Spring naar inhoud

11. Verslag Pensioenkring IFF

11.1 Kerngegevens

  2025
Aantal deelnemers  
Actieven en arbeidsongeschikten 1.097
Gewezen deelnemers 1.182
Pensioengerechtigden 573
Totaal 2.852
   
Dekkingsgraad  
Beleidsdekkingsgraad 141,1%
Feitelijke dekkingsgraad 147,6%
Minimaal vereiste dekkingsgraad 104,2%
Vereiste dekkingsgraad 116,1%
   
Financiële positie (in € 1.000)  
Pensioenvermogen 471.925
Voorzieningen pensioenverplichtingen voor risico pensioenkring 309.823
Voorziening operationele kosten 9.828
Eigen vermogen 152.274
Minimaal vereist eigen vermogen 13.284
Vereist eigen vermogen 51.331
   
Premies en uitkeringen (in € 1.000)  
Kostendekkende premie 3.486
Feitelijke premie 3.484
Gedempte premie 3.376
Pensioenuitkeringen 2.616
   
Toeslagen  
Actieven en arbeidsongeschikten 3,01%
Gewezen deelnemers en pensioengerechtigden 3,01%
Niet toegekende toeslagen actieven en arbeidsongeschikten (cumulatief) * 11,08%
Niet toegekende toeslagen gewezen deelnemers
en pensioengerechtigden (cumulatief) *
11,08%
   
Beleggingsrendement **  
Beleggingsrendement risico pensioenkring -0,7%
   
Kostenratio`s  
Pensioenuitvoeringskosten 0,12%
Vermogensbeheerkosten 0,65%
Transactiekosten 0,03%
   
Gemiddelde duration (in jaren)  
Actieven en arbeidsongeschikten 22,9
Gewezen deelnemers 21,3
Pensioengerechtigden 8,4
Totaal gemiddelde duration 16,7
   
Gemiddelde rekenrente 3,17%

11.2 Algemene informatie

Pensioenkring IFF is vanaf 1 oktober 2025 operationeel. Per die datum zijn de pensioenaanspraken en het vermogen van Stichting IFF Pensioenfonds in liquidatie overgedragen aan Stap Pensioenkring IFF door middel van een collectieve waardeoverdracht.

De samenstelling en zittingstermijnen van het belanghebbendenorgaan zijn op het moment van vaststellen van het jaarverslag als volgt:

Naam lid belanghebbendenorgaan Ingangsdatum zittingstermijn Einddatum 1ste zittingstermijn Einddatum 1ste herbenoeming Laatste termijn
eindigt op
K. Wisse (1971), voorzitter
namens de werkgever
01-10-2025 01-10-2029 01-10-2033 1-10-2037
H. Niekus – Van Waveren (1969), lid
namens de werkgever
01-10-2025 01-10-2029 01-10-2033 1-10-2037
E. van Diepen (1977), lid
namens de werkgevers
01-10-2025 01-10-2029 01-10-2033 1-10-2037
J.A. Ambergen (1962), lid
namens de deelnemers
01-10-2025 01-10-2029 01-10-2033 1-10-2037
E. van den Brand (1961), lid
namens de deelnemers
01-10-2025 01-10-2029 01-10-2033 1-10-2037
J. van Noorden (1960), lid
namens de pensioengerechtigden
01-10-2025 01-10-2029 01-10-2033 1-10-2037

Bij de start van Pensioenkring IFF op 1 oktober 2025 is het belanghebbendenorgaan ingesteld met leden die zijn voorgedragen door de werkgever of het voormalige Stichting IFF Pensioenfonds.

Het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring IFF heeft op 5 december 2025 kennisgemaakt met het bestuur. Op dezelfde datum heeft het belanghebbendenorgaan ook een overleg gehad met het bestuur. Tijdens het overleg zijn diverse onderwerpen zoals het beleggingsplan 2026, het jaarplan 2026, de toeslagverlening per 31 december 2025, het communicatiejaarplan 2026 en het pensioenreglement 2026 behandeld. Naast de vergaderingen met het bestuur, heeft het belanghebbendenorgaan ook twee eigen vergaderingen gehad waarbij een delegatie van het bestuursbureau aanwezig was.

11.3 Pensioenparagraaf

Kenmerken regeling

De belangrijkste kenmerken van de regeling luiden als volgt:

Pensioenregeling De pensioenregeling is een voorwaardelijke middelloonregeling.

Pensioenleeftijd Leeftijd 67 jaar.

Pensioengevend salaris CAO personeel
De som van 13 maal de vastgestelde maandverdienste en de vastgestelde vakantietoeslag, met een maximum dat jaarlijks kan worden herzien.

Niet CAO personeel
De som van 12 maal de vastgestelde maandverdienste en de vastgestelde vakantietoeslag, met een maximum dat jaarlijks kan worden herzien.
Het pensioengevend salaris is gemaximeerd op € 76.427 (2025).
Franchise De franchise bedraagt per 1 januari 2025 € 23.041 (2025). Jaarlijks wordt deze aangepast conform de stijging van de consumentenprijsindex alle huishoudens afgeleid per de maand oktober voor het lopende jaar in relatie tot de maand oktober van het voorafgaande jaar, zoals vastgesteld door het CBS.

Pensioengrondslag De pensioengrondslag is gelijk aan het pensioengevend salaris verminderd met de franchise.
Opbouwpercentage ouderdomspensioen Het opbouwpercentage is 1,875%. Met dispensatie van de belastingdienst wordt sinds 2018 gebruik gemaakt van de ruimte in de franchise om de opbouw op 1,875% te houden bij pensioenrichtleeftijd 67 jaar.

Partnerpensioen Het partnerpensioen bedraagt 70% van het ouderdomspensioen.

Wezenpensioen Het wezenpensioen is per kind gelijk aan 14% (bij volle wezen 28%) van het ouderdomspensioen. De uitkering loopt door tot het kind de 18-jarige leeftijd bereikt, dan wel de 27-jarige leeftijd indien het kind studeert. Daarbij is het mogelijk de studie en dus het wezenpensioen tijdelijk te onderbreken.

Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid Van premievrije voortzetting van de pensioenopbouw is sprake als degene tenminste 35% arbeidsongeschikt wordt. Bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80% of meer vindt volledige voortzetting van de pensioenopbouw plaats.
Het deelnemerschap wordt voortgezet op basis van de laatst vastgestelde pensioengrondslag voorafgaand aan dearbeidsongeschiktheid. Deze pensioengrondslag wordt jaarlijks per 1 januari aangepast overeenkomstig de algemene loonsverhoging die bij de vennootschap van toepassing is.


Ontwikkelingen in aantallen deelnemers

In onderstaande tabel is een mutatieoverzicht opgenomen met de ontwikkelingen in het deelnemersbestand.

Deelnemers Actief Ingegaan OP/NP Ingegaan WzP Gewezen Totaal
Per 1 januari 2025 0 0 0 0 0
Collectieve waardeoverdracht 1.101 558 10 1.177 2.846
Bij 8 9 2 11 30
Af 12 4 2 6 24
Per 31 december 2025 1.097 563 10 1.182 2.852

Financieringsbeleid

Pensioenfondsen zijn verplicht om een kostendekkende premie te berekenen.De kostendekkende premie is het(wettelijk) ijkpunt bij de beoordeling van de feitelijke premie. Bij de berekening van de kostendekkende premie moet worden uitgegaan van dezelfde grondslagen als die waarmee de technische voorzieningen worden vastgesteld volgens artikel 2 van het Besluit ftk. In afwijking daarvan mag de kostendekkende premie worden gedempt op basis van een voortschrijdend gemiddelde van de rente met een maximumperiode van 10 jaar of met het verwachte portefeuillerendement. Voor Pensioenkring IFF wordt de premie gedempt op basis van een voortschrijdend gemiddelde van de rente van 36 maanden met inachtneming van artikel 128 PW.

Feitelijke premie

Periodiek stellen de sociale partners de feitelijke premie vast. Deze dient ten minste even hoog te zijn als de gedempte kostendekkende premie. De toetsing of dat het geval is vindt jaarlijks plaats op basis van de omstandigheden per 30 september (gelijktijdig met de vaststelling van de gedempte kostendekkende premie). Wanneer de feitelijke premie lager blijkt te zijn dan de gedempte kostendekkende premie, zal het bestuur in contact treden met de Werkgever. Met ingang van 1 juli 2015 bedraagt de feitelijke premie 14% van de salarissom tot het maximum pensioengevend salaris, welke verhoogd wordt met de werknemersbijdragen.

Premiebetaling werkgever en werknemers
De werkgever betaalt 14% van het pensioengevend salaris, maar ten minste zodanig dat de totale bijdrage (werkgeversbijdrage + deelnemersbijdrage) gelijk is aan de gedempte premie. 

De werknemers die na 31 december 2002 in dienst zijn getreden betalen 7% van de pensioengrondslag. De werknemers die voor 1 januari 2003 in dienst zijn getreden betalen 3,5% van de pensioengrondslag. Ook de werknemers met wie bij indiensttreding na 31 december 2002 geen deelnemersbijdrage is afgesproken betalen 3,5% van de pensioengrondslag.

Als de bijdragen van de werkgever en de werknemers in enig jaar onvoldoende zijn om de toename van de pensioenaanspraken in dat jaar in te kopen, worden deze aanspraken vastgesteld op een naar rato van het premietekort verminderd bedrag. Dit tenzij op een andere manier in het premietekort kan worden voorzien. 

Gedempte premie

Om conform de Pensioenwet te toetsen in hoeverre de feitelijke premie voldoet aan de wettelijke eisen, hanteert de pensioenkring de zogenoemde gedempte premie. De gedempte premie wordt vastgesteld op basis van onder andere de volgende uitgangspunten en wordt uitgedrukt in een percentage van de pensioengrondslagsom.

Basispremie Actuariële koopsom voor het in het jaar op te bouwen ouderdoms- en nabestaandenpensioen vermeerderd met de risicopremies.

Rekenrente De gedempte premie is gebaseerd op een systematiek van gedempte premie op basis van een voortschrijdend gemiddelde van de rente van 36 maanden met inachtneming van artikel 128 PW.
De periode van 36 maanden eindigt per 31 december van het voorgaande boekjaar. Wanneer bij de raming van de premie gedurende het voorgaande boekjaar nog niet alle rentetermijnstructuren bekend zijn, zal de laatst bekende rentetermijnstructuur ook voor de ontbrekende maanden gehanteerd worden.
Omdat de ex-ante gedempte premie per 30 september wordt vastgesteld, wordt hierbij de rentetermijnstructuur gedurende de laatste drie maanden van genoemde 36 maanden constant verondersteld (dus maandeindes oktober, november en december worden gelijk gesteld aan de rentetermijnstructuur per 30 september).




Solvabiliteit Voor de solvabiliteitsopslag wordt het percentage vereist eigen vermogen (voor risico van de pensioenkring) gehanteerd zoals deze geldt per 31 december van het voorafgaande jaar.

Sterftekansen Ontleend aan de meest recente prognosetafel, zoals gepubliceerd door het Koninklijke Actuarieel Genootschap. Bij gebruik van de prognosetafel wordt rekening gehouden met leeftijdsafhankelijke ervaringssterftefactoren die zijn vastgesteld volgens eigen onderzoek van het Pensioenfonds.

Kostendekkende premie

Naast de gedempte premie wordt jaarlijks ook de kostendekkende premie bepaald. De kostendekkende premie wordt op dezelfde grondslagen berekend als de gedempte premie, met uitzondering van de rekenrente. Bij de kostendekkende premie wordt de actuele rentetermijnstructuur gebruiktzoals door DNB gepubliceerd wordt per 31 december van het voorafgaande jaar.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen voor Pensioenkring IFF bedraagt 0,2% van het beheerde pensioenvermogen. Dit is het vermogen dat Stap volgens het bepaalde bij of krachtens de Pensioenwet ten minste moet aanhouden als vermogen om de bedrijfsrisico’s te dekken. Het weerstandsvermogen maakt geen deel uit van het vermogen van Pensioenkring IFF.

Voor het weerstandsvermogen geldt een wettelijk voorgeschreven minimum en maximum. Doorlopend wordt getoetst of het aanwezige weerstandsvermogen hieraan voldoet. Daarbij vastgestelde overschotten en tekorten van het weerstandsvermogen die het gevolg zijn van het behaalde positieve of negatieve rendement op het vermogen van Pensioenkring IFF komen ten goede aan, respectievelijk ten laste van het behaalde bruto rendement op het vermogen van Pensioenkring IFF.

Klachten en geschillen

Luisteren naar deelnemers en daarnaar handelen biedt kansen om onze dienstverlening structureel te blijven verbeteren. Hierbij volgen we de geactualiseerde versie (september 2024) van de Gedragslijn Goed omgaan met Klachten. Een vorm van zelfregulering waarmee leden van de Pensioenfederatie hebben vastgelegd wat het basisniveau is van hoe we als pensioenfondsensector willen omgaan met klachten. In 2025 hebben we ons ingezet op verdere professionalisering van klachtenmanagement met als belangrijk resultaat dat we 94% scoorden op de naleving van de Gedragslijn Goed omgaan met klachten – ruim boven de sectornorm van 84%.

We hanteren de wettelijke bredere definitie van een klacht: elke uiting van ontevredenheid van een persoon gericht aan de pensioenuitvoerder. Dat betekent dat uitingen van ongenoegen die via verschillende kanalen bij ons binnenkomen worden beschouwd als een klacht. Stap ziet ieder klantsignaal en ieder contact met een persoon waaruit blijkt dat niet is voldaan óf juist wel is voldaan aan de verwachtingen als een kans. Dit vraagt om een werkwijze waarbij alle klantsignalen structureel worden vastgelegd en geanalyseerd om mogelijke verbeterrichtingen te bepalen. Op basis van prioritering wordt vervolgens besloten welke signalen worden opgepakt en uitgewerkt tot een verbeterinitiatief. Door daarna terug te koppelen aan bijvoorbeeld deelnemers, werkgevers, medewerkers of melders over wat er met hun signaal is gedaan (of waarom niet), wordt de feedbackloop gesloten.

Met onze werkwijze sluiten wij aan bij de verwachtingen van de deelnemers en werkgevers. Bovendien is het fonds zo goed in staat om verwachtingen en vragen van deelnemers over het nieuwe stelsel goed vast te leggen en om te zetten. In 2025 zijn er voor Pensioenkring IFF geen klachten over de nieuwe pensioenregeling (toepassing wet- en regelgeving: invaren, transitie).

In onderstaand schema staan de aantallen klachten, geëscaleerde klachten en geschillen over 2025 toebedeeld aan een aantal vaste rubrieken zoals beschreven in de gedragslijn. Klachten die niet in onderling overleg worden opgelost, kunnen uitmonden in een geschil. Geschillen kunnen door de deelnemer worden voorgelegd aan de Geschillen Instantie Pensioenfondsen (waarbinnen de deelnemer kan kiezen voor bemiddeling door de Ombudsman of beslechting) of de burgerlijke rechter.

De tabel hieronder toont de AFM-rubrieken. In 2025 zijn 7 klachten afgehandeld, waaronder 6 klachten over de pensioenberekening en -betaling. Onze pensioenuitvoeringsorganisatie gebruikt daarnaast een uitgebreidere classificatielijst voor meer detail en beter inzicht in alle klantsignalen.

Onderwerp Klachten Geëscaleerde klachten Geschillen
Afgehandelde klachten 2025 per onderwerp:      
- service en klantgerichtheid 0 0 0
- behandelingsduur 0 0 0
- informatieverstrekking 0 0 0
- deelnemersportaal 1 0 0
- keuzebegeleiding 0 0 0
- pensioenberekening en -betaling 6 0 0
- registratie werknemersgegevens/datakwaliteit 0 0 0
- toepassing wet- en regelgeving: algemeen 0 0 0
- toepassing wet- en regelgeving: invaren, transitie 0 0 0
- financiële situatie 0 0 0
- duurzaamheid 0 0 0
- overig 0 0 0
Totaal 7 0 0

Op basis van de uitkomsten hebben we onder andere de volgende verbetering doorgevoerd: 

Verduidelijking partnerpensioen bij pensioenaanvraag
Informatie over klantcontacten was verspreid over meerdere systemen en kanalen waardoor een samenhangend beeld ontbrak. Door uiteenlopende classificaties was het combineren en analyseren van data ingewikkeld. Rapportages over deelnemersvragen en deelnemersklachten kostten veel tijd en leverden beperkte inzichten op.

Oplossing
Er is één uniforme indeling gemaakt, waarbij de classificatie gekoppeld is aan producten, diensten (PDC) en klantreizen. De integratie van sentimentanalyse en klantsignalen zorgt voor rijkere inzichten in de behoeften en ervaringen van deelnemers.

Verder voert onze pensioenuitvoeringsorganisatie een periodieke meting uit naar de klanttevredenheid over de behandeling van klachten (de Klanttevredenheidsmonitor ‘Ik heb een klacht’). Deze meting wordt vier keer per jaar verstuurd naar aanleiding van een uiting van onvrede of een ingediende klacht en bevat onder meer vragen over de tevredenheid van de deelnemer over onze reactie of geboden oplossing en het algehele klachtenproces. Voor Stap komt de gemiddelde tevredenheid over 2025 (Q1–Q3) uit op een 7,0 op een 10-puntsschaal. Op basis van deze metingen ontstaat het beeld dat de tevredenheid over de klachtbehandeling wisselend is en dat er ruimte is voor verbetering in de ervaren afhandeling van klachten, waarbij de uitkomsten mede moeten worden bezien in het licht van het in sommige gevallen beperkte aantal ingevulde vragenlijsten.

11.4 Vermogensbeheer

Beleggingsmix

In onderstaande tabellen zijn de actuele en strategische beleggingsmix per ultimo 2025 opgenomen.

    2025  
  in € miljoen Actuele
mix in %
Strategische
mix in %
Aandelen 113,6 24,2 20,0
Ontwikkelde markten 113,6 24,2 20,0
Vastgoed 73,9 15,8 15,0
Niet-beursgenoteerd 73,9 15,8 15,0
Vastrentende waarden 280,0 59,6 65,0
Bedrijfsobligaties 70,2 15,0 15,0
Asset Backed Securities 61,6 13,1 12,5
Hoogrentende bedrijfsobligaties 69,5 14,8 12,5
Europese staatsobligaties en Liability Matching funds 78,7 16,8 25,0
Liquiditeiten 1,9 0,4 0,0
Totaal * 469,4 100,0 100,0

In december 2025 is het beleggingsplan 2026 vastgesteld. Het beleggingsplan 2026 heeft als ingangsdatum 1 januari 2026.

Resultaten beleggingen

In onderstaande tabel worden de beleggingsresultaten van 2025 weergegeven.

Cijfers in % Pensioenkring * Benchmark Delta Bijdrage aan totaal rendement
Aandelen 3,3 2,7 0,6 0,8
Aandelen ontwikkelde markten
(Robeco QI Institutional Global Developed 3D Active Equity Fund)
3,8 2,7 1,2 0,5
Aandelen ontwikkelde markten
(Towers Watson Global Equity Focus Fund)
2,7 2,7 0,0 0,3
Vastgoed 0,8 0,8 0,0 0,1
Niet-beursgenoteerd vastgoed
(CBRE European Shopping Centre Fund I)
-0,5 -0,5 0,0 0,0
Niet-beursgenoteerd vastgoed
(M&G European Property Fund)
1,2 1,2 0,0 0,1
Niet-beursgenoteerd vastgoed
(M&G European Secured Property Income Fund)
0,3 0,3 0,0 0,0
Vastrentende waarden 0,0 -0,2 0,2 0,0
Bedrijfsobligaties
(Robeco Global multi-Factor Credits Fund)
0,2 0,2 0,0 0,0
Asset Backed Securities
(M&G Credit Opportunity Fund III 4 Series 1)
0,8 0,8 0,0 0,1
Asset Backed Securities
(M&G Credit Opportunity Fund III 4 Series 2)
0,9 0,9 0,0 0,0
Hoogrentende bedrijfsobligaties
(M&G European Loan Fund)
0,9 0,9 0,0 0,1
Europese staatsobligaties
(MM European Long Duration Sovereign Bond Index Fund) **
-2,6 -1,6 -1,1 -0,3
Totaal exclusief liquiditeiten en overlay 1,0 0,5 0,5 0,9
Liquiditeiten       0,0
Overlay
(AeAM Liability Matching 10 Year Receiver Fund)
      -0,1
Overlay
(AeAM Liability Matching 20 Year Receiver Fund)
      -0,5
Overlay
(AeAM Liability Matching 30 Year Receiver Fund Class)
      -0,9
Overlay
(AeAM Liability Matching 40 Year Receiver Fund Class)
      -0,6
Overlay
(Robeco Custom LDI Fund IV P EUR)
      0,5
Totaal overlay       -1,6
Totaal *** -0,7     -0,7

Toelichting resultaten beleggingen 2025

In deze paragraaf wordt ingegaan op de behaalde rendementen van de pensioenkring (1). De belangrijkste bijdragen aan het rendement en de meest opvallende relatieve en absolute rendementen worden hierna toegelicht.

(1) Voor de meeste beleggingscategorieën wordt passief belegd. Doordat de benchmark geen rekening houdt met transactiekosten is het rendement van de passief beheerde beleggingsfondsen, als gevolg van de transactiekosten, meestal iets lager dan de gehanteerde benchmark.

Toelichting resultaten aandelen

Door de stijging van de aandelenmarkt droeg de categorie aandelen met 0,8%-punt positief bij aan het totaal rendement. Het Robeco QI Institutional Global Developed 3D Active Equity Fund had met 0,5%-punt de grootste positieve bijdrage aan deze beleggingscategorie.

Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen die beleggen in aandelen is opgenomen in hoofdstuk 13.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.

Toelichting resultaten vastgoed

Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen die beleggen in vastgoed is opgenomen in hoofdstuk 13.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.

Toelichting resultaten vastrentende waarden

Een toelichting over de resultaten van de beleggingsfondsen die beleggen in vastrentende waarden is opgenomen in hoofdstuk 13.1 Toelichting resultaten beleggingsfondsen.

Toelichting resultaten overlay

De overlay, bestaande uit Liability Matching fondsen, heeft voornamelijk als doel om de dekkingsgraad van de pensioenkring te beschermen tegen financiële risico’s en droeg in de verslagperiode –1,6%-punt bij aan het rendement. De afdekking van het renterisico heeft in de verslagperiode rond het strategische niveau van de vier looptijdfondsen gefluctueerd, waarbij de verplichtingen qua looptijd evenredig zijn afgedekt. De te betalen floating rente van de renteswaps leidde tot een positieve bijdrage vanwege de lagere kortetermijn rente. Dit effect was kleiner dan het negatieve rendement op de swaps als gevolg van de fors gestegen swaprente in het vierde kwartaal van 2025.

Attributie analyse

De attributie geeft een nadere verklaring van de behaalde out-performance over een bepaalde periode. Dit wordt verklaard door twee elementen:

  • allocatie: out-performance behaald door meer/minder te beleggen (alloceren) in categorieën die het relatief beter/slechter doen ten opzichte van het totaal
  • selectie: out-performance behaald door binnen de beleggingscategorie bepaalde beleggingen te kiezen die een out-performance behalen ten opzichte van hun respectievelijke benchmark
Attributie beleggingscategorieën eind 2025
Cijfers in % * Allocatie effect Selectie effect
Aandelen 0,1 0,1
Vastgoed 0,0 0,0
Vastrentende waarden 0,2 0,0
Totaal ** 0,4 0,1

Het positieve relatieve rendement wordt met name veroorzaakt door het allocatie effect. Het MM European Long Duration Sovereign Bond Index Fund zorgde voor de grootste positieve bijdrage aan het allocatie effect, namelijk met 0,2%-punt.

Uitvoering MVB-beleid

Het maatschappelijk verantwoord beleggen beleid van Stap staat beschreven in hoofdstuk 1.5 Beleggingen. Hieronder wordt de uitvoering van dit beleid beschreven die specifiek van toepassing is voor de pensioenkring.

Voor de beleggingen in het Robeco QI Institutional Global Developed 3D Active Equity Fund, het Towers Watson Global Equity Focus Fund en het Robeco Global multi-factor Credits Fund voeren de fondsbeheerders stem- en engagement activiteiten uit en bepalende fondsbeheerders de uitsluitingslijst. Het MVB- instrumentarium binnen deze fondsen wordt hieronder separaat toegelicht.

Screening en engagement

Het engagementbeleid van Robeco Institutional Asset Management is gericht op het verbeteren van duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s), klimaatverandering en energietransitie, biodiversiteit, mensen- en arbeidsrechten, corporate governance en verantwoord gebruik van AI vraagstukken. Per eind 2025 vinden er met 40 ondernemingen engagement activiteiten plaats in het aandelen ontwikkelde markten universum over in totaal 143 environmental, social en governance vraagstukken en doelstellingen. Binnen het universum van credits vinden er met 35 ondernemingen engagement activiteiten plaats over in totaal 110 environmental, social en governance vraagstukken en doelstellingen.

Voor de beleggingen in het Towers Watson Global Equity Focus Fund geldt het engagement beleid van de vermogensbeheerder dat gericht is op meerdereduurzame thema’s.

Engagement activiteiten worden uitgevoerd door een intern ESG team en via de stewardship service provider Hermes EOS.

Uitsluitingen

Het Global Sustainable Investing Team van Robeco Institutional Asset Management is verantwoordelijk voor het bepalen van de uitsluitingen van ondernemingen die deel uitmaken van de benchmarks. Op basis van de uitsluitingen construeert MSCI de aangepaste indices.

Per eind 2025 werden 49 ondernemingen uitgesloten van het MSCI World universum met een gewicht van 4,3%. Binnen het Bloomberg Global Aggregate Corporate Index universum werden 430 ondernemingen uitgesloten met een gewicht van 2,2%.

Het Towers Watson Global Equity Focus Fund sluit ook ondernemingen uit op basis van ESG-criteria.

Ondernemingen binnen aandelenfondsen worden uitgesloten op basis van onderstaande criteria:

  • tabak, adult entertainment, gokken
  • governance restricties
  • wapens
  • thermische kolen, artic oil & gas, teerzand
  • commerciële gevangenissen
  • het niet voldoen aan de UN’s Global Compact Ten Principles

Stembeleid

Robeco Institutional Asset Management stemt namens de beleggingen in het beleggingsfonds. De Northern Trust Policy heeft specifiek betrekking op SRI-richtlijnen die mensenrechten, dierenrechten, aandacht voor vrouwen in raden van bestuur, diversiteit en gelijke werkgelegenheid, milieu en duurzaamheid en liefdadigheidsbijstand overwegen. De Northern Trust’s Proxy Committee is verantwoordelijk voor de inhoud, interpretatie en toepassing van de proxy voting guidelines. Towers Watson stemt ook namens de beleggingen in het beleggingsfonds. Het stembeleid is sterk gericht op duurzaamheid, corporate governance, verantwoord beleggen en actieve stewardship.

11.5 Kostentransparantie

Het onderstaande overzicht is opgesteld conform de Aanbeveling Uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie. Mede op basis van deze aanbevelingen is een deel (30% van de exploitatiekosten) van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer gealloceerd naar de kosten voor vermogensbeheer. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven, en zijn door de start van de pensioenkring vastgesteld over de periode van 1 oktober 2025 tot en met december 2025.

  2025 2025
Soort kosten % *
Uitvoeringskosten pensioenbeheer 581 0,12
Kosten vermogensbeheer 3.086 0,65
Transactiekosten 119 0,03
Totaal ** 3.785 0,80

De hierboven vermelde kosten zijn uitgedrukt in een percentage van het gemiddeld belegd vermogen in het betreffende jaar en worden in de volgende paragrafen nader uitgesplitst en toegelicht.

Uitvoeringskosten pensioenbeheer

Deze kosten betreffen de kosten voor pensioenbeheer en de exploitatie van Stap. De wijziging van het weerstandsvermogen wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.

  2025 2025
Soort kosten % *
Administratiekostenvergoeding 455 0,10
Administratiekostenvergoeding meerwerk 2 0,00
Exploitatiekosten 157 0,03
Overige kosten 19 0,00
Allocatie naar kosten vermogensbeheer -52 -0,01
Totaal ** 581 0,12

De administratiekostenvergoeding meerwerk bestaat in 2025 uit een vergoeding voor aanvullende dienstverlening.

De exploitatiekosten betreffen kosten die vanuit de pensioenkring worden betaald aan Stap voor governance (157). Deze kosten bestaan uit een vaste vergoeding voor Stap, kosten voor de werkzaamheden door de onafhankelijk accountant en de certificerend actuaris, kosten voor de actuariële functie, kosten voor adviserend actuaris, kosten die samenhangen met voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp en kosten van het belanghebbendenorgaan. Een deel (30%) van de exploitatiekosten wordt toegerekend aan de kosten vermogensbeheer. 

Onder overige kosten zijn bankkosten, kosten voor communicatie-uitingen en kosten voor de voorbereidende werkzaamheden voor de Wtp door externe adviseurs opgenomen. 

Kosten per deelnemer

De uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde zijn in de volgende tabel weergegeven. Doordat de uitvoeringskosten pensioenbeheer zijn vastgesteld over de periode van 1 oktober 2025 tot en met 31 december 2025 geven de kosten per actieve deelnemer/pensioengerechtigde een vertekend beeld.

  2025
Uitvoeringskosten pensioenbeheer  
Totale uitvoeringskosten pensioenbeheer ( in € 1.000) 581
Uitvoeringskosten pensioenbeheer per actieve deelnemer/pensioengerechtigde (in €) * 348

Voor de kosten per deelnemer/pensioengerechtigde is geen benchmark opgenomen, omdat de meerwaarde van het laten uitvoeren van een benchmark niet opweegt tegen de vergoeding die daarvoor gevraagd wordt. Daarnaast worden de kosten per deelnemer tot de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel beïnvloed door de eenmalige kosten die hiervoor in de uitvoeringskosten pensioenbeheer zijn opgenomen.

Kosten vermogensbeheer

Het bedrag van 3.086 betreft alle door de pensioenkring betaalde kosten vermogensbeheer (direct en indirect).

  2025
Kosten vermogensbeheer
Directe kosten vermogensbeheer 257
Indirecte kosten vermogensbeheer (ten laste van beleggingsresultaat) 2.829
Totale kosten van vermogensbeheer * 3.086

De directe kosten vermogensbeheer bestaan uit de volgende posten:

  • dienstverlening integraal balansbeheerder:
    • beheervergoeding: dit is een vaste beheervergoeding voor het operationeel vermogensbeheer per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie
    • vergoeding advies, administratie en rapportage: dit is de vergoeding voor de integrale dienstverlening conform de uitbestedingsovereenkomst
  • overige directe kosten: dit betreft onder andere bankkosten en custody-kosten
  • allocatie van de exploitatiekosten van Stap die betrekking hebben op vermogensbeheer

De indirecte kosten vermogensbeheer bestaan uit kosten die worden gemaakt binnen de onderliggende beleggingsfondsen. Deze bestaan uit de volgende posten:

  • beheervergoeding externe managers: dit is een (basis) vergoeding per tijdsperiode die onafhankelijk is van de prestatie
  • performance fee externe managers: dit is een prestatieafhankelijke vergoeding voor het verslaan van de benchmark door een externe manager
  • overige kosten: dit betreft onder andere de vergoeding van de bewaarbank, administratiekosten, accountantskosten en juridische kosten

De kosten vermogensbeheer worden gerapporteerd in euro’s en als percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen. De volgende tabel geeft dit per beleggingscategorie weer. Het aandeel aan geschatte kosten is beperkt. De schattingen zijn gebaseerd op opgaven van externe managers van kosten in onderliggende beleggingsstructuren.

  2025 2025
Categorie beleggingen % *
Aandelen 142 0,03
Vastgoed 147 0,03
Vastrentende waarden 2.623 0,55
Derivaten 18 0,00
Overig 104 0,02
Totaal 3.034 0,64
Allocatie vanuit pensioenbeheer 52 0,01
Totaal ** 3.086 0,65

De kosten vermogensbeheer zijn als percentage van het gemiddeld belegd vermogen in 2025 0,65% en zijn bepaald over de periode 1 oktober 2025 tot en met 31 december 2025.

Transactiekosten

Deze kosten betreffen de toe- en uittredingsvergoedingen van de beleggingsfondsen, de transactiekosten van discretionaire portefeuilles en de derivatentransacties. Deze kosten zijn in het gerapporteerde rendement verwerkt.

Transactiekosten in beleggingsfondsen zijn wel onderdeel van het rendement, maar worden niet apart gespecificeerd. De transactiekosten zijn als volgt bepaald:

  • aandelen: op basis van directe transactiekosten zoals commissie en belastingen en indirecte geschatte kosten zoals spread en marktimpact. Indien deze kosten niet aanwezig zijn worden deze vastgesteld op basis van schattingen
  • vastrentende waarden en derivaten: van vastrentende waarden zijn de transactiekosten slechts bij benadering vast te stellen. Deze kosten zijn niet zichtbaar bij aan- en verkopen, maar zijn een impliciet onderdeel van de spread tussen bied- en laatkoersen. Binnen deze fondsen worden de transactiekosten geschat op basis van de gemiddelde spread gedurende het jaar en de som van aan- en verkopen
  • niet-beursgenoteerd vastgoed: de transactiekosten zijn gebaseerd op werkelijke kosten, vanuit opgave van de manager. Voorbeelden van deze transactiekosten zijn acquisitie-, aan- en verkoopkosten en notariskosten

De (geschatte) transactiekosten, waaronder ook de kosten voor toe- en uittreding vallen, worden gerapporteerd in euro’s en als een percentage van het gemiddelde van het totaal belegd vermogen.

  2025 2025
Categorie beleggingen % *
Aandelen 26 0,01
Vastrentende waarden 93 0,02
Totaal ** 119 0,03

In bovenstaande kosten is een bedrag van 93 begrepen voor toe- en uittredingskosten van de pensioenkring. Het restant betreft werkelijke en geschatte transactiekosten van de beleggingen.

Bovenstaande kosten betreffen werkelijke en geschatte transactiekosten van de beleggingen.

Beleggingskosten en relatie rendement, risico en kosten

De totale kosten vermogensbeheer in 2025 bedroegen 0,65% van het gemiddeld belegd vermogen.

Om het effect van de kosten in relatie tot het totale rendement van de pensioenkring te duiden, geeft onderstaande grafiek weer welke kosten onderdeel uitmaken van het gerapporteerde rendement van de pensioenkring en welke kosten hier buiten vallen.

Toelichting grafiek:  
Netto rendement Rendement na kosten binnen en buiten de beleggingen
Kosten niet in gerapporteerd rendement Kosten die buiten de beleggingsportefeuille om betaald zijn
Gerapporteerd rendement Gerapporteerd rendement van de beleggingen
Kosten in gerapporteerd rendement Kosten binnen de beleggingen (vermogensbeheer en transactiekosten)
Bruto rendement Rendement zonder het effect van kosten

Uitvoeringskosten en oordeel bestuur

Het bestuur van Stap vindt kostenbeheersing belangrijk. Daarom streeft het bestuur naar een acceptabel kostenniveau in verhouding tot de kwaliteit van de uitvoering en besteedt het bestuur aandacht aan de beheersing van de uitvoeringskosten voor pensioenbeheer en vermogensbeheer.

Jaarlijks wordt voor de pensioenkring een begroting opgesteld. De realisatie van de uitvoeringskosten wordt door het bestuursbureau gemonitord via de maand- en kwartaalrapportages van pensioenbeheer en vermogensbeheer. Op basis van de kwartaalrapportages en via een evaluatie van de uitbestedingsovereenkomsten wordt tevens de kwaliteit van de uitvoering gemonitord.

Het bestuur heeft de uitvoeringskosten beoordeeld en vastgesteld dat deze verklaarbaar en acceptabel zijn in het licht van de gemaakte afspraken.

11.6 Financiële positie en herstelplan (FTK)

Dekkingsgraden

In de periode tussen oktober en december 2025 is de rentetermijnstructuur (RTS) gestegen, waardoor de technische voorzieningen (TV) van de pensioenkring zijn gedaald. De rente heeft in 2025 een positief effect gehad op de ontwikkeling van de dekkingsgraad. Een negatief beleggingsrendement van 0,7% zorgde daarentegen voor een daling van de feitelijke dekkingsgraad. Uiteindelijk is de feitelijke dekkingsgraad in 2025 uitgekomen op 147,6%.

Ultimo 2025 is de beleidsdekkingsgraad 141,1% en deze is hoger dan de dekkingsgraad behorend bij het vereist vermogen van 116,1%. Daarmee is ultimo 2025 sprake van een toereikende solvabiliteit. Eind 2025 bedraagt de dekkingsgraad op basis van marktrente 147,6%. De dekkingsgraad op basis van marktrente wordt bepaald door het pensioenvermogen te delen door de TV op marktwaarde.

Dekkingsgraad- en renteniveaus  
Cijfers in % 2025
Beleidsdekkingsgraad 141,1
Feitelijke dekkingsgraad 147,6
Dekkingsgraad op basis van marktrente 147,6
Reële dekkingsgraad 103,0
Minimaal vereiste dekkingsgraad 104,2
Vereiste dekkingsgraad 116,1
Rekenrente vaststelling TV 3,17

Herstelplan

De pensioenkring hoeft geen herstelplan in te dienen, omdat de beleidsdekkingsgraad per 31 december 2025 (141,1%) hoger ligt dan de vereiste dekkingsgraad per 31 december 2025 (116,1%).

Minimaal vereist vermogen

Indien de beleidsdekkingsgraad gedurende vijf achtereenvolgende jaren (6 peilmomenten) lager is dan het vermogen dat hoort bij het minimaal vereist vermogen, dienen de pensioenaanspraken en –rechten te worden gekort. Dit betreft de korting op basis van de Maatregel minimaal vereist eigen vermogen (de zogenoemde MVEV-korting). Het korten is hierbij onvoorwaardelijk, maar mag worden verdeeld over (maximaal) 10 jaar.

Ultimo 2025 is de beleidsdekkingsgraad (141,1%) hoger dan de dekkingsgraad die hoort bij het minimaal vereist vermogen (104,2%). De MVEV-korting is per 31 december 2025 voor Pensioenkring IFF daarom niet aan de orde.

Toekomst Bestendig Indexeren (TBI)

Vanuit het wettelijk kader is toekomstbestendigheid het uitgangspunt voor toeslagverlening. Dit houdt onder meer in dat het beschikbare vermogen boven een beleidsdekkingsgraad van 110,0% bepalend is om een bepaalde toeslag levenslang toe te kunnen kennen. De levenslange toeslag wordt bepaald op grond van het verwachte gemiddelde toekomstige consumentenprijsindexcijfer voor alle bestedingen oktober-oktober. De grens voor Toekomst Bestendig Indexeren (TBI-grens) is de grens waarop de pensioenkring op basis van toekomstbestendige toeslagverlening de volledige toeslag kan toekennen. Deze grens was voor Pensioenkring IFF per 30 september 2025 gelijk aan 138,8%.

Toeslagbeleid

De Pensioenkring heeft een voorwaardelijk toeslagbeleid, gebaseerd op de ambitie om de pensioenen waardevast te houden. De daarbij gehanteerde maatstaf is om over een reeks van jaren de opgebouwde pensioenen van de actieve en premievrije deelnemers alsmede de reeds ingegane pensioenen te verhogen met minimaal 80% van de maatstaf. 

Per 1 januari 2026 is een toeslag van 3,01% verleend aan zowel de actieve deelnemers en arbeidsongeschikten als de gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van Pensioenkring IFF. Dit bestaat uit 2,89% reguliere toeslag en 0,12% uit de aanvullende bijzondere maatregel.

Richtlijnen voor toeslagen

Uitgangspunt is dat het toeslagbeleid voorwaardelijk is en afhankelijk is van het behaald beleggingsrendement op lange termijn. Dit komt tot uitdrukking in de hoogte van de beleidsdekkingsgraad van Pensioenkring IFF. Met behaald beleggingsrendement wordt bedoeld het beleggingsrendement wat rest na de toevoeging aan de technische voorziening van rendementen wijziging van de rentetermijnstructuur. Dit rendement wordt jaarlijks verwerkt via het eigen vermogen van de pensioenkring. De te verlenen toeslag is daarmee in feite afhankelijk van de beleidsdekkingsgraad (BDG) op enig moment.

Inhaaltoeslag

Het ongedaan maken van kortingen en toekenning van inhaaltoeslagen om in het verleden doorgevoerde vermindering van pensioenaanspraken en -rechten of in het verleden niet toegekende toeslagen te compenseren, kan worden verleend op basis van de wettelijke voorwaarden, gesteld in artikel 137 van de Pensioenwet, voor zover dit binnen de beschikbare fiscale ruimte mogelijk is.

De volgende beginselen zijn hierover geformuleerd:

  • eerst worden kortingen gerepareerd, daarna gemiste toeslagen
  • uitgangspunt is dat aan alle deelnemers (zonder differentiatie naar groepen) hetzelfde percentage wordt toegekend, uiteraard met inachtneming van de fiscale grenzen (als een deelnemer geen toeslag gemist heeft, wordt ook niet ingehaald)
  • de houdbaarheidstermijn van reparaties is maximaal 10 jaar

Op grond van argumenten kan de pensioenkring, in de besluitvorming over het al dan niet repareren, afwijken van deze uitgangspunten.

Het beleid wordt zodanig geformuleerd en gemonitord dat daarover transparant kan worden gecommuniceerd naar de belanghebbenden.

11.7 Actuariële paragraaf

Het verloop van de technische voorzieningen werd voor een groot deel bepaald door de bewegingen van marktrentes, beleggingsrendementen, de verleende toeslagen en de collectieve waardeoverdracht vanuit het voormalige Stichting IFF Pensioenfonds. 

In onderstaande tabel staat een analyse van het actuariële resultaat. Hierbij worden de actuariële uitgangspunten van de pensioenkring vergeleken met de werkelijke actuariële ontwikkelingen over het verslagjaar. De bedragen wijken af van de bedragen in de financiële opstelling, die boekhoudkundig zijn bepaald.

(bedragen x € 1.000)  
Categorie resultaat 2025
Resultaat op beleggingen -6.783
Resultaat op wijziging RTS 16.268
Resultaat op premie 1.286
Resultaat op waardeoverdrachten 151.950
Resultaat op kosten 0
Resultaat op uitkeringen 28
Resultaat op kanssystemen 85
Resultaat op toeslagverlening -9.053
Resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen -1.515
Resultaat op andere oorzaken 8
Totaal saldo van baten en lasten 152.274

Toelichting actuarieel resultaat

In 2025 zijn de volgende belangrijke effecten in het actuarieel resultaat te onderscheiden. Genoemde bedragen zijn vermeld in € 1.000, tenzij anders is aangegeven.

Beleggingen

Onder beleggingsrendementen worden verstaan:

  • alle directe en indirecte beleggingsopbrengsten inclusief kosten vermogensbeheer
  • de benodigde intresttoevoeging aan de technische voorzieningen. Deze wordt vastgesteld aan de hand van de eerstejaars ‘spot rate’ uit de door DNB gepubliceerde RTS per jaar aan de start van de analyseperiode

Het resultaat op beleggingen in het boekjaar bedraagt -6.783. Op dit resultaat is uitgebreid ingegaan in het hoofdstuk ‘Vermogensbeheer’. Het resultaat op beleggingen draagt in 2025 negatief bij aan de ontwikkeling van de dekkingsgraad

Wijziging rentetermijnstructuur (RTS)

De RTS ultimo 2025 ligt gemiddeld genomen boven de RTS per september 2025. Wanneer beide curves worden uitgedrukt in één gemiddeld rentepercentage is de rente in 2025 met circa 0,32%-punt gestegen. Dit heeft geleid tot een afname van de technische voorzieningen en dus tot een positief resultaat. Het resultaat hiervan bedraagt 16.268.

Waardeoverdrachten

Per 1 oktober 2025 zijn de pensioenaanspraken en -rechten van Stichting IFF Pensioenfonds via een collectieve waardeoverdracht overgegaan naar Stap Pensioenkring IFF. Dit verklaart het resultaat op waardeoverdrachten van 151.950. 

Kanssystemen

Aan het vaststellen van de technische voorzieningen liggen kanssystemen ten grondslag. De belangrijkste zijn sterfte, pensionering en arbeidsongeschiktheid. Het resultaat op kanssystemen bedraagt 85.

Toeslagverlening

In het boekjaar is een toeslag verleend van 3,01% aan de actieven en arbeidsongeschikten, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden van Pensioenkring IFF. Het resultaat op toeslagverlening in het boekjaar bedraagt -9.053.

Overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen

Het resultaat op overige (incidentele) mutaties technische voorzieningen bedraagt -1.515. Dit resultaat wordt veroorzaakt door de actualisatie van de kostenvoorziening. 

Kostendekkende premie

De kostendekkende premie bestaat uit een actuarieel benodigde premie voor de pensioenopbouw, de risicodekkingen voor overlijden en arbeidsongeschiktheid, de solvabiliteitsopslag en de opslag voor directe en toekomstige uitvoeringskosten.

In de volgende tabel is een overzicht van de kostendekkende premie opgenomen. De kostendekkende premie is berekend op basis van de rentetermijnstructuur. De gedempte premie bestaat uit dezelfde componenten als de kostendekkende premie. De gedempte premie is gebaseerd op de rendementscurve die is vastgesteld met het verwachte rendement op basis van het strategische beleggingsbeleid en daarna gecorrigeerd voor inflatie. Deze curve geldt voor de periode van 1 januari 2024 tot uiterlijk 1 januari 2029 (of de eerdere datum naar het nieuwe pensioenstelsel). De solvabiliteitsopslag is gelijk aan het vereist vermogen gebaseerd op het strategische beleggingsbeleid. Als peildatum voor het vereist eigen vermogen geldt het jaareinde van het jaar voorafgaand aan het gerapporteerde verslagjaar.

Premie voor risico pensioenkring        
(bedragen x € 1.000)   Premie
RTS
Premie
gedempt
Premie
feitelijk
Actuarieel benodigde premie voor inkoop
onvoorwaardelijke onderdelen van de regeling
regulier 2.746 2.653 2.714
  risicopremie
overlijden
45 45 45
Opslag voor toekomstige uitvoeringskosten   71 69 71
De risicopremie voor WIA-excedent en premievrijstelling bij invaliditeit   179 179 179
Solvabiliteitsopslag   445 430 475
Toetswaarde premie *   3.486 3.376 3.484
         
Overige premie        
Opslag weerstandsvermogen   0 0 7
Totaal *   3.486 3.376 3.491

De pensioenkring voldoet aan de eis dat de feitelijke premie minimaal gelijk moet zijn aan de gedempte premie. 

Vereist vermogen

Het vereist vermogen is gebaseerd op het strategisch beleggingsbeleid en is vastgesteld op 116,1%. Indien het vereist vermogen bepaald zou zijn op basis van de actuele beleggingen zou deze uitkomen op 118,4%.

11.8 Risicoparagraaf

Bij het bepalen van het beleid en het nemen van belangrijke besluiten maakt het bestuur een afweging tussen risico, rendement en beheersing van de risico’s. Daarbij heeft het bestuur bovendien grenzen (risicobereidheid) gedefinieerd aan de omvang van de risico’s. Het beleid is vastgelegd in de ABTN van de pensioenkring. In 2025 zijn geen wijzigingen aangebracht in de risicobereidheid van de pensioenkring.

Integraal risicomanagement

In het hoofdstuk integraal risicomanagement van Stap is de beschrijving van het integraal risicomanagement op instellingsniveau opgenomen. Deze beschrijving is van toepassing op alle pensioenkringen. 

Doelstellingen en risicobereidheid

Op het niveau van de pensioenkringen zijn specifieke doelstellingen voor de pensioenkringen bepaald. Hierbij is een verdeling gemaakt naar financiële en niet-financiële doelstellingen. Om deze doelstellingen te behalen is per pensioenkring de risicobereidheid bepaald. In onderstaande tabel wordt de risicobereidheid voor de doelstellingen op het niveau van de pensioenkring weergegeven. Voor de risicobereidheid bij de doelstellingen op het niveau van Stap wordt verwezen naar het hoofdstuk integraal risicomanagement. 

Doelstelling niveau pensioenkring Risicobereidheid Pensioenkring IFF
Financiële doelstellingen  
Verantwoorde pensioenopbouw binnen de pensioenkring. De minimale premiedekkingsgraad van Pensioenkring IFF voldoet aan de afspraken die zijn gemaakt met de sociale partners (opdrachtaanvaarding).
Behoud nominale aanspraken binnen de pensioenkring. Risicobereidheid op korte termijn
Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van het vereist eigen vermogen (VEV) en is gelijk aan 15,3% met een bandbreedte tussen 12,8% en 17,8%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode.

Streven naar waardevast houden van pensioenrechten.

Specifiek voor Pensioenkring IFF is dit vertaald naar: een voorwaardelijke toeslagambitie van 80% van de maatstaf. De maatstaf wordt jaarlijks vastgesteld als de procentuele jaarstijging van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) alle huishoudens (afgeleid) per 31 oktober.
Risicobereidheid op korte termijn
Risicobereidheid op korte termijn wordt uitgedrukt in termen van het vereist eigen vermogen (VEV) en is gelijk aan 15,3% met een bandbreedte tussen 12,8% en 17,8%. Het VEV wordt hierbij berekend op de door DNB voorgeschreven methode.

Risicobereidheid op lange termijn:
Passend binnen de gestelde grenzen uit de aanvangshaalbaarheidstoets. Gebaseerd op de voorgeschreven uitgangspunten en parameters van de haalbaarheidstoets (hierna: “HBT”) is een drietal beleidskaders geformuleerd:
• vanuit de financiële positie waarbij aan het VEV wordt voldaan, is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit de HBT gelijk aan 90%
• vanuit de actuele financiële positie is de ondergrens op fondsniveau van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) uit de HBT gelijk aan 90%
• vanuit de actuele financiële positie is de afwijking van het pensioenresultaat in het slechtweerscenario (5e percentiel) ten opzichte van het verwacht pensioenresultaat (mediaan) maximaal 25%
Niet-financiële doelstellingen  
Adequate communicatie.

Specifiek voor Pensioenkring IFF is dit vertaald naar een proactieve en inzichtelijke deelnemerscommunicatie zodat deelnemers bewust zijn van hun pensioeninkomen en in staat zijn naar eigen inzicht keuzes te maken over hun pensioen.
De risicobereidheid is risicoavers. Uitgangspunt is dat alle deelnemers en werkgever juist, volledig en tijdig geïnformeerd worden.

Risico-inschatting en -beheersing

Zoals in het hoofdstuk integraal risicomanagement is benoemd identificeert en beoordeelt het bestuur van Stap de risico's van Stap en de pensioenkringen op een gestructureerde wijze met een RSA. De geïdentificeerde risico's worden door het bestuur kwalitatief beoordeeld voor de kans dat deze risico’s zich manifesteren, alsmede voor de impact die deze risico’s hebben op het behalen van de doelstellingen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar het bruto risico, het netto risico en de risico reactie. Zo wordt er inzicht verkregen in de risico's die Stap loopt, welke beheersmaatregelen zijn genomen en de effectiviteit daarvan, evenals in de beheersmaatregelen die nog genomen moeten worden of gewenst zijn.

Voor boekjaar 2025 is de RSA eind 2025 uitgevoerd op het niveau van Stap en op het niveau van de pensioenkringen. De RSA betreft alle risico´s die Stap onderscheidt. Daaronder zijn de Systematische Integriteitrisicoanalyse (SIRA) en het risico self assessment voor ICT (RSA ICT) als bijzondere aandachtsgebieden begrepen.

Risico's met mogelijke impact op financiële positie pensioenkring

Elke pensioenkring heeft te maken met financiële risico’s om haar doelstellingen behalen. Het bestuur is van mening dat door het inzetten van effectieve beheersmaatregelen de impact op een ongunstige gebeurtenis wordt verkleind. 

Voor de belangrijkste financiële en niet-financiële risico’s wordt in hoofdstuk 13.2 Risicoparagraaf pensioenkringen toegelicht wat de impact van deze mogelijk ongunstige gebeurtenissen is op de financiële positie van de pensioenkringen van Stap. Hierna wordt voor (de afdekking van) het renterisico en het marktrisico de specifieke informatie voor de pensioenkring toegelicht.

Matching/Renterisico

Het matching en renterisico is in hoofdstuk 13.2 Risicoparagraaf pensioenkringen toegelicht voor alle pensioenkringen.

Voor de pensioenkring toont de volgende figuur de gerealiseerde afdekking van het renterisico ten opzichte van de strategische afdekking van het renterisico en de ex-antemate van afdekking van het renterisico, zoalsop de laatste dag van de voorgaande maand is vastgesteld. Zichtbaar is dat gedurende 2025 zowel de benchmark voor de afdekking van het renterisico als de werkelijke afdekking van het renterisico zich dicht bij strategische mate van afdekking van het renterisico bevonden. Indien de benchmark voor de afdekking van het renterisico zich buiten de bandbreedte bevindt,worden transacties uitgevoerd om de afdekking van het renterisico bij te sturennaar de strategische mate van de afdekking van het renterisico.

Toelichting grafiek
  • de blauwe balken tonen de ex-ante mate van afdekking van het renterisico (benchmark afdekking) zoals op maandeinde van de voorgaande maand is vastgesteld. In feite is dit de verwachte afdekking van het renterisico gedurende de daaropvolgende maand. De benchmark afdekking van het renterisico wordt bepaald aan de hand van de actuele rentegevoeligheid van renteswaps en beleggingen die een onderdeel zijn van de matching portefeuille en de actuele rentegevoeligheid van de verplichtingen. Deze waarde is weergegeven in de horizontale as
  • de rode horizontale strepen tonen de strategisch gewenste mate van afdekking van het renterisico. De strategische mate van afdekking van het renterisico is afhankelijk van de huidige rentestand. Periodiek wordt gemonitord of de benchmark afdekking van het renterisico zich binnen de bandbreedtes rondom de strategische mate van afdekking van het renterisico bevindt
  • de gele balken tonen de waardeontwikkeling van de vastrentende waarden en renteswaps als gevolg van de rentemutatie (exclusief het spreadrendement)
  • de afdekking van het renterisico wordt maandelijks berekend door de rentegevoeligheid van de beleggingen te delen door de rentegevoeligheid van de verplichtingen

Gedurende 2025 is een vast niveau voor de strategische renterisico-afdekking van 70,0% gehanteerd.

Marktrisico

In hoofdstuk 13.2 Risicoparagraaf pensioenkringen is het marktrisico voor alle pensioenkringen toegelicht.

Scenario's dekkingsgraad voor markt- en renterisico per einde boekjaar

De volgende tabel geeft de gevoeligheid van de dekkingsgraad (op basis van de rentetermijnstructuur inclusief UFR) weer voor het rente- en aandelenrisico waarbij beide risico’s zich gecombineerd voordoen. De actuele portefeuille geldt als uitgangspunt. Dat wil zeggen dat de actuele mate van afdekking van het renterisico wordt gehanteerd. Er wordt verondersteld dat beide risico’s zich manifesteren als een instantane schok, dus als een schok ineens zonder tussenstappen. De afdekking van het renterisico blijft dan ook in de gehele schok hetzelfde en wordt dus niet gedurende de schok aangepast conform de rentestaffel. Verder wordt verondersteld dat de andere beleggingen onveranderd blijven. De aandelenkoersen variëren hierbij tussen de -20% en +20%. De rente varieert tussen -1,5% en +1,5% ten opzichte van het renteniveau op het einde van de maand.

Rente -1,50% -1,00% -0,50% 0,00% 0,50% 1,00% 1,50%
Aandelen              
20% 133,0 140,1 147,3 154,7 162,3 170,0 177,9
10% 130,3 137,1 144,1 151,2 158,4 165,9 173,4
0% 127,6 134,1 140,8 147,6 154,6 161,7 168,9
-10% 124,8 131,1 137,5 144,0 150,7 157,5 164,4
-20% 122,1 128,1 134,2 140,5 146,8 153,3 159,9

11.9 Verslag van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring IFF

Belanghebbendenorgaan Pensioenkring IFF

Het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring IFF is per 1 oktober 2025 ingesteld. Dat is de datum waarop Pensioenkring IFF van start is gegaan.

Samenstelling belanghebbendenorgaan Pensioenkring IFF

Het belanghebbendenorgaan bestaat uit de vertegenwoordiging van de geledingen van de werkgever, (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden. Het belanghebbendenorgaan bestaat uit zes leden. 

De samenstelling van het belanghebbendenorgaan is per datum van publicatie van het jaarverslag 2025 als volgt:

  • Kees Wisse (voorzitter) – namens de werkgever
  • Erik van Diepen – namens de werkgever
  • Hanneke Niekus-van Waveren – namens de werkgever
  • Jan Ambergen – namens de deelnemers
  • Enna van den Brand – namens de deelnemers
  • Jeroen van Noorden – namens de pensioengerechtigden

Taken en bevoegdheden

De taken en bevoegdheden van het belanghebbendenorgaan worden bepaald door het wettelijke kader, de Code Pensioenfondsen, de statuten en de reglementen van Stap. De taken en bevoegdheden zijn vastgelegd in het Reglement Belanghebbendenorgaan IFF.

Vergaderingen van het belanghebbendenorgaan in 2025

Het belanghebbendenorgaan ontvangt stukken voor vergaderingen, informatie en rapportages over de pensioenkring van het bestuursbureau via een digitale omgeving. Elk (aspirant) lid van het belanghebbendenorgaan is hiervoor geautoriseerd.

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2025 één vergadering gehad met het bestuur. Deze vergadering met het bestuur vond plaats in december. In deze vergadering zijn onderwerpen zoals het beleggingsplan 2026, de pensioenopbouw en premie voor 2026, het pensioenreglement 2026 en reglementsfactoren, de toeslagverlening, het communicatiejaarplan en het jaarplan 2026 van de pensioenkring behandeld. Daarnaast is per diezelfde datum ook kennisgemaakt met het bestuur.

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2025 twee eigen vergaderingen gehad. Bij deze vergaderingen is een delegatie van het bestuursbureau aanwezig geweest. In deze vergaderingen zijn de onderwerpen behandeld die in de vergaderingen met het bestuur op de agenda stonden. Naast de onderwerpen waarvoor het belanghebbendenorgaan goedkeurings- of adviesrechten heeft (separaat vermeld) zijn verder de volgende onderwerpen behandeld:

  • compliance en de gedragscode
  • videobellen
  • het NOP-beleid
  • wet toekomst pensioenen

In de eigen vergaderingen van het belanghebbendenorgaan zijn verder de maand- en kwartaalrapportages en de risicomanagementrapportages van de pensioenkring behandeld. Het belanghebbendenorgaan heeft in de eigen vergaderingen verdiepende vragen gesteld naar aanleiding van deze rapportages. Deze vragen zijn door het bestuursbureau beantwoord.

Verslag over 2025

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2025 goedkeuring verleend aan de volgende voorstellen van het bestuur ten aanzien van Pensioenkring IFF:

  • het Reglement Belanghebbendenorgaan Pensioenkring IFF
  • het strategisch beleggingsbeleid 2025
  • het premiebeleid 2025
  • het toeslagbeleid 2025
  • het jaarplan 2025 Abonnement SPO Perform voor BO-leden
  • het jaarplan en de begroting 2026 van de pensioenkring 
  • de pensioenpremie en pensioenopbouw 2026
  • toeslagverlening 2025 (AMvB)
  • de vergaderplanning voor 2026

Het belanghebbendenorgaan heeft in 2025 positief advies gegeven over de volgende voorstellen van het bestuur ten aanzien van Pensioenkring IFF:

  • het Pensioenreglement 2025
  • de Actuariële- en Bedrijfstechnische Nota (ABTN) 2025
  • het pensioenreglement per 1 januari 2026 inclusief reglementsfactoren per 1 juli 2026 van de pensioenkring
  • het communicatiejaarplan 2026 van de pensioenkring

Beoordeling en bevindingen

De beoordeling en bevindingen hebben betrekking op het verslagjaar 2025. Het belanghebbendenorgaan heeft over deze periode het volgende oordeel en bevindingen.

Financieel

De financiële markten waren volatiel maar ook veerkrachtig in 2025. Per saldo liep de beleidsdekkingsgraad in 2025 op. De rekenrente (RTS) steeg in 2025 van 2,11% naar 3,17% en het beleggingsrendement bedroeg 0,7% negatief. Per saldo steeg de dekkingsgraad van 130,9% naar 147,6%. De beleidsdekkingsgraad steeg van 134,3% naar 141,1%.

Beleggingen

Het totale beleggingsrendement over de periode 1 oktober 2025 t/m 31 december 2025 bedroeg -0,7%. De categorie aandelen droeg 0,8% bij aan het totaalrendement, vastgoed 0,1% en de vastrentende waardes -0,0%. Verder leverde de overlay (resultaten uit renteswaps en valutaforwards) nog een bijdrage van -1,6%. 

In december is het beleggingsbeleid geëvalueerd. Er was alleen sprake van een aantal operationele aanpassingen, namelijk het aanpassen in de wijze van presenteren van de beleggingsportefeuille en een de richtlijnen voor de omvang van de fysieke kasbuffer werden in lijn gebracht met de richtlijnen van Stap. 

Toeslagverlening

Maatstaf voor de toeslagverlening is de ontwikkeling van de afgeleide Consumenten Prijs Index (CPI). Per oktober 2025 is deze uitgekomen op 3,01%. Op basis van de financiële positie per 30 oktober 2025 kon Pensioenkring IFF per 1 januari 2026 aan alle deelnemers van de pensioenkring een gedeeltelijke toeslag verlenen van 2,89%. Het inhalen van de gemiste toeslagen was niet aan de orde omdat de beleidsdekkingsgraad onder de TBI-grens lag. Verder is er door het belanghebbendenorgaan goedkeuring gegeven op het voorgenomen besluit van het bestuur om de AMvB toeslag van 0,12% toe te kennen aan alle deelnemers per 1 januari 2026.

Informatie-uitwisseling

Het belanghebbendenorgaan ontvangt informatie en rapportages over de pensioenkring van het bestuursbureau via een eigen digitale vergaderomgeving. Dit betreft onder andere maand- en kwartaalrapportages en per kwartaal een risicomanagementrapportage. Daarnaast ontvangt het belanghebbendenorgaan tenminste maandelijks een nieuwsbrief over de actualiteiten. Deze frequentie wordt verhoogd wanneer hiertoe aanleiding is. Verder hebben de leden van het belanghebbendenorgaan toegang tot SPO-Perform.

Verslaglegging en verantwoording

Het belanghebbendorgaan (BO) van de Pensioenkring IFF is van mening dat het bestuur van APF Stap de verslaglegging en verantwoording van uitvoering en beleid op een duidelijke en professionele manier heeft ingericht. Het BO is geïnformeerd over alle lopende zaken, heeft kennis genomen van beleidsstukken, rapportages en jaarverslag. Het BO heeft advies en/of goedkeuring gegeven op verscheidene voorstellen zoals hierboven vermeld. 

In de eerste maanden hebben we APF Stap nog beter leren kennen als een professionele organisatie met een ervaren en toegankelijk bestuur. Informatie is compleet, goed leesbaar en wordt tijdig en op een gestructureerde manier gedeeld.

Vooruitblik

In 2026 is de prioriteit van het BO het volgen van het traject naar invaren onder de Wet toekomst pensioenen (Wtp). Hierbij zal met name aandacht zijn voor de advies- en goedkeuringsrechten die het BO heeft onder de Wtp. Daarnaast zal het BO specifiek letten op tijdige en heldere communicatie naar de deelnemers.

Het totale oordeel

Op grond van het voorgaande komt het belanghebbendenorgaan tot een positief oordeel over de inrichting en uitvoering door het bestuur. 

Als BO zijn we erg tevreden over de soepel verlopen collectieve waardeoverdracht van het Stichting IFF Pensioenfonds naar APF Stap en de start van de zelfstandige Pensioenkring IFF. Het pensioen van de (voormalige) IFF-medewerkers is bij APF Stap in goede handen. 

Hilversum, 27 mei 2026

Belanghebbendenorgaan Pensioenkring IFF

Kees Wisse (voorzitter)
Erik van Diepen
Hanneke Niekus-van Waveren
Jan Ambergen
Enna van den Brand
Jeroen van Noorden

Reactie bestuur

Met waardering voor de betrokkenheid van de leden van het belanghebbendenorgaan heeft het bestuur kennis genomen van het verslag van het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring IFF en het positieve oordeel over het in 2025 gevoerde beleid.

Het bestuur bedankt het belanghebbendenorgaan van Pensioenkring IFF voor de verrichte werkzaamheden en kijkt er naar uit de constructieve samenwerking met het belanghebbendenorgaan in de toekomst voort te zetten.