigden. Hij stelde zich eveneens beschikbaar voor een nieuwe termijn en is voorgedragen voor herbenoeming. Voor Annemie Plat eindigde de eerste termijn op 1 augustus. Zij is namens de deelnemers voorgedragen voor herbenoeming. Het bestuur heeft Ed Roijers , Hessel Hollema en Annemmie Plat herbenoemd.  

De samenstelling van het belanghebbendenorgaan is per de datum van publicatie van het jaarverslag als volgt: 

  • Ed Roijers (voorzitter) – namens de werkgever
  • Willem Kooijman (secretaris) – namens de werkgever
  • Rob Oosterhout – namens de werkgever
  • Hessel Hollema – namens de pensioengerechtigden
  • Carola Coeleman – namens de deelnemers
  • Annemie Plat – namens de deelnemers

Daarnaast is de heer Joop Geerts toehoorder van het belanghebbendenorgaan. De heer Geerts is pensioengerechtigd en volgt op dit moment de opleiding Geschiktheidsniveau A bij SPO/ Nyenrode.

Taken en bevoegdheden

De taken en bevoegdheden van het belanghebbendenorgaan worden bepaald door het wettelijke kader, de Code Pensioenfondsen, de statuten en de reglementen van Stap. De taken en bevoegdheden zijn vastgelegd in het Reglement Belanghebbendenorgaan Holland Casino.

Vergaderingen van het belanghebbendenorgaan in 2025

Het belanghebbendenorgaan ontvangt stukken voor vergaderingen, informatie en rapportages over de pensioenkring van het bestuursbureau via een digitale omgeving. Elk (aspirant) lid van het belanghebbendenorgaan is hiervoor geautoriseerd.

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2025 twee vergaderingen gehad met het bestuur. De eerste vergadering met het bestuur vond plaats in mei. Deze vergadering stond in het teken van het deel-jaarverslag 2024 met de financiële opstelling van Pensioenkring Holland Casino. Daarnaast is er stilgestaan bij de Wtp en het invaren van Pensioenkring Holland Casino. Vóór het invaarmoment was een delegatie van het belanghebbendenorgaan aanwezig bij een ingelaste spoedprocedure vergadering van het bestuur. De tweede vergadering vond plaats in december. In deze vergadering zijn onderwerpen zoals het beleggingsplan 2026, de pensioenopbouw en premie voor 2026, het pensioenreglement 2026, de toeslagverlening, het communicatiejaarplan en het jaarplan 2026 van de pensioenkring behandeld. 

In mei 2025 heeft het belanghebbendenorgaan overleg gevoerd met de raad van toezicht. Er is gesproken over de gang van zaken bij Stap en de implementatie van de Wtp. 

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2025 zeven eigen vergaderingen gehad. Bij deze vergaderingen is een delegatie van het bestuursbureau aanwezig geweest. In deze vergaderingen zijn de onderwerpen behandeld die in de vergaderingen met het bestuur op de agenda stonden. Naast de onderwerpen waarvoor het belanghebbendenorgaan goedkeurings- of adviesrechten heeft (separaat vermeld) zijn verder de volgende onderwerpen behandeld:

  • Videobellen
  • Resultaten campagnes 2024
  • Wet toekomst pensioenen
  • Wet digitale overheid
  • Relatiecommunicatieplan
  • Stap Academy
  • Risicomanagement

In de eigen vergaderingen van het belanghebbendenorgaan zijn verder de maand- en kwartaalrapportages en de risicomanagementrapportages van de pensioenkring behandeld. Het belanghebbendenorgaan heeft in de eigen vergaderingen verdiepende vragen gesteld naar aanleiding van deze rapportages. Deze vragen zijn door het bestuursbureau beantwoord.

In mei heeft het belanghebbendenorgaan een zelfevaluatiebijeenkomst gehad. Voorts is er in oktober in eigen kring een zgn. benen op tafel gesprek geweest.

Verslag over 2025

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2025 goedkeuring verleend aan de volgende voorstellen van het bestuur ten aanzien van Pensioenkring Holland Casino:

  • De opzet van de zelfevaluatie van het belanghebbendenorgaan onder begeleiding van een externe partij 
  • Het jaarplan en de begroting 2026 van de pensioenkring
  • Aanvullende besluitvorming in het kader van het invaardossier/herbevestiging van de eerder gegeven goedkeuring
  • Kosten voor het webinar m.b.t. het invaren
  • Het doorlopen proces en de genomen stappen i.v.m. de spoedprocedure beleggingen
  • De vergaderplanning voor 2026
  • Het toehoorderschap van de heer Geerts, plus de daaruit voortvloeiende kosten voor opleiding en reizen
  • De premie en premieopbouw 2026 

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2025 positief advies gegeven over de volgende voorstellen van het bestuur ten aanzien van Pensioenkring Holland Casino:

  • Het deel-jaarverslag 2024 met de financiële opstelling van de pensioenkring over 2024
  • De Actuariële- en Bedrijfstechnische Nota (ABTN) 2025
  • De aangepaste ABTN per 1 mei 2025
  • Het SPR Pensioenreglement
  • De concept uitvoeringsovereenkomst
  • Het pensioenreglement per 1 januari 2026 inclusief reglementsfactoren per 1 juli 2026 van de pensioenkring
  • Het communicatiejaarplan 2026 van de pensioenkring

Beoordeling en bevindingen

De beoordeling en bevindingen hebben betrekking op het verslagjaar 2025. Het belanghebbendenorgaan heeft over deze periode het volgende oordeel en bevindingen.

Financieel

De financiële markten waren volatiel maar ook veerkrachtig in 2025.Tot het moment van invaren (1 mei 2025) steeg de beleidsdekkingsgraad. De rekenrente (RTS) steeg in 2025 van 2,15% naar 2,34%. Het beleggingsrendement bedroeg 10,8%% negatief. Per saldo daalde de dekkingsgraad (periode 1 januari 2025 tot 1 mei 2025) van 128,1% naar 121,8%. In diezelfde periode steeg de beleidsdekkingsgraad van 128,8% naar 128,9%.

Beleggingen

Het totale beleggingsrendement in de periode 1 januari 2025 tot en met 30 april 2025, voor het invaren naar een solidaire premieregeling onder Wtp, bedroeg -9,4%. In de resterende periode na de invaardatum van 1 mei 2025 werd een rendement van -1,4% behaald op de totale portefeuille. Over heel 2025 resulteerde dit in een totaalrendement van -10,8%. Dit sterk negatieve rendement hangt voor het grootste deel samen met de maatregelen die zijn genomen om de dekkingsgraad, belangrijk voor de hoogte van de invaarbonus, te beschermen. Uiteindelijk kon er per 1 mei toch een behoorlijke invaarbonus worden toegekend.

Met ingang van de transitie wordt er niet meer gerapporteerd over dekkingsgraden voor Pensioenkring Holland Casino. In december 2025 zijn de beleggingen gedaald door een negatief rendement. Dit rendement is verdeeld over de persoonlijke pensioenvermogens en verschillende reserves. Het ytd-rendement vanaf het beging van de SPR-regeling (1 mei 2025) is door het negatieve rendement van december ook negatief geworden. Het ytd-overrendement is echter wel positief en dit is gunstig voor toekomstige verhoging van uitkeringen. 

Jaarlijkse aanpassing van de uitkering

In de solidaire premieregeling is sprake van een jaarlijkse aanpassing van de pensioenuitkeringen per 1 januari. Hierbij wordt een peildatum van 30 september gehanteerd. 

Per 30 september 2025 bedroeg de totale beschikbare verhoging 5,42%. Door het hanteren van de spreidingstermijn van 5 jaar betreft het 1/5 deel van de totaal beschikbare verhoging en is daarmee op 1,08% uitgekomen. Per 1 januari 2026 zijn de uitkeringen voor alle uitkeringsgerechtigden van Pensioenkring Holland Casino verhoogd met 1,08%.

Wet toekomst pensioenen

Tijdens de vergaderingen van het belanghebbendenorgaan en tijdens vergaderingen met het bestuur van Stap is uitvoerig over de Wtp-aanpak gesproken en het proces dat daarbij hoort. In principe zou Pensioenkring Holland Casino op 1 januari 2025 invaren, maar dit is verschoven naar 1 mei 2025. De reden is gelegen in de constatering dat de resterende tijdmarges te weinig ruimte boden voor een grondige eindcontrole en eventuele acties die daaruit voort zouden kunnen komen. Die extra tijd werd cruciaal geacht, omdat het belangrijk was het dossier zorgvuldig af te ronden en het besluit van DNB te ontvangen voordat hierover gecommuniceerd zou worden met de deelnemers. 

Het besluit tot een latere invaardatum is in goed overleg met de betrokken stakeholders tot stand gekomen. 

In april 2025 is de spoedprocedure beleggingen gestart naar aanleiding van de aangekondigde importheffingen door de president van de VS.  In het verlengde hiervan heeft het bestuur - na overleg met het belanghebbendenorgaan – ervoor gekozen om de dekkingsgraad te beschermen middels futures. In de transitiecommunicatie vooraf werd een iets hogere dekkingsgraad gecommuniceerd dan de daadwerkelijke dekkingsgraad per 1 mei 2025. Eind 2025 is het toetsmoment 2 afgerond. Uit de zelfevaluatie is naar voren gekomen dat het belanghebbendenorgaan “overall” tevreden is over het doorlopen proces en de besluitvorming ten aanzien van de Wtp. Wel heeft het belanghebbendenorgaan er bij het bestuur op aangedrongen om nog een gezamenlijke eindevaluatie met betrekking tot de doorlopen processen te houden. 

Informatie-uitwisseling

Het belanghebbendenorgaan ontvangt informatie en rapportages over de pensioenkring van het bestuursbureau via een eigen digitale vergaderomgeving. Dit betreft onder andere maand- en kwartaalrapportages en per kwartaal een risicomanagementrapportage. Daarnaast ontvangt het belanghebbendenorgaan tenminste maandelijks een nieuwsbrief over de actualiteiten. Deze frequentie wordt verhoogd wanneer hiertoe aanleiding is. Daarnaast hebben de leden van het belanghebbendenorgaan toegang tot SPO-Perform. 

In februari en september hebben leden van het belanghebbendenorgaan deelgenomen aan door Stap georganiseerde themamiddagen. Op beide themamiddagen is ruim aandacht gegeven aan de Wtp en de ‘lessons learned’ met betrekking tot de eerste pensioenkring van Stap per 1 mei 2025 heeft ingevaren in het nieuwe stelsel, namelijk Holland Casino. Daarnaast waren o.a. de werkwijze van het bestuursbureau, de rollen en bevoegdheden van belanghebbendenorganen bij transitie, klantsignalen & klant feedback management en de jaarlijkse awareness sessie compliance onderwerpen die eveneens aan de orde zijn gekomen.

Zelfevaluatie

Het belanghebbendenorgaan heeft in mei 2025 onder begeleiding van een externe partij de zelfevaluatie uitgevoerd. Met behulp van een vragenlijst is onder meer in kaart gebracht in welke aandachtsgebieden de behoefte aan kennisverdieping ligt bij de leden en de onderlinge samenwerking en de samenwerking met het bestuur en het bestuursbureau. In mei zijn de uitkomsten in onderling overleg besproken en vastgesteld. Samengevat luidden de conclusies:

  • Het beeld van het functioneren van het BO en de onderlinge samenwerking is positief en effectief. Er is vertrouwen in elkaar en waardering voor elkaars inzet en expertise
  • De samenstelling van het belanghebbendenorgaan is goed. Er is veel kennis en ervaring aanwezig, die uitstekend wordt benut. De gezamenlijke drijfveer is een collectief gevoel van verantwoordelijkheid
  • De contacten met het bestuur worden als positief beoordeeld. Er is gelegenheid tot het voeren van een dialoog met het bestuur en het bestuur is goed benaderbaar 
  • De relatie met de raad van toezicht is goed. Ondanks de beperkte contacten met de raad van toezicht is ook hier sprake van bereidheid tot een dialoog

Verslaglegging en verantwoording

De verslaglegging over het jaar 2025 is om twee redenen bijzonder. In de eerste plaats vanwege twee verschillende wettelijke regimes: tot en met 30 april het FTK en vanaf 1 mei de Wtp (SPR). En omdat de nieuwe pensioenregeling bepaald niet eenvoudiger is geworden, is het tweede deel van het jaarverslag voor de deelnemers veel moeilijker leesbaar. Ook de tussentijdse informatie op de website geeft tot nu weinig inzichtelijke informatie aan de deelnemers. Het belanghebbendenorgaan heeft er bij het bestuur op aangedrongen de informatie aan te passen of te verduidelijken. Waarbij duidelijk is dat dit niet alleen op gaat voor ons pensioenfonds. Als één van de koplopers zou Stap ook hier een voortrekkersrol kunnen vervullen.

Het totale oordeel

Op grond van het voorgaande komt het belanghebbendenorgaan tot het volgende eindoordeel.

Het belanghebbendenorgaan adviseert positief ten aanzien van het deel-jaarverslag van Pensioenkring Holland Casino. Het spreekt bovendien zijn waardering uit naar het bestuur en het bestuursbureau voor de wijze waarop zij zich in dit in meerdere opzichten bijzonder lastige jaar heeft ingezet om het belanghebbendenorgaan zorgvuldig te betrekken en te infomeren over het te voeren beleid.

Hoofddorp, 12 mei 2026
Belanghebbendenorgaan Pensioenkring Holland Casino

Ed Roijers (voorzitter)
Willem Kooijman
Rob Oosterhout
Hessel Hollema
Carola Coeleman 
Annemie Plat

Reactie bestuur

Met waardering voor de betrokkenheid van de leden van het belanghebbendenorgaan heeft het bestuur kennis genomen van het verslag van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Holland Casino en het positieve oordeel over het in 2025 gevoerde beleid.

Het bestuur bedankt het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring Holland Casino voor de verrichte werkzaamheden en kijkt er naar uit de constructieve samenwerking met het belanghebbendenorgaan in de toekomst voort te zetten.